Jordy

Mail maart 2015 :

“Saskia, kunnen we praten? Het lukt echt niet in de Kamertrainingen van Ter Muren. Ik maak me zorgen om een paar bewoners bij ons, specifiek over Jordy, een jongen die hier al bijna heel zijn leven woont”

Mail juni 2015 , copy van mail naar hoofd van instelling en de stafleden :

“Dag allen, vrijdag zag ik Jordy. Hij is enorm angstig. Hij wil terugkomen naar Ter Muren, hij heeft slaapproblemen en nachtmerries en heeft schrik thuis.
We hebben hem teruggestuurd. In welke visietekst of beleidstekst staat dat een kwetsbare jongen terugsturen naar de plaats waar zijn wanhoop ooit begon, de jeugdrechter hem weghaalde, de jeugdrechter het tot zijn 18 jaar onverantwoord vond hem heen te sturen een aanvaardbaar idee is?
Waar zit onze nazorg? Onze verplichting?”

Mail 2 oktober 2015:

“Dag Saskia,

Ik vrees dat er me nog weinig andere opties resten dan een interview met jou om de situatie in de instelling te veranderen…..”

En dàt mensen, dàt laatste is iets wat ik mezelf nog héél lang zal verwijten.
Ik krijg dagelijks, wekelijks en maandelijks tientallen, tientallen alarmkreten van opvoeders, pleegouders, consulenten….over kinderen.
Over Jordy kreeg ik tientallen mails en smeekbedes.
Ik heb er toen hij nog leefde niets publiek mee gedaan.

Steeds kijk ik naar de maatschappelijke impact en publieke info-waarde.
Zo wist ik bvb al veel langer over de verkrachting van een 13-jarig meisje in een andere instelling (plaats was de school) van kwetsbare kinderen. Ik vond het geen publiek nieuws omdat ook hier de daders zelf een zorgvraag hebben en door hun handicap niet goed weten wat ze hebben aangericht.

De Standaard bracht het onlangs wel als nieuws. Toen heb ik wel gereageerd omdat de info over de inspectie enzoverder gewoon niet klopte.

Ook nu kloppen er verschillende details niet in het artikel vandaag over Jordy. Maar dat is geen kritiek. Sommige details kan je niet weten wanneer je het dossier niet hebt.
En sommige details blijven – hoeveel moeite me het ook kost – nog steeds niet voor publiek omdat Jordy een jonger broertje heeft waar ik me zorgen om maak hoe hij al die publieke aandacht moet plaatsen.

Na de dood van Jordy maakte ik mezelf zware verwijten.
Het weegt tot vandaag.
What the fuck bezielde mij om niet in te gaan op de smeekbede van enkele begeleiders in oktober 2015? De eerlijkheid gebiedt dat ik ook aan de directeur van Ter Muren dacht, aan de andere opvoeders, aan de andere kinderen die er zitten.
Lossen we de situatie op door media of via de administratie, bevoegd voor de werking in voorzieningen?

Ik koos voor dat laatste. Jordy stierf enkele maanden later.

Ik heb na zijn dood aan enkele mensen binnen de bevoegde diensten gezegd “Ik heb gezwegen maar als jullie nu nog steeds beweren dat de procedures zijn gevolgd kan ik dat in de toekomst niet meer doen. Gewoon niet. Mijn hoofdtaak als journalist is te informeren”.
Ik zal dat blijven doen met de nodige sereniteit.
De verkrachting van het 13 jarig meisje gebeurde na de dood van Jordy. Toch vond ik het geen publiek nieuws.
Maar weer kaartte ik het aan bij de bevoegde diensten.

Gevolg : ik ben nu geblokkeerd door het agentschap en mag aan het agentschap geen vragen meer stellen als journalist.

Vrienden zijn op de hoogte : het gaat al 2 weken niet zo goed met mij. Niet dat iemand ongerust moet zijn, echt niet.
Maar die omerta valt me heel zwaar.
Bovenstaande mails heb ik overgemaakt aan een paar parlementsleden.

Bedankt aan de collega’s van De Standaard om ook zijn verhaal niet los te laten. Het gaat namelijk niet enkel over Jordy maar om zoveel mensen die we niet dragen zo het hoort door ons zorgsysteem.

Gisteren kreeg ik alweer het bericht over een minderjarig kinderpooierslachtoffer dat gruwelijk werd misbruikt door een patiënt in de voorziening waar ze zat om begeleid te worden als slachtoffer van dat eerder misbruik.
Ook hier telt privé maar ik houd mijn mond echt niet meer.
Sterker : ik mag niet dezelfde fout maken zoals bij de mail van oktober 2015 (zie hierboven) én weer denken dat het intern kan worden opgelost.

SVN

Advertenties

Afscheid

Dag Jordy,

“De jeugdhulp heeft alles gedaan wat binnen hun mogelijkheden lag”, staat vandaag in een artikel over jou in de krant.

Straf hé makker. Jawel. Ik zeg makker. Omdat ik zoveel vrienden van jou heb gesproken, begeleiders en dossierstukken over jou heb gelezen, ook oude bekenden van jou aan de lijn had – je moest eens weten, de partner van jouw papa toen je nog kleintjes was bvb – dat ik toch durf zeggen dat ik je een beetje kameraadschappelijk ken.

Vandaag stonden de camera’s op jou gericht. Kun je dat geloven?
Jij, die nog bellend aan de telefoon met één van jouw vertrouwelingen een paar maanden geleden naar een politiekantoor werd geleid. Maar daar konden ze niets doen want je stond nog ingeschreven bij jouw mama. En de vertrouweling kon met pijn in het hart ook niets doen want zette zijn job op de helling.
In Ter Muren is nu éénmaal het principe achter de muren : “geen contact meer met de gasten als ze hier vertrekken”.
Kippenvel is dat.

Jij die radeloos bij jouw tante ging bellen én die wél de deur opendeed. Ze was er niet vandaag Jordy, ze koos niet voor de camera. Maar ik heb ze gesproken, ze heeft oprecht verdriet.

En van zoiets word ik een beetje verdrietig en boos. Contextwerking, klinkt het in Brussel. “Daar moeten we op inzetten”.
Maar wat wanneer bij die context de ouders eerste zeggenschap hebben en blijkbaar een tante jaren uit jouw leven houden?

En weet je nog dat je naar Niemandsland ging? De daklozenopvang. En ze daar zeiden dat je niet kon blijven omdat je een domicilie-adres had. Tja, dat was nét het punt. Je doolde omdat je daar bang was. Gewoon bang. En dan ging je maar weer naar die vriend ‘meneer aanstekergas’ en doolde je weer.

Je bent zelf gaan lopen in De Sleutel en in een ziekenhuis. Je werd zo moe van al die vragen, papieren en het leek zo’n berg “van wat je allemaal moest in orde brengen”.

In de gevangenis lieten ze je ook vertrekken zonder enige opvang.
Tja, die psycho-sociale diensten moeten nu éénmaal zoveel gevangenen bolwerken en die kaart trekt niemand Jordy – “we gaan toch geen extra budget uitgeven aan gevangenen die worden vrijgelaten zeker?” Deze mensen doen echt hun best maar kunnen de werklast niet dragen.

En zo viel jij tussen al die mazen van het opvangnet. In deze welvaartsstaat.
Ik wil je laten rusten voor altijd Jordy. Je verdient dat.

Maar dit wou ik toch nog even neerschrijven. Omdat ik het niet kan verdragen dat ze na jouw lugubere dood nog steeds zeggen dat “alles gedaan werd binnen de mogelijkheden”.
“Awel”, zouden we samen zeggen “dan trekken die mogelijkheden op niks”.

En omdat ze blijven zeggen dat je geen hulp wou.
Hoe vaak heb je geen contact gezocht en om hulp gesmeekt?
Maar je kreeg de administratieve deur op jouw neus “Jordy, volgens onze regels…”. Je paste niet in een vakje. Eén keer ingeschreven bij de mama blijf je daar zes maanden staan en kan je op niets terugvallen.

En zo leerde je uit angst het straatleven kennen en daarna was jij het die nog zo moeilijk in een structuur kon aarden.

Weet je wie er ook was Jordy? Freya en Dylan en zijn papa.
Jawel, die mensen die je zo vaak hebben opgevangen. Die zag ik oprecht verdriet hebben.

Ik wou je dat nog even zeggen.
Het ga je goed. Jordy. Makker.
Rust nu maar.

SVN

Geen schuldige

Ik lees nu in de kranten stemmen van jongeren die zeggen dat ze wél goed begeleid zijn in jeugdzorg.
Natuurlijk zijn er jongeren die fantastisch begeleid worden. Er zijn ook tonnen fantastische begeleiders, dag in dag uit. En laten we die verdorie echt respecteren want zij verzetten bergen, ook straathoekwerkers (bvb).

Gisteren heb ik off record ook wat zaken aan de journalist van Terzake gezegd. Dat moest niet uitgezonden worden, niet omdat het een geheim moet zijn maar omdat deze generatie jongeren telt, niet mijn generatie, gaf ik als argument.
Er werd namelijk doorgevraagd over de begeleiding van de instelling van Jordy. Alsof we collectief tot rust komen wanneer we een schuldige kunnen aanduiden.

Ik heb daar het volgende op geantwoord. Sommige van mijn opvoeders zitten hier op mijn profiel en weten dit incident nog zeer goed.
Ik was met koorts teruggekomen van school. Hoge koorts. Een ordinaire griep. De opvoeder van dienst geeft toestemming om in mijn bed te kruipen, op dat moment is er een ‘crisis’ met een leefgroepgenoot, slecht nieuws van de jeugdrechter en deze opvoeder vergeet dit bij het naar huis gaan in het logboek ‘info opvoeders’ te schrijven.

Shift wisselt en ook de studiebegeleider start zijn dienst.
Hij ziet niets in het logboek, opent de deur van mijn kamertje en ziet mij in bed liggen. Ik deed toen ASO dus er werd extra gehamerd op mijn huiswerk. Hij vloekte en sloot de deur. Hij dacht dat ik lui was, niet wou studeren en kwam terug en gooide een emmer water over mij.
Dit was een afschuwelijk moment. Afschuwelijk. Je staat te rillen, water bij koorts is geen lachertje en mijn bed was één plas water.

Had dit mogen gebeuren? Nee. Daar is iedereen het over eens. Tot vandaag. Ik ben toen gaan lopen naar mijn broer, normaal krijg je kamerarrest of een andere sanctie bij weglopen, ik kreeg dat niet, ik mocht zelfs uitzieken bij mijn broer, terwijl overnachtingen normaal moeten aangevraagd via jeugdrechter.
Na die dagen kreeg ik geen enkele sanctie, wel excuses.

Ik zei aan de collega-journalist : mochten wij als media zo’n incident vandaag te weten komen zouden we kranten koppen “gevangenis van Irak-praktijken in jeugdzorg’. Het zou een eigen leven leiden, de minister zou in de studio worden gevraagd. Schande zou iedereen roepen.

Wél, nochtans met klem en zonder enige twijfel kan ik nog steeds zeggen dat dit de beste instelling was waar ik ooit heb gezeten. Sterker : ze hebben mij daar gevormd, kansen gegeven, begeleid en gesteund door dik en dun.
Ook al mocht dit incident echt niet, ook hier toonden de opvoeders hun kwetsbaarheid, ook begeleiders hebben soms moeilijke periodes, leefgroepen variëren constant, de ene keer is die samenstelling harmonieus, de andere keer is het rollen van het ene conflict tussen twee jongeren naar het andere.

In het verhaal van Jordy moet GEEN schuldige worden aangeduid.
Ook niet de ouders.
We moeten wel nadenken over het ganse systeem. Ik krijg de laatste dagen weer ontelbare mails van opvoeders, begeleiders en andere mensen uit de zorg. Ook zij zeggen dat de administratie de menselijke logica soms inhaalt en hen blokkeert.
Labeling, kokerdenken en een schrijnend tekort aan tijd.
Kamertrainingen kunnen vaak niet meer intensief worden opgevolgd. “Soms gebeurt het dat ik bij kwetsbare jongeren die het nodig hebben, ik geen wekelijks contextmoment met hen kan prikken maar slechts tijd voor een kort telefoontje”, schrijft mij iemand. Met jaren ervaring.

Daar moet het over gaan. Niet zoals de minister “ja maar, duizend zitten wel in het systeem van verlengde minderjarigheid”.
Hallo, minister? Die anderen duizenden jongeren die daar niet inzitten en nood hebben aan ondersteuning hebben daar geen boodschap aan. geef ruimte aan al die prachtige begeleiders, zodat ze meer vrije tijdsmomenten – gewoon koffietje drinken, een klapke kunnen doen – kunnen besteden met de kwetsbare doelgroep in plaats van hen vanuit Brussel op te leggen dat ze bij elke jongere boeken administratieve info moeten uitschrijven.
Het is toch van de pot gerukt dat elke telefoon naar een ouder, elke telefoon naar een school bvb moet worden opgeschreven op de contextbladen. Geen enkele jongere is van zo’n persoonlijk verslag al gelukkiger geworden. Van een ferme babbel met zijn/haar begeleider op een terras wél.

SVN

Afstand – nabijheid in onze Vlaamse jeugdzorg

Afstand – nabijheid in onze Vlaamse jeugdzorg. Mag ik aub uit ervaring spreken?

Mag ik hier ook een emotionele maar maatschappelijk erg belangrijke bede stellen?

Vandaag staat het verhaal van Jordy in verschillende kranten. Wie de kranten naast elkaar legt ziet dat overal de versies verschillen, ik zou er zo de rode pen kunnen doorhalen, er staan enkele straffe fouten in, maar ik blijf overtuigd dat elke redactie van elke krant naar best vermogen het verhaal van Jordy heeft willen brengen.
En dàt is wat telt.
De rode draad : hoe the fuck is dat mogelijk dat een 19-jarige jongen volledig uitgeput en eenzaam aan zijn einde komt na 15 jaar in een jeugdinstelling te hebben geleefd?

Ik zie nu – en gelukkig maar – voorstellen. Meer aandacht wordt gevraagd aan bevoegd kabinet Vandeurzen, een smeekbede om jongeren na een instellingsverleden nog een verlengde beschermingsmaatregel op te leggen of sterker te omkaderen.

Meteen doen, zou ik zeggen. Het is namelijk zo broodnodig. Het is een publiek geheim dat ik mij 7/7 – een persoonlijke keuze – met deze doelgroep bezighoud.
Ja, ik kende Jordy zijn lijdensweg al meer dan een jaar en alarmeerde verschillende instanties, ja, ik ben de enige die het 16-jarig meisje (leeftijd toen haar verhaal alle kranten haalde) met een psychiatrische stoornis die met een teddybeer op de trappen van de jeugdrechtbank werd gedropt en in een politiecel moest slapen, bel, ontmoet, ken en nog steeds opvolg. Ik ken haar gezicht, lach en traan achter het papierverhaal met een schuilnaam. En ook zij werd – helaas – nochtans erg getraumatiseerd, ze werd verkracht als 12-jarige, is ook zwakbegaafd, niet onder deze beschermingsmaatregel gestoken toen ze 18 jaar was. Ook bij dat meisje ben ik toen in mijn pen gekropen en vond ik het mijn plicht om de jeugdrechter te schrijven: “Hallo, zij redt het echt nog niet”.

Los van nieuwe regels, meer budget en tal van politieke vragenuurtjes die we nu hierover zullen voeren, is er nochtans iets anders dat we meteen, dat kost geen geld, dat kost zelfs geen ene euro, onmiddellijk zouden kunnen veranderen.

Ik sprak deze week verschillende lotgenoten van Jordy. Zij leefden met hem in deze instelling.
Er moet geen tekening bij dat ook zij elk een zwaar rugzakje dragen : zelfmoord mama, alcoholprobleem van een vader, incest, jaren agressie…..
En ja, ik ben dit keer gecrasht. Ik heb grenzen bereikt, messteken voelbaar in mijn hart.

Kan iemand zich dat voorstellen wat het betekent wanneer je samen je leven slijt in een leefgroep? Dag in, dag uit.
Als broers en zusjes leeft, zelfde badkamer, zelfde keuken, zelfde tv omdat een jeugdrechter zegt dat je ter bescherming daar moet leven en wonen?
Wel, ik wél. Het was ongewild mijn eigen jeugd.

Ik heb 1 ding nog eens als een mokerslag in mijn gezicht teruggekregen en meermaals gezegd deze week, hardop tegen mijn kat of alleen in mijn auto “Wat heb ik verdomd geluk had in instelling X te zijn geplaatst. Toen mijn zus drie jaar geleden voor de trein sprong, 20 jaar nadat ik daar heb geleefd, had ik direct opvoeders die spontaan belde “gaat het Saskia?”, had ik opvoeders op haar begrafenis. Was ik welkom, kon ik komen slapen indien ik wilde.
Jawel mensen. Steeds en altijd staat daar de deur open. Voor niemand en NOOIT wordt de deur gesloten gehouden.
Elk jaar organiseren zij een ontmoeting voor alle ex-gasten.

Nu horen dat al deze andere 18- en 19-jarigen zelfs nog niet gebeld zijn geweest door deze instelling waar Jordy opgroeide, het via de krant moesten vernemen, velen van hen ook nog worstelen met het leven maar soms, letterlijke woorden “het terrein van de instelling niet meer mogen betreden”, niet op zijn begrafenis mogen zijn, ging bij mij door merg en been. Daar heb ik me deze week erg mee beziggehouden, geëist én gesmeekt dat er een afscheidsmoment wordt georganiseerd voor al die jongeren die Jordy hebben gekend en een betekenis hadden in het leven van Jordy.

Het heeft mij doen beseffen dat ik mijn eigen opvoeders én instelling niet genoeg kan bedanken voor die deur die steeds openstaat, voor dat menselijk gebaar dat ook ooo zo noodzakelijk is voor deze kwetsbare doelgroep. Die menselijkheid, die nabijheid in de zorg kost geen geld en moet dringend terug op onze agenda-van-het-zorg-leven.

SVN