Kan de waanzin worden gestopt binnen jeugdzorg?

Wat een kaakslag voor zoveel radeloze ouders.

Het was 2006. Ik interviewde jeugdrechter Martens, een oude rot in het vak: “Wat me vooral stoort is dat we al jaren opnameplicht in de kinderpsychiatrie hebben gestemd, maar die wet nog steeds niet in uitvoering zit. Dat is nochtans dringend nodig”

Einde verhaal. 11 jaar later is er nog steeds geen opnameplicht.
En als er al een collocatie wordt uitgesproken voor een minderjarige – verplichte opname 40 dagen – zitten deze kwetsbare meisjes en jongens meestal tussen de volwassenen.

Het is bikkelharde realiteit op het terrein. Ouders die jaren en jaren om hulp smeken, ten einde raad zijn, maar waar geen antwoord komt.

Op dit moment heb ik al maanden dagelijks een mama op de chat.
Haar dochtertje werd op jonge leeftijd verkracht door een buurman.
Nu dit meisje in de pubertijd zit worstelt ze met heel veel zaken, snijdt ze in haar armen, spreekt ze over ‘uit het leven stappen’, krijgt ze agressie-aanvallen binnen het gezin en is ze om die redenen definitief geschorst van school.
24 op 24 zit dit meisje thuis, 24 op 24 leeft de mama in angst dat haar dochter zichzelf of iemand iets zal aandoen.
Het dossier is PRIOR aangemeld, we tikken nochtans al weken en weken en alle hulp blijft uit.

Zo zijn er een pak kinderen die binnen hun autismespectrum of met een zwakke begaafdheid – jawel, mentale handicap – ook crisissen krijgen. Stel dan eens een hulpvraag!
Jaren, u leest goed, JAREN is het vaak wachten op thuisbegeleiding of gepaste therapie of ambulante niet-schoolse ondersteuning.

Kinderen worden ouder, worden fysiek sterker, krijgen ook nog eens de pubertijd in hun hoofd, prikkels van eerste verliefdheid die ze niet kunnen plaatsen en het loopt fout.

En dan sta je daar weer machteloos als ouder. Gevolg : jeugdrechters krijgen plots dit dossier op hun bureau en kunnen niet anders dan deze kinderen met een ernstig psychiatrische zorgvraag of Vlaams fondsnummer ‘kind met een handicap’ plaatsen in de gesloten gemeenschapsinstellingen. Die hebben namelijk opnameplicht.
Jawel, zo belanden deze kinderen tussen misdrijfplegers waarvoor deze gesloten instellingen dienen.

En wat doet N-VA nu op de voorpagina van De Standaard. “We hebben een high risk security nodig voor kinderen met autisme die feiten plegen, voor kinderen met een mentale handicap, voor kinderen die we als volwassenen ontoerekeningsvatbaar zouden verklaren”.

Wat een kaakslag in het gezicht van zovele radeloze ouders die al jaren een hulpvraag stellen.

En wat een verdraaien van de feiten. N-VA voelt zich namelijk gesteund door een rapport van psychiaters in Everberg.

Bullshit, N-VA.

Waar deze psychiaters vooral het accent leggen is een grote bede voor preventieve maatregelen, sneller ondersteunen zodat deze tieners NIET in Everberg belanden.

Dit is werkelijk te grof voor woorden. We laten de boel etteren bij een zorgvraag op jongere leeftijd, dat bij kinderen met een beperking of psychiatrische problematiek, en als ze dan door het falen van het systeem in Everberg belanden gaan we nu nog eens pleiten voor een high risk-instelling – zelfs Dutroux zit momenteel niet meer high risk – voor deze kwetsbare tieners.

Daar heb ik nog maar één ding op te zeggen : FUCK OFF.

SVN

Advertenties

1 2 3 4 5 6 7 8 …

Dag Lena (schuilnaam),

Wat een dag was dit vandaag.
Deze morgen was het zitting over jou op de jeugdrechtbank.
Dat weet je niet want onder de 12 jaar word je door die grote meneer niet gehoord.
En er werd beslist dat je eventjes terug naar de mama mag.
Straf hé?
Ja, die mama waar je – amper drie jaar, net naar de kleuterklas – werd weggehaald.
Bijna 8 jaar woonde je in De Notenboom (schuilnaam).
Dat gezinsvervangend tehuis, oeps Lena, begeleidingstehuis moeten we zeggen. 8 jaar.
Dat is 1 2 3 4 5 6 7 8 jaren. Bijna heel je leven.
Dat kan je tellen hé? Ja, dat weet ik. Straf hé? Maar dat kan ik afleiden uit jouw verslagen van jouw speciaal schooltje.
Speciaal schooltje voor speciale kindjes.
Daar werken ze één op één, omdat je heel wat thuisbagage hebt, en ook wat stemmingswisselingen.
Het is ook heel wat geweest die eerste levensjaren.
Onveilige thuis, schrijft die grote meneer die je nooit ziet daarover elk jaar in zijn groot boek vol papieren.
Dinsdag zat je er nog aan de ontbijttafel, nietsvermoedend. Ah nee, het was je thuis.
Al die jaren. 1 2 3 4 5 6 7 8 jaren.
Tel maar. Dat weet ik, dat je dat heel graag doet.
Het was ook al die jaren de thuis van jouw grote broer.
Altijd bij jou.
Die is gisteren wat agressief geworden, Lena.
Dat weet je ondertussen wel. Je kent jouw broer.
En daarom was het genoeg voor de voorziening. Zo plots, knip, 1 knip en genoeg.
Straf hé, zo plots na 1 2 3 4 5 6 7 8 jaar.
En dan gaat het allemaal heel snel met die grote mensen Lena.
Dan haalt een vreemde vrouw jouw kleertjes weg in jouw kamertje.
Waar je 1 2 3 4 5 6 7 8 jaar hebt geslapen.
En dan wordt er veel gebeld. Niet met die losse telefoons in de hand.
Nee, nog met zo’n vaste toestellen naar grote gerechtsgebouwen en diensten en diensten en diensten.
Weet je hoeveel diensten er zijn Lena?
Wel, die kan jij echt niet tellen. Dat zijn er zoveel tot aan de zon en terug. Veel meer dan 1 2 3 4 5 6 7 8.
En toch vonden al die diensten geen plaats.
Je staat nu op een wachtlijst.
Na uren tevergeefs bellen. Wel 1 2 3 4 5 6 7 8 voorzieningen hebben ze vandaag voor jou gebeld. Straf hé?
Tot de wijzer van de klok tikte en aangaf dat de dienst van die grote meneer jeugdrechter erop zat.
En dan hebben ze in spoed beslist dat je even terug naar de mama gaat.
Pas op, in dat grote boek van die grote meneer staat dat dat onveilig is.
Maar ze gaan proberen dat nu in 1 2 3 4 5 6 7 8 dagen op te lossen.
Je mag dus plots na 1 2 3 4 5 6 7 8 jaren terug 1 2 3 4 5 6 7 8 dagen bij jouw mama slapen. En misschien wel zoveel dagen tot de zon en terug.
Omdat die grote meer jeugdrechter geen plaats heeft gevonden.
Pas op, hij heeft wel 1 2 3 4 5 6 7 8 keer heel erg gezucht.
Het gaat je goed in dat vreemde bedje nu bij jouw mama Lena.
Ik kan nu alleen maar 1 2 3 4 5 6 7 8 keer heel hard huilen. Omdat ze niet een klein beetje met jou hebben gesold vandaag. Maar tot aan de zon en terug.

Vlaamse jeugdzorg, anno 2017.

SVN

Vaarwel, mijn maatschappij, mijn moeder, mijn zussen, mijn land

Hij zit al een tijdje in de gevangenis.
Geen opmerkingen in verslag, geen chef in deze gevangenis die ook maar een slecht woord kan zeggen over zijn gedrag achter tralies.
28 jaar is hij en op de leeftijd van 4 jaar kwam hij naar België. Zijn zussen werden hier geboren en kregen de Belgische nationaliteit, hij had daar ook recht op maar zoals zovelen zag hij het belang niet van zo’n document. Hij voelde zich thuis. Zijn ouders hadden dat nooit geregeld en waarom zou hij? Hij was met alles in orde.
Hij was twintig toen hij in een gevecht terechtkwam. Het ging razendsnel, zo bleek bij de reconstructie.
Twee vrienden sloegen een man dood, hij verwondde een andere man, vriend van het dode slachtoffer.
Hij werd in eerste aanleg even streng veroordeeld als zijn twee ‘vrienden’. Nochtans was duidelijk dat hij met de doodslag niets te maken had. Die man had hij niet aangeraakt.
Maar goed, hij wil zijn aandeel niet minimaliseren. Hij heeft een andere man ernstig verwond. (Is gelukkig helemaal goed gekomen).
Hij ging in beroep maar kreeg in beroep nog een zwaardere straf.
Verschillende jaren effectief voor poging tot doodslag.

Hij kwijnde weg van schaamte, schaamte tegenover zijn moeder.
Zijn – ondertussen – gestorven vader.
Zijn zussen.
Maar hij herpakte zich en vroeg bemiddeling aan in strafzaken.
“Ik wil mij tegenover mijn slachtoffer excuseren, een afbetalingsplan opstellen, mijn plicht nakomen”.
En dat deed hij, met de hulp van C.
Zij werkt al jaren als bemiddelaar tussen daders en slachtoffers.
En dan is er plots die brief van Dienst Vreemdelingenzaken.
“Door uw delict bent u niet meer welkom. Wij starten de procedure ‘terug naar thuisland en inreisverbod van 10 jaar’.”
Gevolg : alle bemiddeling wordt stopgezet, zijn reclassering is niet meer nodig, in de cel, wachten maar. “uren tellen tot uitzetting”, klinkt het.

C. doet al jaren strafbemiddeling. Al jaren.
Ik krijg nu een emotionele oproep.
“Saskia, ik spreek je niet aan als bemiddelingsconsulente want dan pakken ze mij nog op mijn beroepsgeheim. Ik schrijf je als mens. Eén keer in Marokko zal Karim niet meer aan zijn bemiddeling kunnen werken met zijn slachtoffer. Zal hij niet of veel minder kunnen terubetalen van de schadevergoeding.
Hij spreekt de taal niet, kent niemand in Marokko. Ergens een verre neef zou daar nog leven. Zijn moeder en zussen wonen hier, hebben hier hun netwerk en sociaal leven. Kan dit zomaar? Liefs, C.”

Na de mail las ik in de ochtendkrant de zoveelste kippendiscussie tussen Geens en Homans. Kakelend voor ‘eigen gelijk eerst’.
Over erkennning van moskeeën in ons land.
Weer die negatieve sfeerschepping. Weer die angst die je niet zou verwachten van bestuurders in een regering. “Wat als we een moskee erkennen en iemand van de moskee daarna een aanslag pleegt?”

Ik ken ze niet. Maar ik denk aan de moeder en twee zussen van Karim in Borgerhout. Het zoveelste gezin waarvan een broer zonder pardon wordt uitgezet.
Ja, zijn daad is erg. Ja, hij deed een misstap.

Maar hoe kunnen we verwachten dat we samenleven, dat mensen met andere roots onze normen en waarden overnemen, respect hebben voor gezagdragers, argwaan bij die gemeenschappen bannen wanneer we ons blijven opstellen als superieur “Ge zijt hier welkom maar als gij een misstap of crimineel feit pleegt kunt ge oprotten. Enkel eigen criminelen eerst. Al leeft ge hier al 24 jaar. Of uw moeder en zussen nu Belg zijn of niet”? Hoe?

We zijn echt niet goed bezig mensen. Echt, echt niet.

SVN

Te lakse jeugdrechters, Hans Bonte?

Jawel, ik spreek u weer aan want u zit pal op mijn stokpaardje, dàt wat ik nu al jaren in de praktijk – dus mét de gastjes, ze komen tot bij mij thuis en ik bij hen – onderzoek.

“Het valt op bij de analyse van de terroristenlijst dat onze veiligheidsdiensten al op heel jonge leeftijd deze jongens in beeld hebben maar er vervolgens niet in slagen hun voorspelbare levensevolutie te kenteren”.
Oorzaak volgens u vandaag in De Zondag : “1. Ontoereikende jeugdhulpverlening; 2. een veel te nonchalante jeugdbescherming en 3. veel te lakse jeugdrechters”.

Met punt 1. ben ik het meteen volmondig eens. Het is bedroevend en onverantwoord hoe we ernstig tekort schieten bij een pak kinderen in grote nood.
Met punt 2. en 3. ben ik het volmondig oneens.
Onze jeugdbeschermingswet is streng genoeg, echt wel en jeugdrechters zijn nooit laks wanneer ze een geradicaliseerde of ontspoorde jongen (ook meisjes) voorgeleid krijgen.

Dé pijnpunten Hans zitten veel dieper en zijn véél complexer.

Zo ken ik een meisje, tienermama. Bij haar werd het CO3-project opgestart. Jawel, dat orgaan waar ze ernstig geweld binnen een gezin proberen stoppen met drie actoren : welzijn, politie en justitie.

Zij had een contactverbod met de papa van het kindje. Die zat voor zware (gewapende overvallen enzo) misdaaddossiers in de gevangenis.
Het meisje werd echter onder controle C03 bedreigd en geïntimideerd door zijn entourage.
Gevolg : CO3 kwam op huisbezoek, ze zei dat alles in orde was, uit angst zei ze niets meer.
En elke woensdag en zaterdag bleef ze met haar kindje naar de gevangenis gaan. Daar weten ze niets van contactverbod.
De onderzoeksrechter kan die bezoekbeperking doorgeven aan de gevangenis, maar het heerschap van de misdaad zat in strafuitvoering, geen onderzoeksrechter meer en niemand anders die de gevangenis had ingelicht over het contactverbod.

Ik ga verder. Nog een persoon die onder CO3 stond.
Werd ernstig bedreigd door schietgevaarlijke personen gekend bij justitie.
Weer waren de verslagen van CO3 positief.
Deze mensen van C03 kwamen op woensdag langs, ik op vrijdag.
Bij bezoek zag ik meteen dat er iets was met de deur.
De houten deurkader zat duidelijk enkele centimeters uit de muur getrokken.
“Hoe komt dat?” vroeg ik.
Na veel trekken en sleuren kreeg ik de uitleg.
Die maandag was POSA binnengevallen, speciaal ondersteuningsteam bij politie en met de stormram.
Deze persoon had onder bedreiging iemand met een Kalasjnikov onderdak gegeven, dat terwijl C03 liep, dat terwijl er twee basisschoolkinderen in dit gezin waren.
De man werd gearresteerd en aangehouden.
Hou u vast : CO3 wist NIETS. NIETS. Ze hadden de schade aan de deur ook niet gezien. CO3 werkt met de lokale politie samen, het was een geheim dossier zware misdaad van de federale speurders.

Waarom geef ik daar twee voorbeelden : omdat dat de fameuze samenwerkingsprojecten tussen welzijn, justitie en politie zijn.

En weet u nog Hans, dat ik u om 19 uur ’s avonds belde?
Een stadscrèche in Vilvoorde had de opdracht van de federale om de volgende dag kleren en eten te voorzien voor een kindje van 1 jaar.
Ze zouden de volgende dag in een geradicaliseerd gezin binnenvallen. Onderzoeksrechter wou niet wachten met huisinval en ze wisten vooraf door de aanwijzingen in het dossier dat én de vader én de moeder zouden worden aangehouden en ze vonden géén crisisplaats voor het kindje bij jeugdzorg.
Dan maar een crèche aanspreken, terwijl uw diensten van niets wisten. Een crèche verwittigen terwijl de huisinval strikt geheim moet blijven. Kafka was het.

Ik kan zo blijven doorgaan.
U hebt dus groot gelijk dat er meer moet samengewerkt.
Maar dat geldt ook tussen lokale en federale politie.
Dat geldt ook voor het parket dat maar al te vaak zaken laat aanmodderen en veel te laat een jeugdrechter vat.

De jeugdrechters viseren – die moeten wachten op mandaat parket – en de jeugdbeschermingswet strenger maken is dus écht niet aan de orde.
Andere katten te geselen Hans.

SVN

Open brief aan Hans Bonte

Beste Hans Bonte,

‘Wereldvreemde rechters’ zegt u vandaag in De Standaard.
U doet dat aan de hand van een voorbeeld van een jongen in Vilvoorde. Zijn broer stond op de lijst van Foreign Terrorist Fighter, de jongen dweepte met een IS-vlag, verzuimde school, begon met kleine delicten en – ik citeer – “de jeugdrechter bougeerde niet”.
“Vooral bij de rechters van de Franstalige rechtbank zien we dat”, voegt u er nog aan toe.

Daarnaast doet u een oproep voor betere informatiedoorstroming binnen politie- en veiligheidsdiensten en vraagt u dringend een ‘gekleurder’ politiekorps. “Voer desnoods quota in.”

Mag ik een stap verder gaan? Waar kennen we één ‘gekleurde’ jeugdrechter? Waar?

Kijk gewoon naar Antwerpen. Daar werd er maanden en maanden géén opvolging gevonden voor twee jeugdrechters die 1 september zijn vertrokken. Elk met een 500 dossiers! Got the picture? Jeugdrechters die er zitten zijn vaak op leeftijd en eerder weggemoffeld op andere rechtbanken wegens ‘onderzoek valsheid in geschrifte’, bijv.

Ook dat is een bikkelharde realiteit die we niet of amper durven benoemen. Ergens begrijpelijk want het geeft een onterechte blaam naar die jeugdrechters – gelukkig de grote meerderheid – die met hart en ziel elke dag de beste zorg trachten te vinden voor een kind.

Wie ben ik om u tegen te spreken? Buiten dat ik ook de jeugdrechtbank in Brussel (en na de splitsing Halle-Vilvoorde) poog te volgen.
Ik ken er géén enkele jeugdrechter die bij een IS-vlag en bij problematisch spijbelgedrag, zeker in combinatie met kleine delicten, een jongen blindelings terug naar huis stuurt.
Géén enkele.
Wel ken ik tal van dossiers, met dezelfde verontrusting, die nog steeds op het parket liggen.
Kilo’s stof wordt er daar verzameld op al die onaangeroerde meldingen van maatschappelijke noodzaak.

Reden : de vrijwillige hulpverlening wordt vaker stopgezet dan intensief opgestart. Ergens verstaanbaar. Je bent ambitieus, 24 jaar, blond, werkt pas bij jeugdzorg, weinig ervaring en moet meteen als Vlaamse schone die thuis begeleiden waar mannen je geen hand geven, jelaba’s de ruimte vullen, een huis vol Arabische teksten hangt, ze meer in hun thuistaal onder elkaar spreken dan dat iemand je aankijkt enz.
De enige tool in de hand is een summier papiertje “één broer gesneuveld in Syrië, andere broer wordt gezocht en staat op de OCAD-lijst”.
Je zou voor minder meteen het parket inschakelen. Maar die reageren dan weer op hun beurt dat de hulpverlening nog niet alles ondernomen heeft binnen dat gezin en er dus (nog) geen reden is om de jeugdrechter te vatten.
Vat u het plaatje, Hans?

Maar oeps, dat benoemen we niet. Nee, we zouden wel eens stigmatiserend kunnen overkomen.
In een SAMEN-leving gaan we toch niet zeggen dat er families zijn die wantrouwig zijn tegenover Vlaamse hulpverleners.
Tot bedreigingen toe.
Het is niet de eerste keer dat een consulente de deur wordt gewezen door een jelaba-figuur “van ons erf”.

Resultaat : de betrokken kinderen in dat gezin blijven zitten zonder begeleiding, IS-vlag thuis aan de muur boven een foto van de broer, CLB die het ook niet verstaat want na een melding van verontrusting zien ze de meisjes van het gezin niet meer op school.

Onlangs was er in Antwerpen ook zo’n verhaal. De minderjarige Dalton was vertrokken naar Syrië en tegengehouden in Turkije.
Verschillende collega’s kwijlden boven het klavier.
“Dat willen de mensen lezen”. “Jongen vertrokken uit zware misdaadfamilie”. “We kunnen de krant opsmukken met de ontelbare correctionele veroordelingen van de broers”. “Niet voor niets heten ze de Daltons in politiekringen”.

Idem met de tv-serie over de politie in Molenbeek.
“Hoe is dat mogelijk dat politie voor de zesde keer achter een 15-jarig crapulleke moet zoeken?” klonk het op Twitter.
“Een schande dat die weer op straat loopt”.

Inderdaad. Een schande. Niet alleen voor de politie. Maar omdat die 15-jarige niet geboren werd met de woorden “ik zal als tiener eens de gesel worden van het politiekorps”.
Nee, hij werd geboren in een thuis waar de opvoedkundige draagkracht zoek is, normen en waarden totaal fout zitten en waar we hem niet hebben ondersteund.

Zo hadden we bij de jonge Dalton toen hij nog een peuter was moeten zeggen “waarom laten we een peuter bij wapengevaarlijke broers zitten?”

En zolang we die vraag niet stellen zijn we allemaal, echt allemaal, ook jij en ik Hans, wereldvreemd.

SVN

Dit was 2016

De nieuwjaarsbrief aan de vluchtelingenknuffelaar op Mo geeft hoop en geeft mij een dikke glimlach.

2016 was weer een jaar van vele ontmoetingen. Verhalen. Getuigenissen. Maatschappelijke tendensen waar we geen of nog geen antwoorden kennen.

Ik noteerde een pak verhalen vorig jaar. Met dank aan die mensen die de moed hadden hun verhaal te laten regisseren.
Niet simpel wanneer je in de krochten van diepe persoonlijke ellende graaft.

Zo was er Inge wiens zoon Rico gruwelijk vermoord werd. De kop ingeslagen met een hamer.
Ik poog altijd die details te brengen die vaak geen plaats krijgen in die krantenberichten waar de gruwel wordt gebracht en zelden de context of de achtergrond wordt geschetst.

Zo was Rico een zoveelste Jordy. Niet kunnen aarden in die boze wereld, een mama die hem – toen hij 18 jaar werd – niet meer kon vastbinden – spreekwoordelijk dan – en liet uitgaan, ook al waren het foute vrienden, ook al stond hij op een wachtlijst omdat hij niet zelfredzaam was, een psychiatrische problematiek had en autisme.
Begin december 2015 werd nogmaals door een arts met spoed gevraagd Rico te plaatsen in een residentiële voorziening, maar er was geen plaats. Wat later werd hij vermoord. Door iemand die onder strikte voorwaarden van justitie stond.
Die man zal nu voor Assisen verschijnen, de wachtlijsten van de zorg zullen hoogstwaarschijnlijk enkel tussen de regels worden vermeld.
Het meest was ik onder de indruk van de zusjes van Rico. Jonge tienermeisjes, goed omringd op school, enorm gesteund door verschillende klasgenootjes. Ze haalden een A-attest. In het jaar dat ze hun broer verloren.

En zo was er ook Edrin, 19 jaar. Een jongen die een peuter was toen hij naar België kwam, informatica studeert, in het Vlaams rapnummers maakt, nog een minderjarig broertje en zusje heeft die hier zijn geboren. Nooit, echt nooit heeft hij iets mispeuterd. Toch werd hij een week van zijn vrijheid beroofd, opgepakt door de politie tijdens de pauze op school. Reden : zijn ouders hadden 17 jaar geleden gezegd dat ze uit Kosovo kwamen en dat bleek Albanië te zijn.
Identiteitsfraude blijkt onder Francken plots een zaak waar verjaring niet meer geldt. En waar de erfzonde terug werd ingevoerd. “Uw ouders hebben gelogen ménneke, van ons erf”.

Edrin leeft nu ondergedoken, met dank aan een goed advocaat werd hij vrijgelaten. Toen ik hem opzocht zette hij koffie.
Hij presenteerde het met een koekje, klontjes suiker en een potje melk, alles op een dienblad.
Koffie die hij had gekregen van vrijwilligers. Vrijwilligers die deze mensen in stilte helpen. Zodat hij zijn studies kan afmaken en bij zijn vriendjes kan blijven.
Het was mijn meest betekenisvolle koffie van 2016.

Waar ik alleen maar “fuck off Francken” binnensmonds kon roepen. Daar zat dan een jongen die zijn hele leven hier heeft gesleten, met verve een nieuwkomersverklaring kan ondertekenen, zoveel potentieel heeft, studeert, Vlaams kan rappen….maar hij moest terug. Onze overheid had gesproken.

Wel ..niet in mijn naam.

En dan is er de nieuwjaarsbrief aan de vluchtelingenknuffelaar.
Corine wordt er bedankt. Omdat ze samen met Lut vluchtelingen helpt bij het OCMW en bij het afsluiten van een huurcontract.
Diezelfde Corine die ik ook heb bedankt in Humo.
Toen ik getuigde over Jordy.

Ik kan mij mijn leven niet voorstellen zonder sommige opvoeders.
Per slot van rekening hebben zij mij opgevoed als kind. Gezinsvervangend. Kennen zij als geen ander alle thuisgruwel en mijn zielenroerselen. Stonden ze er ook, onvoorwaardelijk, toen mijn zus voor de trein sprong.

Dag in dag uit leef je in zo’n instelling. Hoe kan je daar op 18 jaar zeggen “van ons erf, trek nu uw plan”?
Dit vraagt geen beleidsveranderingen, wél een noodzakelijke mentaliteitswijziging. Je kan daar niet op 18 jaar deuren dichtgooien.
Zeker niet bij die jongeren met een zware thuisrugzak, vaak ook afwezige ouders. “Zonder Corine of Oswald zou ik dit interview niet kunnen doen”, zei ik. Weten dat je ze altijd kan bellen is een enorme steun. Van onschatbare waarde.

Naar jaarlijkse gewoonte heb ik weer een weekje kerst en nieuw gevierd met een 40-koppige vriendenbende.
Corine was er ook.
Nabij. Altijd.

Het is meteen mijn vurige wens voor 2017. Dat we allemaal terug wat meer betrokken zijn, wat meer samenleven.
Dat we mogen samen streven naar een beleid waar aansprakelijkheid niet wordt weggewimpeld. Waar de mens en mens-zijn het mag halen van berekende methodieken en modules.
Waar we nabij zijn en minder afstand mogen kennen.

Fijn 2017 mensen.

SVN

Activisme en journalistiek

“Dat wij kunnen bekvechten om een visum, terwijl Aleppo vol dode lichamen ligt, is decadent” is vandaag de titel van het standpunt van Bart Eeckhout van De Morgen.

Ik sluit meteen aan, er zullen ook mensen zijn die het ‘ons’ probleem niet vinden.

Het is een legitiem standpunt. Hoe onduidelijk de bronnen van beelden en berichten uit Aleppo zijn, de toestand is er uitermate verontrustend, de beelden zijn er wel. We zijn geïnformeerd.

Mijn laatste 24 uur bestond uit volgende berichten.

– Momenteel is er weer een jeugdrechter die overweegt klacht neer te leggen omdat er veel té vaak in Beernem geen plaats is.
Daar zitten misdrijf omschreven feit-meisjes, maar ook meisjes met een agressieproblematiek (mogelijk Vlaams fondsnummer) en kinderpooierslachtoffers.

Elke ochtend kijken jeugdrechters naar plaats. Op een computersysteem. Elke ochtend moeten ze weer bij tal van kinderen dringende en noodzakelijke zorg aan de kant leggen omdat ze geen plaats vinden.

– Een 9-jarig meisje ligt as we speak in een ziekenhuis na een trauma. Ze maakte twee ernstige zaken mee (ik weet welke en waar ze ligt) en weigert daardoor te eten.
Ze heeft nu al in twee ziekenhuizen gelegen en elke keer is het zoeken waar ze naartoe kan. De gespecialiseerde zorg waar ze zou moeten zijn, met verwijzing kinderpsychiater, heeft pas een plaats in maart.

– Een opa belt. Zijn dochter heeft een psychiatrische kwetsbaarheid.
Al drie jaar loopt het gerechtelijk dossier om hun kleinzoontje van 6 jaar eens te zien. Hij woont bij de papa.
Hartbrekend zijn zijn woorden “mijn vrouw zou zo graag onze vier kleinkindjes nog eens samen hebben, kunnen we echt niets doen voor kerst, mevrouw, één dagje maar?”
En dan moet ik zeggen dat ik daar geen enkele invloed heb. Dat bezoekrecht voor grootouders kan maar het vaak jaren kan duren door veel té veel dossiers, al helemaal wanneer de papa zich verzet en in beroep gaat.

Deze drie berichten zijn enkel vandaag. Maandelijks zijn het er tientallen. Jaarlijks honderden. Een fractie zet ik hier geanonimiseerd op Facebook of blog, een fractie breng ik via media.

Honderden verhalen van kwetsbare kinderen.
De 6-jarige jongen die verder moet met een mama die met een psychiatrische stoornis worstelt en weer een kerst zonder zijn neefjes en nichtje en grootouders zal ‘vieren’.
Een meisje dat heel wat heeft meegemaakt en toch moet wachten tot een plaats in die voorziening die haar zal begeleiden en behandelen.
Jeugdrechters die overwegen klachten neer te leggen tegen Vlaamse overheidsvoorzieningen.

Hier bestaan geen beelden. De ernst dringt niet door.
Enkel mensen uit de jeugdsector weten dat dit klopt en vechten mee achter de schermen.

Hierover een standpunt pennen “Hoe decadent is een persvoorstelling ‘hoe goed alles werkt’ terwijl kinderen op zorg wachten in dit land” bekt iets minder goed.

Sommigen zeggen nu dat naar al die mensen luisteren een vorm van activisme is, geen journalistiek.
Blijven roepen dat er ook kinderen op zorg wachten een vorm van activisme is tegenover de overheid.

Ik kan hierover nog niet meer zeggen maar kreeg hierover een officiële klacht.

Ik heb daar geen antwoord op. Noem het activisme, noem het ook een chronische research-fase. Ik noem het zelf mijn plicht.

Hoe utopisch – helaas – het waarschijnlijk zal zijn om een Vlaanderen te willen waar geen kinderen op wachtlijsten staan.
Dat belet me niet om te blijven alarmeren, er te blijven over schrijven.

En als hierover schrijven ‘activisme’ heet, wel dan heet dat maar zo.

What’s in a name?

SVN