Dit was 2016

De nieuwjaarsbrief aan de vluchtelingenknuffelaar op Mo geeft hoop en geeft mij een dikke glimlach.

2016 was weer een jaar van vele ontmoetingen. Verhalen. Getuigenissen. Maatschappelijke tendensen waar we geen of nog geen antwoorden kennen.

Ik noteerde een pak verhalen vorig jaar. Met dank aan die mensen die de moed hadden hun verhaal te laten regisseren.
Niet simpel wanneer je in de krochten van diepe persoonlijke ellende graaft.

Zo was er Inge wiens zoon Rico gruwelijk vermoord werd. De kop ingeslagen met een hamer.
Ik poog altijd die details te brengen die vaak geen plaats krijgen in die krantenberichten waar de gruwel wordt gebracht en zelden de context of de achtergrond wordt geschetst.

Zo was Rico een zoveelste Jordy. Niet kunnen aarden in die boze wereld, een mama die hem – toen hij 18 jaar werd – niet meer kon vastbinden – spreekwoordelijk dan – en liet uitgaan, ook al waren het foute vrienden, ook al stond hij op een wachtlijst omdat hij niet zelfredzaam was, een psychiatrische problematiek had en autisme.
Begin december 2015 werd nogmaals door een arts met spoed gevraagd Rico te plaatsen in een residentiële voorziening, maar er was geen plaats. Wat later werd hij vermoord. Door iemand die onder strikte voorwaarden van justitie stond.
Die man zal nu voor Assisen verschijnen, de wachtlijsten van de zorg zullen hoogstwaarschijnlijk enkel tussen de regels worden vermeld.
Het meest was ik onder de indruk van de zusjes van Rico. Jonge tienermeisjes, goed omringd op school, enorm gesteund door verschillende klasgenootjes. Ze haalden een A-attest. In het jaar dat ze hun broer verloren.

En zo was er ook Edrin, 19 jaar. Een jongen die een peuter was toen hij naar België kwam, informatica studeert, in het Vlaams rapnummers maakt, nog een minderjarig broertje en zusje heeft die hier zijn geboren. Nooit, echt nooit heeft hij iets mispeuterd. Toch werd hij een week van zijn vrijheid beroofd, opgepakt door de politie tijdens de pauze op school. Reden : zijn ouders hadden 17 jaar geleden gezegd dat ze uit Kosovo kwamen en dat bleek Albanië te zijn.
Identiteitsfraude blijkt onder Francken plots een zaak waar verjaring niet meer geldt. En waar de erfzonde terug werd ingevoerd. “Uw ouders hebben gelogen ménneke, van ons erf”.

Edrin leeft nu ondergedoken, met dank aan een goed advocaat werd hij vrijgelaten. Toen ik hem opzocht zette hij koffie.
Hij presenteerde het met een koekje, klontjes suiker en een potje melk, alles op een dienblad.
Koffie die hij had gekregen van vrijwilligers. Vrijwilligers die deze mensen in stilte helpen. Zodat hij zijn studies kan afmaken en bij zijn vriendjes kan blijven.
Het was mijn meest betekenisvolle koffie van 2016.

Waar ik alleen maar “fuck off Francken” binnensmonds kon roepen. Daar zat dan een jongen die zijn hele leven hier heeft gesleten, met verve een nieuwkomersverklaring kan ondertekenen, zoveel potentieel heeft, studeert, Vlaams kan rappen….maar hij moest terug. Onze overheid had gesproken.

Wel ..niet in mijn naam.

En dan is er de nieuwjaarsbrief aan de vluchtelingenknuffelaar.
Corine wordt er bedankt. Omdat ze samen met Lut vluchtelingen helpt bij het OCMW en bij het afsluiten van een huurcontract.
Diezelfde Corine die ik ook heb bedankt in Humo.
Toen ik getuigde over Jordy.

Ik kan mij mijn leven niet voorstellen zonder sommige opvoeders.
Per slot van rekening hebben zij mij opgevoed als kind. Gezinsvervangend. Kennen zij als geen ander alle thuisgruwel en mijn zielenroerselen. Stonden ze er ook, onvoorwaardelijk, toen mijn zus voor de trein sprong.

Dag in dag uit leef je in zo’n instelling. Hoe kan je daar op 18 jaar zeggen “van ons erf, trek nu uw plan”?
Dit vraagt geen beleidsveranderingen, wél een noodzakelijke mentaliteitswijziging. Je kan daar niet op 18 jaar deuren dichtgooien.
Zeker niet bij die jongeren met een zware thuisrugzak, vaak ook afwezige ouders. “Zonder Corine of Oswald zou ik dit interview niet kunnen doen”, zei ik. Weten dat je ze altijd kan bellen is een enorme steun. Van onschatbare waarde.

Naar jaarlijkse gewoonte heb ik weer een weekje kerst en nieuw gevierd met een 40-koppige vriendenbende.
Corine was er ook.
Nabij. Altijd.

Het is meteen mijn vurige wens voor 2017. Dat we allemaal terug wat meer betrokken zijn, wat meer samenleven.
Dat we mogen samen streven naar een beleid waar aansprakelijkheid niet wordt weggewimpeld. Waar de mens en mens-zijn het mag halen van berekende methodieken en modules.
Waar we nabij zijn en minder afstand mogen kennen.

Fijn 2017 mensen.

SVN

Dwarsligger bij Jongerenwelzijn

September 2008. Naast mij zit A. (toen 28 jaar). Losgelaten in de psychiatrie, opgegeven in de zorg. Zo bleek toen.
A. is de zoon van psychopaat-moordenaar Andras Pandy.
Ik ken hem. Niet omdat ik hem wil kennen, maar omdat hij geplaatst werd in die voorziening waar ik ook door de jeugdrechter werd geplaatst.

Toen ik hem daar zo zag zitten, totaal ontredderd en niet zelfredzaam, brak er iets. Het besef dat voor vele zaken geen draaiboeken bestaan. In 1997 werd zijn vader gearresteerd, nog diezelfde dag werd A. naar deze Vlaamse jeugdvoorziening verkast met als opdracht “Identiteit voor de leefgroep afschermen, ondersteunen”.
Géén enkele opvoeder was hiervoor opgeleid. Géén enkele opvoeder kon toen inschatten hoe zwaar de feiten wel waren.
Pas later bleek dat A. moet thuis geweest zijn bij de moord op enkele van zijn zusjes, broertjes en moeder.
De identiteit moest worden afgeschermd in die leefgroep waar kinderen ook naar de radio luisteren en tv kijken. Waar zowat dagelijks bericht werd over alle gruwel van gevonden lijkresten in het horrorhuis, de ouderlijke woning van A.

Het gaf me die dag weer een zoveelste extra bewondering voor mijn opvoeders. Te horen hoe moeilijk die periode voor hen wel was. Ze deden het toch maar, ook al werden ze niet ondersteund door de hogere administratieve top.
Er bestond geen administratieve module, er was geen mogelijkheid tot contextwerking – tot daar de theorie – en er konden hier geen decretaal vastgelegde doelstellingen worden gehaald.
Je wist geen moord van zes familieleden. Zelfs niet met de beste zorgen.

Ik kwam in 2008 van een zoveelste reis. Tussen 1999 en 2008 zat ik bijna altijd in het buitenland. In shelters van kinderen, tussen kindsoldaten, in projecten van blinde kinderen in Tibet enz enz.

A. deed me beseffen dat ook in ons land nog heel wat werk is.
Hij was voor mij het sprekende voorbeeld dat er soms out of the box moet worden gewerkt. Géén enkel administratief kokertje kon zijn verhaal ondersteunen.

Ik begon me te verdiepen in alles wat er voorhanden was.
Pandy mag dan wel een mediagenieke naam zijn, er zijn helaas nog lugubere moorden en familiedrama’s waar kinderen betrokken zijn.
“Hoe ga je daarmee om?”

Zo botste ik op de ene verzuchting uit de sector na de andere. Dat kon een jeugdrechter zijn, een opvoeder, een verhaal van een kind.
Ik verzamelde alles en bracht twee beklemmende jeugdzorgreeksen met collega Raf Liekens. Hiervoor werden we genomineerd voor de persprijs, hierdoor werden hoorzittingen ad hoc georganiseerd in het Vlaams parlement.

Het was de aanzet van het nieuwe decreet integrale jeugdhulp. Helaas een decreet dat niet aan die verzuchtingen van het terrein een antwoord heeft geboden.

Op het terrein zijn vele mensen op. Gewoon op. Jeugdbrigade rolt van de ene lugubere vaststelling in de andere en zien geen gevolg bij de massa’s processen-verbaal betreffende kinderen in gevaar, CLB’s blijven maar a- en m-documenten invullen, ondertussen zijn deze lieve mensen enorm bezorgd over de betrokken kinderen en krijgen meer dan eens de documenten teruggestuurd omdat de hoogdringendheid van hun waarneming door het parket anders wordt gezien.

Kan je je dat inbeelden? Die mensen die als zorgcoördinator (bvb) het kind kennen, het kind hebben gehoord, de blessure van thuisagressie bvb met eigen ogen hebben gezien, krijgen van iemand die op een stoel zit en een verslag leest een document terug “niet hoogdringend”.

Het is maar één voorbeeld. Maar zo heb ik honderden voorbeelden, dagelijks.

Ik luister, plaats zowat 80 % als kennis in het vakje ‘onthouden maar niet voor media, intern proberen oplossen’ en wat echt te ver gaat en over structurele problemen gaat, kinderen die thuis zitten met een beperking bvb en geen hulp krijgen waar ze recht op hebben, publiceer ik via verschillende mediakanalen.

Zo durf ik ook zonder ijdel te zijn stellen dat de laatste jaren zowat elk verhaal dat media haalt mij bekend is.
Ik ben de enige journaliste die het meisje met de teddybeer op de trappen van het justitiepaleis kent, ik ben de enige journaliste die nu via de entourage regelmatig informeert hoe het met het 13-jarig meisje gaat dat in groep werd verkracht.

Ik kan gezichten plakken op deze verhalen.

Dat ik hierdoor regelmatig bots met het agentschap is een feit.
Als ik in een krant een inspectieverslag zie verschijnen, ingeroepen als verschoningsgrond, vind ik het mijn taak op de rem te staan en te zeggen ‘Hallo? Dit inspectieverslag gaat NIET over de voorziening waar de feiten hebben plaatsgevonden. Waar slaat dit op?’ En ga zomaar door.

Een stijl die duidelijk niet getolereerd wordt.
Voorkeur gaat naar journalisten die naar de geplande persontmoetingen komen, keuvelen met de Cava in de hand en zeggen wat de administratie graag heeft dat wordt gezegd. “Dat het decreet goed werkt, dat er slechts enkele problemen zijn met de a-documenten, dat er budget zal komen voor kinderen met een beperking”.

Ik heb iets te veel gehoord wat er zal gebeuren en gaat komen.
Deze week is het de verjaring van de zelfmoord van mijn zus.
Zij besloot dwarsligger te zijn op de treinsporen.
Omdat ooit een administratief kokertje besliste dat ik moest worden geplaatst en beschermd voor mijn gekke moeder en zij wel bij mijn moeder kon blijven.
Dat is nooit meer recht te zetten. Daar is niemand schuldig.
Het was haar keuze.
Maar mijn keuze is het sindsdien nog meer : ook ik zal dwarsligger spelen. Nooit letterlijk, maar met mijn pen.
Zolang de administratie prachtig zorgpersoneel blijft wurgen en de administratie zoveel tijd in beslag neemt waardoor kinderen veel te lang in dit land wachten op hulp.

Voor die verhalen heb ik geen woordvoerder van een administratie nodig, mijn woordvoerders zijn dé mensen, dé opvoeders, dé pleegouders, dé kinderen. Zij die nog voor de menselijke kant zorgen in ons jeugdzorgsysteem.

Waarvoor tonnen respect. Dat zal ik blijven herhalen.

SVN

Open brief aan Casuals Belgium United

Het is gebeurd. Kranten werden op Paasmaandag gedrukt. En het staat er nu, in de krant.
Media, voor jullie zaak hier linkse media genoemd, waren jullie grootste vijand van jullie protestmars. Zij hebben jullie afgeschilderd als extreemrechtse fascisten, dat zijn jullie niet, zeggen jullie, argument “We hebben onder onze hooligans ook Marokkanen en Turken, we wilden hulde brengen aan de slachtoffers van terreur”.

Dat laatste wil ik meteen geloven. De terreur van vorige week, de menselijke ravage, was van een dusdanige gruwelijke omvang dat elke weldenkende mens, los van strekking, dit unaniem afkeurt.

Dat jullie dus rouwen om de slachtoffers wordt niet in twijfel getrokken. Dat jullie dat wilden tonen aan de Beurs ook niet. Nogmaals : elke mens voelt mee en kan alleen maar gruwen bij de IS-gruwel. Hooligans of niet.
Niemand die dus maar beweert dat felle voetbalsupporters niet zouden rouwen, integendeel, in Parijs was een voetbalwedstrijd het epicentrum van de degoutante aanslagen.

Jullie verweer circuleert met een getuigenis van Rudy S. Hij beweert dat het linkse mensen waren die moeilijk begonnen doen, de provocatie opzochten. Jullie uitdaagden, blijkbaar.

De getuigenis gaat sociale media rond. Twee kampen worden gevormd, believers en non-believers van deze getuigenis.

Binnen enkele dagen is het 10 jaar geleden dat Joe Van Holsbeeck vermoord werd in een overdruk Brussels Centraal station.
Het waren professionele politiediensten die getuigenissen optekenden. Geen enkele getuigenis kwam overeen. Iedereen had wel iets anders gezien, iets anders ervaren. Zo blijkt het vaak te werken in een massa. Het maakt dat één of enkele getuigenissen wereldkundig mogen worden gemaakt, maar daarom de ervaring van anderen niet tegenspreken.

Terug naar gedocumenteerde zaken dus. Sommigen waren zondag aan de Beurs echte vechtersbazen, vernielden zaken, en deden een Hitlergroet.

Zij én alleen zij waren dus jullie grootste vijand, Casuals Belgium United.
Ik had dus graag een sterk statement van jullie gelezen, een sterk afkeuren waarbij jullie met de beelden door jullie eigen telefoons de volle medewerking aan het gerecht geven, jullie publiek zeggen dat jullie die vechtersbazen mee zullen ontmaskeren, jullie de mensen met de Hitlergroet uit jullie clubs zetten.

Ik merk er helaas echter niets van. De getuigenis van Rudy S. wordt ondergesneeuwd door verderfelijke extreemrechtse propaganda op jullie sociale media-sites. Propaganda die in volle glorie en met veel likes blijft staan.
Media en Ivan Mayeur zijn blijkbaar ergere vijanden dan mensen die tijdens een hulde aan slachtoffers van de ergste gruwel het in hun hoofd halen de Hitlergroet te brengen en op mensen te motten.

Ik dacht het niet, Casuals United Belgium.

Objectief berichten mag ook in een smeekbede zitten om afstand nemen van die enkelen die jullie protestmars hebben gehackt.
Ik wacht.
Pas dan zal ik met plezier jullie aanmoedigen bij een volgende protestmars.
Maak dat doelpunt, komaan.
Zorg dat al die degoutante propaganda verdwijnt. Dat geweld door jullie massaal en publiek wordt afgekeurd.
In naam van de voetbalsport. In naam van alle slachtoffers van terreur.

SVN

Keulen

Het was enkele jaren geleden.
Eén grote binnenkoer, de poort naar binnen gaf meteen uit op deze binnenkoer vol starende blikken. Ze hoorden het piepende ijzeren geluid van de poort en keken allemaal mijn richting uit.
Er komt niet elke dag een ‘blanke’ op bezoek.
Een 300 personen zaten er gepropt op weinige vierkante meters.
Geen bewaker te bespeuren. Die komen zelden of nooit binnen.
Die blijven buiten voor de poort, met een Kalasjnikov.
Of dat geweer nu onbruikbaar of bruikbaar is, de bewakers nog minderjarig, jawel, minderjarigen met een geweer in de hand, het zijn er allemaal ‘onbelangrijke details’.

Minderjarigen, vrouwen, mannen, militairen en civils : ze zaten allemaal samen opgesloten. Op die binnenkoer van weinige vierkante meters.
Het rook er naar ziekte, naar urine, naar de dood.
Het was malariaseizoen, verschillende gevangenen lagen in een smurie aarde-urine met 40 graden koorts.

In de hoek zaten twee meisjes. Ze wisten hun geboortedatum niet, maar ze dachten ongeveer 11 en 13 jaar.
Ze begonnen te vertellen. En ik noteerde. Dat ze verkracht waren door hun buurman. Dat met hun klacht niets was gebeurd.
Dat ze dan maar zelf naar de hut van de man waren gestapt.
En de bananenbladeren – die voor dakbeschutting diende – hadden weggetrokken.

Ik had toestemming van de directeur om deze interviews af te nemen.
De meisjes hadden nog geen advocaat gezien, waren buiten de vaststelling van de lokale politie “ontvreemding van eigendom” nog niet opnieuw gehoord.
Ik ging later die middag hun dossier inkijken in het justitiehuis. Of wat in Noord-Kivu, Oost-Congo moet doorgaan voor een justitiehuis. Het is een stenen huis met twee ruimtes, 1 tafel en wat stoelen en wat gestapeld papier.
Die kleine stapel ‘dossiers’ was alle info van de 300 gevangenen wat verder op die binnenkoer van weinige vierkante meters.

Het dossier van de meisjes was 1 velletje. Jawel. 1 velletje.
En het stond er zwart op wit : “ontvreemden van eigendom van hun verkrachter”. Dat was het misdrijf.

“En wat met de verkrachter?” vroeg ik.
“Hoezo?” ….het leek wel of het rare vraag was.
“Die zit gewoon thuis hoor”

————-

Ik moest deze ochtend terug aan deze ontmoeting denken.
Het zijn er wel wat in al die jaren.
Wereldwijde ontmoetingen van kinderen en vrouwen, in gevangenissen, in vluchtelingenkampen, in shelters.

Waar ik maar een onnozel pionnetje ben, in een groot wereldwijd netwerk om vrouwen- en kinderrechten aan de kaak te stellen bij lokale overheden.

Steeds kwam ik terug van al mijn reizen, of het nu Congo, Burundi, Guatemala, Myanmar, Nepal, Marokko, ….was met de gedachte : “hier zijn vrouwen en kinderen gelukkig beschermd. Hier legt m’n gelukkig geen schuld meer bij de slachtoffers van aanranding of verkrachting.
Hier leggen we de schuld niet meer bij die clichés : vrouwen en kinderen moeten maar niet uitdagend zijn”.

Dacht ik.
Vandaag hoor ik het in Keulen donderen.

SVN

Open brief aan Daniël Termont

Geachte burgemeester,
Beste Daniël,

Toen ik na jaren in Gent in Ledeberg kwam wonen was mijn eerste contact met de buurt een politiecombi voor mijn deur.
Dat kan gebeuren. Het was een smalle straat, combi op de stoep.
Ik werk vaak thuis en schrijf al jaren graag voor het raam.
Ik zag dus geregeld politie, dan met combi, dan met fiets, dan te voet aanbellen, steeds bij de overbuur.

Wat later maakte ik een onderzoeksreportage over het gevangenisvervoer.
Wijlen Patrick De Witte was toen mijn hoofdredacteur. Hij moedigde mij aan zeker ook Gent hierin te betrekken. U weet dat, PDW woonde maar een beetje verder.

De resultaten waren lichtjes hallucinant. Er waren maar enkele celwagens ter beschikking. En dat voor heel Oost- en West-Vlaanderen.
Gevolg, een taxibedrijf, dat overigens om de haverklap van zaakvoerder verandert, werd tot verschillende keren per dag opgevorderd.
Het veiligheidskorps van FOD Justitie moest dagelijks, jawel dagelijks, bijstand vragen aan de Gentse politie.

“Wij kunnen ons werk niet meer doen, mevrouw. Het gaat zelfs zo ver dat we het kantoor van Ledeberg soms moeten sluiten omdat we gevangenen naar het justitiepaleis of naar het ziekenhuis moeten vervoeren met een taxi”, getuigde Gentse politie.

En zo geraakten we aan de praat. We spraken over mijn overbuur.
Een man van ex-Joegoeslavië die na jaren in de psychiatrie alleen mocht wonen en steeds denkbeeldig inbrekers zag.
Hij belde om de haverklap de politie “er zit iemand in mijn dakgoot”, “er zit iemand onder mijn bed”.
Steeds met tonnen, jawel tonnen, geduld kwamen politiemensen ter plaatse en kalmeerden ze de man. Checkten ze zijn huis en gingen ze verder.
Enorm respect voor de politie is hier op zijn plaats. Gevangenen vervoeren is hun taak niet, maar zonder morren vullen ze een federaal tekort in, telkens opnieuw gaven ze de overbuur een hand “wat scheelt er, meneer?”

Ik ben daarna verhuisd. Maar bleef in Ledeberg. Op dit uur hoor ik het vertrouwde geluid van kinderen die hier op het plein naar school gaan.
ik woon nu exact 25 meter van de slager waar Zouzou Ben Chikha werd gecontroleerd.

Een buurt waar het fijn vertoeven is. Waar nog carnavalmuziek kan klinken tot 3 uur ’s nachts zonder het morren van buurtbewoners over nachtlawaai.
Waar mijn fijne overbuur nog een echt volkscafé openhoudt “Het Achturenhuis” waar oudjes hun koffie komen drinken.
Waar ze met auto’s verzamelen op het plein op vrijdag- en zaterdagnacht, met muziek uit de wagens.
Waar tieners terechtkunnen in een park met skateramp en ruimte om te sjotten, te basketten, een bbq kunnen houden.
Waar tientallen nationaliteiten bij elkaar wonen. Er Turkse bakkers, Marokkaanse slagers, Frietchinesen, Nepalese nachtwinkels en een Vlaams Bikerscafé – pur sang – vlak bij elkaar liggen.

“We hebben Ben Chikha gecontroleerd door het Overlast Team omdat hij er verdacht uit zag”. Argument : hij keek in een auto en had een kap op.

Als het regent , beste Daniël, heeft zowat iedereen hier een kap op.
Dan loopt het hier als ik uit het raam kijk vol kappen.
Paraplu-minded is mijn buurt niet.
In de wagen kijken? Wel, ik heb geen hoofd van een dief. Maar in een wagen zoek je naar radio’s, een vergeten jas of handtas.
Niet naar zakjes drugs, me dunkt. Het verklaart dus geenszins, na deze uitleg van de politie, dat hij ook nog eens sokken en schoenen moest uitdoen “omdat ze daar drugs in verstoppen”.

En het verklaart al helemaal niet dat er nu geen excuses volgen. Geen uitleg.
Het is de ziekte van onze tijd. Hoffelijkheid, is dat zo moeilijk?

Niet alleen Ben Chikha is daardoor ontgoocheld.
Maar door die krampachtige houding ‘wij hebben als politie niets fout gedaan’ worden onterecht ook andere politiemensen in diskrediet gebracht.

En daar ben ik nochtans getuige op de eerste rij dat de meerderheid van het Gentse korps tonnen, jawel tonnen, geduld en vriendelijkheid kent.

Doe er wat aan Daniël. Het is nog niet te laat voor een “Sorry Zouzou”

SVN

Ethnic profiling?

En hoe de afschuwelijke moord op een huisarts een ernstig maatschappelijk
debat waard is. Of mogen we hier geen ethnic profiling gebruiken? Is het weer ‘puur toeval?’

Maar eerst : sterkte aan alle familie, buren, kennissen en vrienden van de huisarts. Zij moeten door een hel gaan. Voor hen zou ik nog mijn mond willen houden, stilte willen vragen in media, maar dé zaak is té ernstig en zegt zoveel over onze ganse veiligheid- en justitiesysteem dat op zijn gat ligt.

De vermoedelijke dader was gekend bij het gerecht. Tot daar niet zoveel aan de hand. Gekend bij het gerecht kan je ook met een kleine veroordeling van jaren geleden zijn. Maar hij staat gekend voor zware feiten. Voor bedreiging aan een agent bvb. Voor bedreiging aan derden. En dat met wapens.

En sterker : twee weken geleden vonden ze nog wapens en goud bij de man.
Zware wapens volgens sommige kranten.
Jawel, tijdens een huiszoeking vonden ze wapens. Twee weken geleden.
Maar de man zat thuis.

Wil iedereen eens twee weken geleden in de context plaatsen?
Dat is na Verviers. En ja, na Parijs.
Onder terreurdreiging 3 dus.

In een post-Parijs-tijdperk waar politiediensten zich onbeschoft gedragen tijdens een controle van Montasser, in een post-Parijs-tijdperk waar Yassine met zware wapens op hem gericht verkeerdelijk wordt gearresteerd, in een post-Parijs-tijdperk waar vijf jongens onder de 14 jaar in commandostijl op de grond worden gegooid voor het vermoedelijk stelen van een fiets, en tal van andere voorbeelden, jawel, in dat tijdperk lieten ze een man die al gekend staat en veroordeeld is voor wapendreiging VRIJ na het vinden van wapens in zijn huis. Wapens tijdens terreurniveau drie dus.

Maar hey, hij heet Danny S.
Niet Mohamed, Rachid of Abdelkarim.

Alles gezegd.
Of nee toch niet : stop met mensen wijs te maken dat jullie diensten alles onder controle hebben meneer Jambon en minister Geens.

In naam van de nabestaanden van de huisdokter, dit is onaanvaardbaar.

SVN

De kracht van verandering

Ali Mohammed Al-Nimr is in Saoedi-Arabië ter dood veroordeeld omdat hij heeft deelgenomen aan een demonstratie voor meer democratie. Hij was pas 17 jaar oud toen hij in 2012 werd opgepakt voor zijn ‘vergrijp’.
Hij kreeg geen advocaat, geen open proces maar er werd beslist dat hij zal worden gekruisigd en daarna onthoofd.
Misdaad : hij pleit voor meer democratie.

Amnesty en verschillende organisaties zetten alles op alles om dit wereldwijd aan te klagen.
Roepend in de woestijn mijns inziens.

Ondertussen heeft dit machtsregime zichzelf binnengewerkt in de mensenrechtenraad van de Verenigde Naties. Een belangrijke post. Daar waar ook over uw en mijn rechten wordt beslist. Rechten waar jaren en jaren voor gestreden is.

Het recht op een waardig bestaan bvb, recht op een dokter wanneer je geen geld hebt, recht op eerlijke processen en recht op verdediging wanneer je een misstap begaat, het recht op een uitkering om te eten, het recht op bescherming wanneer je vlucht voor oorlog, jawel, die Conventies waar de laatste tijd door sommige politici zo luchtig over gedaan wordt.

Dit regime breidt met macht verder en verder uit.
Zo krijgen ze vrij spel om miljarden, jawel, miljarden te investeren in de Antwerpse haven.
Daar moet geen tekening bij gemaakt dat ze op die manier ook wettelijke deals zullen sluiten, impact hebben op onze lokale beleidsbeslissingen.
Naïeve honden zijn we als we anders denken.

Ondertussen blijven we leuteren over Franse boeken in Vlaamse bibliotheken.
Wat een schande voor eigen cultuur zeg. Verbranden die hap.

Zetten we enkele meters verder dan dat Saoudische monsterproject in de Antwerpse haven- alsof zij zich aan arbeidsvoorwaarden zullen houden en zich iets aantrekken van mogelijke boetes, ze zijn schatrijk – militairen en bewapenen we politie met oorlogstuig. Ah ja, we moeten de vijand toch buitenhouden.

Welke vijand Vlaanderen?
Die klote-gevaarlijke IS die mensen onthoofden?
Of de Saoudi’s die volgens hun wetten ‘legaal’ mensen en minderjarigen onthoofden omdat ze voor democratie pleiten?

Inderdaad. IS dus. Terecht moeten we dat bestrijden.
Voor de Saoudis leggen we de rode loper van het Schoon Verdiep naar het Delwaidedok “Welkom heren”

Kracht van verandering, anno 2015, zeker?

SVN