Dank je wel allemaal.

Het begon met een tiental mensen. Vooral mensen die actief waren/zijn in de muziek- en ngo-wereld.
Jawel, toen ik een Facebook-account begon zat ik al jaren meer maanden per jaar in oorlogsgebied dan dat ik in België was, buiten mijn vaste fijne vriendenkring kende ik in dit land hoofdzakelijk muzikanten door mijn eerder werk op Stubru en platenfirma’s.

Ik kwam terug van een zoveelste reis ‘oorlogswaanzin in Oost-Congo’, het was 2006, dat jaar dat ik al 17 jaar mijn verleden in jeugdinstellingen vaarwel gezegd en ging er op bezoek.
Ik was in shock.

Daar waar je hoopte dat er ondertussen toch investeringen zouden zijn gebeurd, zag ik in dat kleine kamertje waar ik jaren had gewoond – jawel, kleiner dan een gevangeniscel – nog steeds datzelfde behangpapier. Na 17 jaar.
Het was die noodzakelijke trigger. “De overheid heeft hier geen geld voor Saskia, het zijn kinderen die geen ouders hebben die hun vinger opsteken om voor hun rechten te vechten”.
Daar waar ik jaren heel bewust afstand had genomen “nu kunnen ze allemaal mijn kloten kussen in die jeugdzorg, eindelijk 18 (was zelfs iets jonger met dank aan de jeugdrechter)”, had ik iets van “dit kan toch niet”.”

Mijn hoofd stopte niet meer.

“Wat doe ik in shelters van kindsoldaten in Burundi of in Cambodja als het hier nog zo’n jeugdzorgsoep is?”

We zijn nu 11 jaar verder. Ik kreeg nominaties voor artikels over jeugdzorg, zette verschillende parlementaire debatten in gang, en dat wat begon met enkele tientallen is hier op dag van vandaag een allegaartje van 19000 mensen geworden.

Jawel, met 19000 zijn jullie nu.

Een cijfer zegt niets en alles.

Dinsdag had ik het voorrecht te gaan spreken voor docenten (jawel, geen studenten) jeugdcriminologie en orthopedagogie.

Zaken die nog steeds moeilijk doordringen. Eigen aan een jeugdzorgverleden is een grote vechtlust maar tegelijkertijd een chronisch gevoel van ‘ben ik dit wel waard?’

Het voelt nog steeds surrealistisch dat ik, ooit dat meisje zonder zelfzekerheid ‘waarom zegt mijn mama dat ik dood ben en is ze nul geïnteresseerd in mij en wil ze niet voor me zorgen?’ nu voor een aula staat en mag praten voor mensen die jaren expertise hebben in de sector. En ze luisteren nog ook 😉.

Verschillende docenten kwamen naar mij. “Ik volg jou al jaren hoor Saskia. Wij drukken vaak jouw blog af om met de studenten te bespreken. Doe zo voort”. Alweer, surrealistisch.

Twee weken geleden stierf een baby’tje van een jonge tienermama die ook eerder in jeugdinstellingen opgroeide. Afgemeld bij jeugdzorg, té ‘goed’ voor andere zorgondersteuning.

Meteen – binnen één kalenderdag – hebben jullie bijna 5000 euro gestort op haar rekening voor de afscheidsdienst.

In zwakke momenten denk ik nog steeds ‘waarom volgen zoveel mensen mijn verontwaardiging over jeugdzorg?’ en kan ik nog steeds niet vatten dat jullie met zoveel zijn, andere momenten denk ik ‘wat fijn, dat zoveel mensen meteen bereid zijn solidair te zijn. Wat een voorrecht geniet ik om al die mensen te hebben, dagelijks reacties en berichten te krijgen waar ik nog steeds enorm uit leer’.

Dus ja, nog eens : dikke merci.

Sas

Advertenties

Brief aan zus

Dag Mieke,

Daar is hij dan, die jaarlijkse publieke brief. Ik schrijf er meer hoor, denkbeeldig. In de auto, in bed, in de zetel.
Het is me weer een jaar geweest.
Onze moeder leeft nog. Enfin, denk ik toch. Ik heb geen politie aan de deur gehad, ik denk dus niet dat ze ergens begraven ligt zonder dat ze aan mijn deur stonden.

Met Dirk en de kindjes en Gert gaat het goed, Ramona zit in Londen, die stelt het meer dan uitstekend. Met de vrienden ook.
Ze blijven voor me klaar staan, steeds opnieuw. Zonder zeuren.

En met mij gaat het zoals gewoonlijk. Goed omringd, vaak gelukkig maar nog steeds vechtend tegen een totaal dolgedraaide wereld.

Dolgedraaid met een aanslag op Zaventem, terreur nestelt zich onder de kerktoren, dolgedraaid omdat we gewoon verder doen, zonder enige zorgcorrectie na het vinden van een 19-jarige dode jongen in een tent. Jawel, Mieke, hier vlakbij. Dood van ontbering.
Dood zoals die kinderen waarover ik vertelde als ik weer terugkwam van één van die reizen in ver oorlogsgebied.

En er is nog nieuws. Mijn jeugdrechter is dit jaar gestorven.
Dat deed me ook wel wat. Weer een stukje tak van die boom, die enige boom die weet welke waanzin onze jeugdshit was.

Het bracht mijn hoofd weer naar die resem herinneringen waarover het zo moeilijk praten blijft.
Mensen verwachten zaken uit een film.
Mijn vader, dat vatten de mensen. Veel te streng en autoritair.

Maar hoe vertel je de wereld de waanzin van onze moeder?
Hoe?

Zie je ons nog staan bij de kapper, Mieke?
Moemoe had gebeld, totaal overstuur “Vriendeke, nu moet ik hier een rekening betalen van 3000 BEF van mijn klein pensioentje en ik heb dat niet”.

Daar had ze het weer gelapt. De moeder die ik nooit heb gezien, had weer zwaar ingebeukt in onze privé.
In het geniep een paar keer op ‘de poef’ naar de kapper, de kapper van ons moemoe: “Mijn moeder zal dat wel betalen.”

Ik weet niet meer of jij het gezegd heb of ik. “Moemoeke, maak je geen zorgen, wij zullen dat wel betalen”. En dan weer rondbellen om te zien of onze moeder ergens in een psychiatrie zat of weer vrij zat rond te lopen en met de hoop om toch iemand te vinden die kon handelen waardoor ze niet zomaar naar de winkel of de kapper ging achter onze rug op ‘onze’ kosten.

Met een grootmoeder die we allebei doodgraag zagen en steeds in die shit belandde, de daver op het lijf, met haar klein – net leefbaar – pensioentje.

Nee, dat krijg je niet verteld aan de mensen. Die dagelijkse terreur van een gek mens.
Die dagelijkse angst “wat zal het nu weer zijn?”
Zit ze binnen of loopt ze rond?

En dan gingen we vaak iets drinken en dan hoefden we geen woorden uit te spreken. Jij wist het met één blik, ik ook.
Het geluk als zussen samen te zitten, te genieten en de constante pijn van al die verloren jaren dat we van jeugdzorg niet samen mochten zijn.

Daarom Mieke, wat blijf jij toch dat grote gat in mijn hart.
Dat voelbare gemis.
Die persoon die niet meer opneemt als ik denk “godverdomme, dat had ik Mieke willen vertellen”.

Maar hey, ik zeg het je elk jaar. Jouw sprong voor de trein is er één die ik als eerste versta.
Dat hoofd dat de rust zoekt. Die drang om die waanzin te stoppen.
De mokerslagen een halt toe te roepen.

Het zal een moeilijke dag worden. Daar vind ik nog steeds de kracht niet. 9 december zal tikken tot dat moment dat slachtofferhulp vier jaar geleden aan de deur stond.

Tot dat moment dat alle verdriet uit de kindertijd toch nog kon overtreffen, 22 uur ’s avonds en de woorden van de politie “uw zus is om halfzeven voor de trein gesprongen”.

De meest vreselijke woorden ooit gehoord.

Maar hey, ik heb ook plannen. Fijne plannen.
En het is een vrijdag, dus de tiener-rakker komt weer want weekend.

En die zal ik dan eens vastpakken en nog eens duidelijk zeggen “het leven is de moeite waard”.
En dan komt het wel weer goed want hij heeft al gebeld en we moeten schoenen gaan kopen. Dat wordt fun.

En zaterdag ga ik naar de prijsuitreiking van de prijs voor de rechten van de mens.
Ook iets om heel hard naar uit te kijken. Want je zou verschieten Mieke, hoe normale mensenrechten in die paar jaar dat je er niet meer bent, niet meer zo vanzelfsprekend zijn geworden. Jawel, er zijn nog potjes waanzin waar geen dekseltje op past.

Liefs zus.
Mis je. Big time.

SVN

Kansarmoede-aanpak is meer dan een job onder het minimumloon

Er is de theorie en de praktijk. En de theorie bepaalt met stip dat ik uit een kansarme situatie kom.
Mijn moeder zit al van mijn geboorte ergens zot te wezen, ik ken haar niet, zou tot vandaag niet weten of ze centjes heeft of bergen schulden.
Met mijn vader werd de band doorgeknipt door de jeugdrechter, die fameuze beschermingsmaatregel.
En daar sta je dan na jeugdinstellingen op 18 jaar op straat en dan val je op het leefloon en verhuis je naar een kamertje in een stad.
Pas op, toen was het leefloon ook al aan strikte voorwaarden want ik werd geschrapt omdat ik koos voor universitaire studies en ik moest beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Holé.

Vandaag sta ik in het leven zo het hoort en dat al jaren en jaren. Volgens die theorie.
Ik betaal driemaandelijks mijn verplichte bijdragen als zelfstandige, heb geen schulden, heb alle verzekeringen en kan – de ene maand al wat beter dan de andere – rondkomen.

Nu de praktijk. Nooit denk ik over mezelf dat ik uit een kansarme situatie kom. Integendeel.
Niet dat ik niet liever in een warm gezin was opgegroeid, maar het instellingsleven heeft me gevormd. Het was de hele wereld in een leefgroep van 6 op 6 vierkante meter.
Er zat een Marokkaanse jongen, een meisje uit Soedan, een jongen uit Irak.
Er zat een dochter van een schooldirecteur en er zaten kinderen die nog nooit verse groenten hadden gegeten, jarenlange armoede thuis en dat jaren voor ze werden ‘ontdekt’ door de jeugdzorgkokers.

Er waren opvoeders die je in een richting stuurden, muziek, sport en andere interesses. Die met je naar een museum gingen en naar het Brusselse justitiepaleis of een dagje naar zee.
Kortom : de wereld lieten zien, ook buiten die 6 op 6 vierkante meters.

En het waren vooral opvoeders die je het belang meegaven van te vechten voor wat je graag doet en het belang van een sociaal vangnet hebben uitgelegd. Niet één keer, maar wekelijks. En daar ook werk van maakten.

Ik zou hier niet schrijven mocht ik op 18 jaar aan minder dan een minimumloon een verplichte job hebben moeten uitvoeren.
Ik kan het me niet voorstellen. Die druk, die luttele centjes zonder grondig perspectief. Mag dat?

Zonder dan nog dat noodzakelijke spaarpotje dat je kreeg op 18 jaar, gespaarde centjes door de overheid – helaas ondertussen voor vele instellingskinderen afgeschaft – waarmee je dat kamertje kan inrichten zodat het een beetje ‘thuis’ voelde.

En ja, er is die andere praktijk. Ik heb de overheid geld gekost.
In de instellingen, aan loonkost jeugdrechter en consulenten en opvoeders. En aan die maanden en maanden dat ik op het OCMW stond voor ik mijn leven op de rails kreeg.
Et alors?

SVN

Afscheid van mijn jeugdrechter.

R.I.P. Jan Peeters. En nog eens ‘nen enorme dikke merci’.

Michel Verschueren en andere voetbalbekendheden zijn in shock en ervaren groot verdriet bij het heengaan van Jan Peeters.

Zo klinkt het op radio en tv en staat het in uw krant.
Jan Peeters, bekend via zijn rol bij de voetbalbond.

Minder publiek bekend maar daarom geenszins van minder belang : een jeugdrechter van velen. En helemaal om aan te stippen : een jeugdrechter wat een jeugdrechter hoort te zijn.

Ik zie hem nog staan met zijn sjieke kleren en lange kostuumjas.
“Alé Saskia, zeg eens meiske, waarom luistert gij altijd naar muziek?”
Herinneringen kleuren met de tijd, maar hoogstwaarschijnlijk reageerde ik schouderophalend.
Ik had het voor de zoveelste keer gehad met die zoveelste instelling en het zoveelste agressiefeit met één van de andere kinderen in mijn leefgroep.
“Omdat ge hier allemaal mijn kloten kunt kussen” heb ik waarschijnlijk gefluisterd. Want dat ik wist ik wel. Tegen jeugdrechter Jan moest je beleefd zijn of je zat met één knip in het verbeteringsgesticht voor meisjes in Beernem. Zo noemde dat toen en zo werd daar mee gedreigd als je niet luisterde.

En dan kwam Jan Peeters en dan begon hij te vertellen. Zinnen die toen ook vaak gezaag leken maar zinnen die me gevormd hebben tot wie ik ben. Vandaag.

Dat ik moest stoppen met mijn gezond hoofd dat zieke hoofd van mijn moeder te proberen begrijpen. Dat hij wel moest ingrijpen en tussen mij en mijn vader moest gaan staan “omdat we de zaken niet met agressie oplossen Saskia. Ik wil luisteren naar ouders maar ze mogen hun kinderen niet verrot slaan”.

En ik heb tegen hem geroepen. Omdat hij de opdracht gaf aan mijn opvoeders mij weg te sturen naar de jeugdherberg in Oostende.

“Wat voor een kutjeugdrechter zijt gij feitelijk? Dat ik verplicht twee dagen naar een jeugdherberg moet, helemaal alleen”.

En hij bleef achterover leunen, liet mij razen en zei dan, in zijn steeds aanwezige kalmte “omdat ik weet dat dat je goed zal doen, weg van die instellingsstructuur, maturiteit leer je door te leven, Saskia”.

Omdat je mij blij maakte omdat je een brief stuurde dat ik toelating had naar Werchter te gaan “veel luistergenot en amuseer je Saskia, jouw jeugdrechter”.

Omdat je, in een periode dat ik door mijn thuissituatie zowat elke volwassene in mijn buurt wantrouwde, mij leerde dat er ook mensen zijn met een hart, en vooral omdat je in jouw laatste preek bij het sluiten van het dossier duidelijk zei “Ge hebt nu de rechten en plichten van een volwassene Saskia, verbreek mijn vertrouwen niet, blijf wie je bent, jij komt er wel”.

Dàt moment dat voor de eerste keer iemand in mij geloofde, daarvoor zeg ik “bedankt jeugdrechter, bedankt Jan, dat je mag rusten in vrede en dat jouw visie terug mag doordringen in de jeugdsector. “Meer mens, een luisterend oor en minder administratieve regeltjes”.

SVN

Kunnen we nu eindelijk speciale zorgteams voorzien voor kinderen?

Ik weet echt niet wat het meest verwerpelijk is. Op een kind schieten met nepkogels of de reactie van de Antwerpse politie “dat er correct en volgens het boekje is gehandeld”.

(Ter info voor wie niet heeft gevolgd : een jeugdinstelling vroeg bijstand van de Antwerpse politie voor een 14-jarig meisje die agressief reageerde, ze kwamen met het Snelle Respons Team en schoten met een kunststofkogel op het meisje om haar tot bedaren te brengen).

Welk boekje bedoel je, Antwerpse politie?
Dat we het ook normaal vinden een kindercrèche te controleren met verschillende politie-agenten?
Dat we het ook normaal vinden dat een minderjarige jongen op ’t Kiel met zes mensen op de grond wordt gegooid, uren wordt meegenomen en zonder excuses terug wordt vrijgelaten want “oeps, de verkeerde”.
Dat we het ook normaal vinden dat Sarah (schuilnaam) vanaf haar 13 jaar zes keer heeft geslapen in een politiecel omdat ze verschillende keren agressieve buien kreeg in de kinderpsychiatrie? Uiteindelijk werd ze nationaal beroemd omdat ze met haar teddybeer en medicatiezakje door een ambulance werd afgezet op de trappen van de jeugdrechtbank.
Ik ken Sarah. Ze werd op haar 12 jaar gruwelijk verkracht op Linkeroever door enkele Pakistaanse zotten. Een proces kreeg ze niet. De daders werden als “illegaal” reeds het land uitgezet.

Na Jonathan Jacob zou je verwachten dat we aandacht hebben voor zieke mensen. Dat we met expertise kijken hoe we beter kunnen tussenkomen bij mensen die een crisis doormaken.
Jonathan Jacob zat al in een politiecel.
Hier zat een minderjarig meisje in een zorgomgeving.
Een omgeving waar het absoluut belangrijk is dat deze kwetsbare kinderen er zich veilig voelen.

Het is een publiek geheim dat ik jaren van mijn jeugd doorbracht in een jeugdinstelling. Wie denkt dat agressie in jeugdinstellingen toeneemt, kent zijn jeugdzorgpappenheimers niet.

Meermaals heb ik in mijn leefgroep agressie gezien. Zo was er Bart (schuilnaam), hij kwam van de gesloten instelling Mol bij ons na goed gedrag en had een ketting van de fiets gehaald. Met die ketting plakte hij een opvoeder tegen de muur. Dat beeld vergeet ik nooit want was erg shockerend. Maar er kwam geen politie bij. Andere opvoeders kwamen en probeerden Bart te kalmeren. Pratend, met info, zijn context kennend.

Door besparingen in de sector is dat echter nog amper mogelijk.
Leefgroepen met kinderen die met een agressiestoornis kampen zijn onderbemand. Het hoppen van kinderen van instelling naar instelling maakt dat sommige voorzieningen de kinderen amper kennen.
En dan is bij een crisis de knop ‘politiebijstand’ snel ingedrukt.

We hebben zorgteams nodig. Teams die ambulant ondersteuning bieden bij crisissen. Dat vraagt budget. Dat vraagt politieke draagkracht.
Zodat Sarah niet zes keer naar een politiecel moet. Zodat we niet schieten met kunststofkogels op een meisje dat moeite heeft om haar situatie en haar tonnen verdriet de baas te kunnen.

Privacy belet mij dieper in te gaan op de voorgeschiedenis. Maar neem het van mij aan: wanneer je daar geplaatst bent heb je als kind al heel wat merde en shit meegemaakt.
Daar helpen geen kogels om vertrouwen in mensen en omgeving te herstellen.
Daar zijn zorgteams nodig. Die tijd nemen. Die praten. En die luisteren.

SVN

Marokkaanse politie in Antwerpen

Breekt werkelijk uw Antwerpse klomp.

“Marokkaanse agenten binnenkort in Antwerpse straten” aldus Jambon. “Zij hebben ervaring met salafisten en kunnen dus hun ervaringen delen bij de Antwerpse politie om radicalisering tegen te gaan. Een soort Erasmus-uitwisseling voor agenten dus” , gaat hij nog verder als bevoegd minister.

Beste Jambon,

Over de veiligheidsdiensten en dus ook de politiediensten in Marokko weet ik wel wat. Sterker : heb me er enkele jaren grondig mee beziggehouden. Onderzocht heet dat bij ‘ons’ beroep. Jawel, ik zat opgeteld al 6 jaar in Marokko.

Er zijn om te beginnen al vier verschillende politiediensten.
Dat doet Koning Mohamed VI bewust en komt nog van zijn tiran-vader Hassan II. Een staatsgreep van eigen diensten probeert hij zo onder controle te houden.

Politiediensten, alle vier niveaus, dienen hun opleiding te volgen buiten hun woongebied. Corruptie ‘we vernietigen een pv van onze neef’ is er dagelijkse kost.

Om het toerisme niet aan die corruptie bloot te stellen zijn er twee vervoersmandaten: toeristenvervoer en lokaal vervoer.
Politie stopt géén toeristenvervoer, lokaal vervoer daarentegen wordt om de haverklap gestopt, zo verzamelen politie-agenten onder druk 20 tot 400 dirham (2 tot 40 euro) dat ze gewoon in hun zak stoppen.

De problematiek van de salafisten en terroristen valt volledig onder de inlichtingendiensten, die dragen geen uniform, die komen dus NIET in de straten van Antwerpen lopen.

Dat Marokko daar goed scoort, is enkel te danken aan een land waar klikkers tegen betaling veel meer rondlopen dan de vier politiekorpsen samen.
Ook omdat Marokko als magrebland op zeer goede voet staat met de Mossad, de meeste aanslagen worden dan ook door joodse inlichtingendiensten in Marokko voorkomen. Hun belangen in dat land zijn historisch en nog steeds heel groot, zie alle Mellahs in steden.

Het zou dus sieren geen slecht opgeleide én corrupte agenten uit te nodigen, al helemaal omdat ze echt geen salafisten zullen tegenhouden.
Integendeel, de echte radicale heerschappen mengen zich nét onder het gewone politiekorps in Marokko.

SVN