Ludo

Het staat er. In De Standaard vandaag “Een desastreus privéleven deed Ludo terug naar de fles grijpen. Een interview met zijn twee zonen in Dag Allemaal vorig jaar heeft hem gekraakt, hij had zijn kinderen al vier jaar niet gezien.”

Ter info : dat interview is van mijn hand. (Collega René vroeg weerwoord aan Ludo voor publicatie).
Maanden voor het interview verscheen kreeg ik één van de meest pakkende mails, en ik krijg er een tiental per week.
De mail kwam van zijn zonen. Of ik hun verhaal wilde regisseren, ze waren nu allebei meerderjarig, stukje, letterlijk “Van mama hebben we altijd moeten wachten tot onze 18de verjaardag. Ludo heeft in verschillende interviews mama zwart gemaakt, afgeschilderd als labiel, mama heeft al die jaren nooit weerwoord geboden, maar wij willen jou alle rechtbankstukken voorleggen, zo kan je zien in wat een hel wij hebben geleefd. We willen dat jij dat doet Saskia, omdat we door de problematiek van R. jouw berichten over jeugdzorg al jaren volgen”.

Dit interview ging niet over één nacht ijs. Welgeteld 3 maanden zit er tussen de mail, gesprekken, telefoons en het lezen van alle documenten. Ik haat publieke privé. Bijna al mijn artikels gaan ofwel anoniem de deur uit – wat ook moet wanneer kinderen nog minderjarig zijn en onder beschermingstoezicht staan – ofwel komen alle partijen aan het woord.
Alles wat niet gestaafd stond in de kinderrechtbankstukken werd weggelaten. Alles wat onder problemen door het drankgebruik viel ook. Motto “Geen oude koeien oprakelen, respect voor zijn afkick”.

Wat bracht ik wel naar buiten? Dat hij jaren – werd berekend door de rechtbank – meer dan 10000 euro verdiende als parlementslid, schepen en cumulactiviteiten en dat zijn ex het moest rooien met een armoede-inkomen. Zijn zonen daardoor een studietoelage genoten en de mama de medicatie van R. niet meer kon betalen.
R. jongste zoon heeft Gilles de la Tourette, heeft verschillende opnames gehad als kind en vraagt veel zorgondersteuning.

Ik ontmoette een warm gezin en twee fijne jongvolwassenen waar R. een gevatte zelfspot aan de dag legt over zijn tics (eigen aan Tourette).
De alimentatie van Ludo was een lachertje, steeds opnieuw werd proces na proces aangespannen. Het was de mama versus een horde advocaten.
Q. oudste zoon, had er op een gegeven moment – zoveelste factuur medische kosten R. – genoeg van en ging naar het gemeentehuis om Ludo op te zoeken. Ludo liet hem buitenzetten door politie. Ook dat werd gepubliceerd, Ludo bevestigde in het weerwoord dat hij dat gedaan had.

Wat zag niet de media? Dat hij na dit artikel in Dag Allemaal via zijn advocaat contact opnam met zijn zonen en meeging naar het zoveelste ziekenhuisbezoek van R. Ik weet nog dat ik toen een blij mailtje kreeg.

Helaas verwaterde daarna weer het contact.

Mijn go voor het interview is gebaseerd op volgende redenering. Als een publiek figuur toestemming geeft in interviews om zijn villa met zwembad te tonen, te stoefen over dure reizen, openlijk een ex zwart maakt zonder dat die ook maar gehoord wordt, dan kan je geen ‘nee’ zeggen tegen twee meerderjarige zonen die zeggen “en nu zullen wij ons verhaal eens doen”.

Een goed verstaander weet dat je niet voor een onnozelheid onder toezicht wordt geplaatst als je kind bent. Verdere details hoeven daar niet.

Ik heb niet gereageerd op eerdere berichten deze week van Ludo omdat iemand met een alcoholverslaving in mijn ogen ziek is en moet geholpen worden.
Maar dat een kwaliteitskrant nu print – staat zelfs op de voorpagina – “herval komt door privéleven” is weer een ex en twee schatten van jongvolwassenen een schuldgevoel inpraten, terwijl de waarheid gebiedt te zeggen dat het een wonder is dat deze twee jongens stabiel in het leven staan na alle shit die ze eerder meemaakten, waar de drankduivel niet één maar ook twee kinderlevens heeft verwoest.

Ik wens Ludo alle succes met zijn tweede poging af te kicken, maar wens nog meer deze twee jongens van alle schuld te vrijwaren.
Het was net met een grote dosis moed én moederliefde dat ze dit interview hebben gegeven.

SVN

Kinderpooiers: dè aanpak

Omdat ik me straks als een soortement criminele figuur moet verantwoorden in Brussel. En ja, daardoor ben ik al enkele weken verlamd en diep gekwetst.

Het is 1996. Jawel, 20 jaar geleden. Voor de allereerste keer verschijnt het woord loverboy in een Nederlandse krant.
Beleidsmakers hoorden het in Keulen donderen.
Jongens en mannen die met cadeautjes kwetsbare meisjes versieren, hen verliefd maken en dan doorverkopen aan andere mannen.

Het duurde nog enkele jaren voor de ernst doordrong. Er werd een rapporteur aangesteld en die bracht in 2002 een eerste rapport voor Den Haag.
Nog steeds wist jeugdzorg niet wat ze nu juist moesten doen met dergelijke slachtoffers. Nog steeds liepen ze weg na een plaatsing in een instelling, zochten ze terug contact met de dader en konden die smeerlappen niet worden geklist door justitie.

Er werd een nieuwe rapporteur opgezet. Weer een onderzoek, weer het fenomeen in kaart brengen.
Deze rapporteur heb ik aan het woord gehoord, haar rapport gelezen, Corine Dettmeyer heet de vrouw en zij kwam in 2006 – u leest goed, 2006 – met het advies dat dergelijke kwetsbare en vaak ontspoorde meisjes best NIET worden geplaatst in de reguliere gesloten gemeenschapsinstellingen. Dat zij een aparte aanpak nodig hebben, vrijheidsberovend om tot rust te komen, even afgesneden van internet en telefoon bijvoorbeeld als beschermingsmaatregel.

Ik schreef hierover verschillende artikels in P-Magazine. Kranten dachten dat het een marginaal probleem was.

Pas in 2012, jawel, 2012 kreeg het bij ons de nodige aandacht. Patsy Sörensen van Payoke alarmeerde, vroeg een daadkrachtiger beleid én middelen én aanpak.
Gevolg : amper iets. Onze beleidsadministratie sliep verder.

In 2014 kwam Payoke weer naar buiten met een campagne.
Pittig detail : niet gefinancierd door het bevoegde agentschap en kabinet, wel door een internationale organisatie die zich inzet voor de strijd tegen mensen- en kinderhandel.

Eindelijk werd het opgepikt in het parlement, eindelijk werd Vandeurzen de vraag gesteld wat we nu concreet zullen doen aan deze steeds grotere groep meisjes, gedwongen tot seks door walgelijke pooiers.

Er ging een actieplan komen, er ging een commissie of een werkgroep worden aangesteld.

Het duurde tot januari 2016 voor er eindelijk echt wel praktisch werd gehandeld. Er kwamen 9 plaatsen bij in Beernem.
Met alle respect voor de opvoeders die er werken – voor alle duidelijkheid : zij moeten NOOIT geviseerd – maar was dat nu nét niet wat Corine Dettmeyer in haar rapport van 2006 beschreef als “geen juiste aanpak voor deze meisjes”.

Ik alarmeer weer. Schrijf hierover. “Nederland is daar al heel lang van teruggekomen. Is dat wel de juiste actie?”

Deze week staat het in Knack. Child Focus alarmeert.
Letterlijk, een jaar later dus dan het aangekondigde actieplan “We zien nog steeds geen positieve effecten. Nog steeds verhogen het aantal kinderpooier-slachtoffers in ons land”.

Vandeurzen laat weten dat er 17 plaatsen zullen bijkomen. Hij laat weten dat ze nog steeds bezig zijn met het actieplan te verfijnen.

Ondertussen ken ik vier slachtoffers die onder onze jeugdzorg stonden en ofwel via telefoon ofwel via via terug zijn verkracht en soms maanden terug in het netwerk vielen.

Tussen de soep en de patatten zei de directeur van de voorziening van Jordy het volgende in De Standaard (17 december): “Toen Jordy bij ons vertrok maakte we een moeilijke periode door. Kinderpooiers cirkelden rond onze voorziening, we hadden het gevoel het even niet meer onder controle te hebben”.

Ik moet nu naar Brussel. Behandeling van een klacht voor laster door een paar ambtenaren. Wat er dan wel lasterlijk mag zijn wordt niet echt duidelijk gezegd. Het is mijn journalistieke werkwijze die ze laakbaar vinden.

Mijn vraag zal zijn : Welke journalistieke werkwijze? Al 15 jaar berichten over jeugdzorg? Rapporten lezen in Scandinavië en Nederland? Alarmeren dat het agentschap soms met voorstellen komt die empirisch onderbouwd in het buitenland werden stilgelegd?
Spreken met opvoeders? Met slachtoffers?

Welke laakbare werkwijze bedoelt u, agentschap?

SVN

Jordy

Mail maart 2015 :

“Saskia, kunnen we praten? Het lukt echt niet in de Kamertrainingen van Ter Muren. Ik maak me zorgen om een paar bewoners bij ons, specifiek over Jordy, een jongen die hier al bijna heel zijn leven woont”

Mail juni 2015 , copy van mail naar hoofd van instelling en de stafleden :

“Dag allen, vrijdag zag ik Jordy. Hij is enorm angstig. Hij wil terugkomen naar Ter Muren, hij heeft slaapproblemen en nachtmerries en heeft schrik thuis.
We hebben hem teruggestuurd. In welke visietekst of beleidstekst staat dat een kwetsbare jongen terugsturen naar de plaats waar zijn wanhoop ooit begon, de jeugdrechter hem weghaalde, de jeugdrechter het tot zijn 18 jaar onverantwoord vond hem heen te sturen een aanvaardbaar idee is?
Waar zit onze nazorg? Onze verplichting?”

Mail 2 oktober 2015:

“Dag Saskia,

Ik vrees dat er me nog weinig andere opties resten dan een interview met jou om de situatie in de instelling te veranderen…..”

En dàt mensen, dàt laatste is iets wat ik mezelf nog héél lang zal verwijten.
Ik krijg dagelijks, wekelijks en maandelijks tientallen, tientallen alarmkreten van opvoeders, pleegouders, consulenten….over kinderen.
Over Jordy kreeg ik tientallen mails en smeekbedes.
Ik heb er toen hij nog leefde niets publiek mee gedaan.

Steeds kijk ik naar de maatschappelijke impact en publieke info-waarde.
Zo wist ik bvb al veel langer over de verkrachting van een 13-jarig meisje in een andere instelling (plaats was de school) van kwetsbare kinderen. Ik vond het geen publiek nieuws omdat ook hier de daders zelf een zorgvraag hebben en door hun handicap niet goed weten wat ze hebben aangericht.

De Standaard bracht het onlangs wel als nieuws. Toen heb ik wel gereageerd omdat de info over de inspectie enzoverder gewoon niet klopte.

Ook nu kloppen er verschillende details niet in het artikel vandaag over Jordy. Maar dat is geen kritiek. Sommige details kan je niet weten wanneer je het dossier niet hebt.
En sommige details blijven – hoeveel moeite me het ook kost – nog steeds niet voor publiek omdat Jordy een jonger broertje heeft waar ik me zorgen om maak hoe hij al die publieke aandacht moet plaatsen.

Na de dood van Jordy maakte ik mezelf zware verwijten.
Het weegt tot vandaag.
What the fuck bezielde mij om niet in te gaan op de smeekbede van enkele begeleiders in oktober 2015? De eerlijkheid gebiedt dat ik ook aan de directeur van Ter Muren dacht, aan de andere opvoeders, aan de andere kinderen die er zitten.
Lossen we de situatie op door media of via de administratie, bevoegd voor de werking in voorzieningen?

Ik koos voor dat laatste. Jordy stierf enkele maanden later.

Ik heb na zijn dood aan enkele mensen binnen de bevoegde diensten gezegd “Ik heb gezwegen maar als jullie nu nog steeds beweren dat de procedures zijn gevolgd kan ik dat in de toekomst niet meer doen. Gewoon niet. Mijn hoofdtaak als journalist is te informeren”.
Ik zal dat blijven doen met de nodige sereniteit.
De verkrachting van het 13 jarig meisje gebeurde na de dood van Jordy. Toch vond ik het geen publiek nieuws.
Maar weer kaartte ik het aan bij de bevoegde diensten.

Gevolg : ik ben nu geblokkeerd door het agentschap en mag aan het agentschap geen vragen meer stellen als journalist.

Vrienden zijn op de hoogte : het gaat al 2 weken niet zo goed met mij. Niet dat iemand ongerust moet zijn, echt niet.
Maar die omerta valt me heel zwaar.
Bovenstaande mails heb ik overgemaakt aan een paar parlementsleden.

Bedankt aan de collega’s van De Standaard om ook zijn verhaal niet los te laten. Het gaat namelijk niet enkel over Jordy maar om zoveel mensen die we niet dragen zo het hoort door ons zorgsysteem.

Gisteren kreeg ik alweer het bericht over een minderjarig kinderpooierslachtoffer dat gruwelijk werd misbruikt door een patiënt in de voorziening waar ze zat om begeleid te worden als slachtoffer van dat eerder misbruik.
Ook hier telt privé maar ik houd mijn mond echt niet meer.
Sterker : ik mag niet dezelfde fout maken zoals bij de mail van oktober 2015 (zie hierboven) én weer denken dat het intern kan worden opgelost.

SVN

Activisme en journalistiek

“Dat wij kunnen bekvechten om een visum, terwijl Aleppo vol dode lichamen ligt, is decadent” is vandaag de titel van het standpunt van Bart Eeckhout van De Morgen.

Ik sluit meteen aan, er zullen ook mensen zijn die het ‘ons’ probleem niet vinden.

Het is een legitiem standpunt. Hoe onduidelijk de bronnen van beelden en berichten uit Aleppo zijn, de toestand is er uitermate verontrustend, de beelden zijn er wel. We zijn geïnformeerd.

Mijn laatste 24 uur bestond uit volgende berichten.

– Momenteel is er weer een jeugdrechter die overweegt klacht neer te leggen omdat er veel té vaak in Beernem geen plaats is.
Daar zitten misdrijf omschreven feit-meisjes, maar ook meisjes met een agressieproblematiek (mogelijk Vlaams fondsnummer) en kinderpooierslachtoffers.

Elke ochtend kijken jeugdrechters naar plaats. Op een computersysteem. Elke ochtend moeten ze weer bij tal van kinderen dringende en noodzakelijke zorg aan de kant leggen omdat ze geen plaats vinden.

– Een 9-jarig meisje ligt as we speak in een ziekenhuis na een trauma. Ze maakte twee ernstige zaken mee (ik weet welke en waar ze ligt) en weigert daardoor te eten.
Ze heeft nu al in twee ziekenhuizen gelegen en elke keer is het zoeken waar ze naartoe kan. De gespecialiseerde zorg waar ze zou moeten zijn, met verwijzing kinderpsychiater, heeft pas een plaats in maart.

– Een opa belt. Zijn dochter heeft een psychiatrische kwetsbaarheid.
Al drie jaar loopt het gerechtelijk dossier om hun kleinzoontje van 6 jaar eens te zien. Hij woont bij de papa.
Hartbrekend zijn zijn woorden “mijn vrouw zou zo graag onze vier kleinkindjes nog eens samen hebben, kunnen we echt niets doen voor kerst, mevrouw, één dagje maar?”
En dan moet ik zeggen dat ik daar geen enkele invloed heb. Dat bezoekrecht voor grootouders kan maar het vaak jaren kan duren door veel té veel dossiers, al helemaal wanneer de papa zich verzet en in beroep gaat.

Deze drie berichten zijn enkel vandaag. Maandelijks zijn het er tientallen. Jaarlijks honderden. Een fractie zet ik hier geanonimiseerd op Facebook of blog, een fractie breng ik via media.

Honderden verhalen van kwetsbare kinderen.
De 6-jarige jongen die verder moet met een mama die met een psychiatrische stoornis worstelt en weer een kerst zonder zijn neefjes en nichtje en grootouders zal ‘vieren’.
Een meisje dat heel wat heeft meegemaakt en toch moet wachten tot een plaats in die voorziening die haar zal begeleiden en behandelen.
Jeugdrechters die overwegen klachten neer te leggen tegen Vlaamse overheidsvoorzieningen.

Hier bestaan geen beelden. De ernst dringt niet door.
Enkel mensen uit de jeugdsector weten dat dit klopt en vechten mee achter de schermen.

Hierover een standpunt pennen “Hoe decadent is een persvoorstelling ‘hoe goed alles werkt’ terwijl kinderen op zorg wachten in dit land” bekt iets minder goed.

Sommigen zeggen nu dat naar al die mensen luisteren een vorm van activisme is, geen journalistiek.
Blijven roepen dat er ook kinderen op zorg wachten een vorm van activisme is tegenover de overheid.

Ik kan hierover nog niet meer zeggen maar kreeg hierover een officiële klacht.

Ik heb daar geen antwoord op. Noem het activisme, noem het ook een chronische research-fase. Ik noem het zelf mijn plicht.

Hoe utopisch – helaas – het waarschijnlijk zal zijn om een Vlaanderen te willen waar geen kinderen op wachtlijsten staan.
Dat belet me niet om te blijven alarmeren, er te blijven over schrijven.

En als hierover schrijven ‘activisme’ heet, wel dan heet dat maar zo.

What’s in a name?

SVN

Nieuw tijdperk : wetten à la tête du politicien

Het was ooit een pittig debat in de 7de dag. Debat tussen Hans Rieder en toenmalig justitiespecialist van SP.A Renaat Landuyt.
Het ging over vrijlatingen bij procedurefouten.
Renaat ging de populistische tour op. “Het kon en het mocht niet, de mensen van de straat verstaan dat niet, ze moesten opgesloten blijven”.

Hans Rieder bleef de rust zelve. “Meneer Landuyt, zorg ervoor dat je in de commissie justitie de gaten in de wetgeving dicht, wetten niet zo bespottelijk geschreven en goedgekeurd worden dat ze verschillend interpreteerbaar zijn, ik verdedig louter mijn cliënten en gebruik louter het wetboek. Verander de wet en doe uw job in plaats van mij aan te vallen”.

Het was 1- 0 voor Rieder.
Groot gelijk. Parlementsleden zouden beter nadenken over wetgevend werk in plaats van op de rechterlijke macht te schieten die deze wetten moet toepassen, ook al zijn dat ongelukkige vrijlatingen van het zware geschut wanneer bijvoorbeeld de raadkamer of KI een ernstige procedurefout opmerkt.

Het waren toen nog debatten. Met woord en weerwoord.
Uiteindelijk hield Renaat de deur van de gevangenis niet gesloten.
De rechter had gesproken. De beslissing werd uitgevoerd.
Zo het hoort in een rechtsstaat.

Renaat had alle recht om meteen in actie te schieten en in de commissie een nieuw wetsvoorstel rond procedurefouten te lanceren. Renaat had niet het recht de vrijlatingen van een paar vermoedelijke mensenhandelaars tegen te houden.

Ook al vond gans Vlaanderen dat het beeld van de wuivende lachende mensenhandelaar bij zijn vrijlating aan de gevangenispoort van Gent zeer schokkend was. (Ter info : er was een foutje geslopen in de wet ter controle op de Bijzonder Opsporings Methode, de fameuze BOM-dossiers)

Zo werkt het en zo dient het te werken.

Als politieker is het de taak naar het volk te luisteren en waar nodig bij te sturen via het parlement.
Als politieker kan het nooit de bedoeling zijn een heksenjacht te creëren tegenover rechters (en raadsheren) die gemotiveerd en volgens de bestaande wetgeving vonnissen en arresten vellen.

Wat N-VA nu doet kan niet. Gewoon niet.
Wat is het morgen? Je zet geen stop op deze huiveringwekkende ingeslagen weg.

Nee, zo zagen we de fundamenten aan diggelen van een democratische rechtsstaat.
Rechters zijn geen activisten. Rechters pogen in dit land nog éénieder te beschermen, met de schaarse middelen die ze hebben en met een voorhistorische infrastructuur.

SVN

Dwarsligger bij Jongerenwelzijn

September 2008. Naast mij zit A. (toen 28 jaar). Losgelaten in de psychiatrie, opgegeven in de zorg. Zo bleek toen.
A. is de zoon van psychopaat-moordenaar Andras Pandy.
Ik ken hem. Niet omdat ik hem wil kennen, maar omdat hij geplaatst werd in die voorziening waar ik ook door de jeugdrechter werd geplaatst.

Toen ik hem daar zo zag zitten, totaal ontredderd en niet zelfredzaam, brak er iets. Het besef dat voor vele zaken geen draaiboeken bestaan. In 1997 werd zijn vader gearresteerd, nog diezelfde dag werd A. naar deze Vlaamse jeugdvoorziening verkast met als opdracht “Identiteit voor de leefgroep afschermen, ondersteunen”.
Géén enkele opvoeder was hiervoor opgeleid. Géén enkele opvoeder kon toen inschatten hoe zwaar de feiten wel waren.
Pas later bleek dat A. moet thuis geweest zijn bij de moord op enkele van zijn zusjes, broertjes en moeder.
De identiteit moest worden afgeschermd in die leefgroep waar kinderen ook naar de radio luisteren en tv kijken. Waar zowat dagelijks bericht werd over alle gruwel van gevonden lijkresten in het horrorhuis, de ouderlijke woning van A.

Het gaf me die dag weer een zoveelste extra bewondering voor mijn opvoeders. Te horen hoe moeilijk die periode voor hen wel was. Ze deden het toch maar, ook al werden ze niet ondersteund door de hogere administratieve top.
Er bestond geen administratieve module, er was geen mogelijkheid tot contextwerking – tot daar de theorie – en er konden hier geen decretaal vastgelegde doelstellingen worden gehaald.
Je wist geen moord van zes familieleden. Zelfs niet met de beste zorgen.

Ik kwam in 2008 van een zoveelste reis. Tussen 1999 en 2008 zat ik bijna altijd in het buitenland. In shelters van kinderen, tussen kindsoldaten, in projecten van blinde kinderen in Tibet enz enz.

A. deed me beseffen dat ook in ons land nog heel wat werk is.
Hij was voor mij het sprekende voorbeeld dat er soms out of the box moet worden gewerkt. Géén enkel administratief kokertje kon zijn verhaal ondersteunen.

Ik begon me te verdiepen in alles wat er voorhanden was.
Pandy mag dan wel een mediagenieke naam zijn, er zijn helaas nog lugubere moorden en familiedrama’s waar kinderen betrokken zijn.
“Hoe ga je daarmee om?”

Zo botste ik op de ene verzuchting uit de sector na de andere. Dat kon een jeugdrechter zijn, een opvoeder, een verhaal van een kind.
Ik verzamelde alles en bracht twee beklemmende jeugdzorgreeksen met collega Raf Liekens. Hiervoor werden we genomineerd voor de persprijs, hierdoor werden hoorzittingen ad hoc georganiseerd in het Vlaams parlement.

Het was de aanzet van het nieuwe decreet integrale jeugdhulp. Helaas een decreet dat niet aan die verzuchtingen van het terrein een antwoord heeft geboden.

Op het terrein zijn vele mensen op. Gewoon op. Jeugdbrigade rolt van de ene lugubere vaststelling in de andere en zien geen gevolg bij de massa’s processen-verbaal betreffende kinderen in gevaar, CLB’s blijven maar a- en m-documenten invullen, ondertussen zijn deze lieve mensen enorm bezorgd over de betrokken kinderen en krijgen meer dan eens de documenten teruggestuurd omdat de hoogdringendheid van hun waarneming door het parket anders wordt gezien.

Kan je je dat inbeelden? Die mensen die als zorgcoördinator (bvb) het kind kennen, het kind hebben gehoord, de blessure van thuisagressie bvb met eigen ogen hebben gezien, krijgen van iemand die op een stoel zit en een verslag leest een document terug “niet hoogdringend”.

Het is maar één voorbeeld. Maar zo heb ik honderden voorbeelden, dagelijks.

Ik luister, plaats zowat 80 % als kennis in het vakje ‘onthouden maar niet voor media, intern proberen oplossen’ en wat echt te ver gaat en over structurele problemen gaat, kinderen die thuis zitten met een beperking bvb en geen hulp krijgen waar ze recht op hebben, publiceer ik via verschillende mediakanalen.

Zo durf ik ook zonder ijdel te zijn stellen dat de laatste jaren zowat elk verhaal dat media haalt mij bekend is.
Ik ben de enige journaliste die het meisje met de teddybeer op de trappen van het justitiepaleis kent, ik ben de enige journaliste die nu via de entourage regelmatig informeert hoe het met het 13-jarig meisje gaat dat in groep werd verkracht.

Ik kan gezichten plakken op deze verhalen.

Dat ik hierdoor regelmatig bots met het agentschap is een feit.
Als ik in een krant een inspectieverslag zie verschijnen, ingeroepen als verschoningsgrond, vind ik het mijn taak op de rem te staan en te zeggen ‘Hallo? Dit inspectieverslag gaat NIET over de voorziening waar de feiten hebben plaatsgevonden. Waar slaat dit op?’ En ga zomaar door.

Een stijl die duidelijk niet getolereerd wordt.
Voorkeur gaat naar journalisten die naar de geplande persontmoetingen komen, keuvelen met de Cava in de hand en zeggen wat de administratie graag heeft dat wordt gezegd. “Dat het decreet goed werkt, dat er slechts enkele problemen zijn met de a-documenten, dat er budget zal komen voor kinderen met een beperking”.

Ik heb iets te veel gehoord wat er zal gebeuren en gaat komen.
Deze week is het de verjaring van de zelfmoord van mijn zus.
Zij besloot dwarsligger te zijn op de treinsporen.
Omdat ooit een administratief kokertje besliste dat ik moest worden geplaatst en beschermd voor mijn gekke moeder en zij wel bij mijn moeder kon blijven.
Dat is nooit meer recht te zetten. Daar is niemand schuldig.
Het was haar keuze.
Maar mijn keuze is het sindsdien nog meer : ook ik zal dwarsligger spelen. Nooit letterlijk, maar met mijn pen.
Zolang de administratie prachtig zorgpersoneel blijft wurgen en de administratie zoveel tijd in beslag neemt waardoor kinderen veel te lang in dit land wachten op hulp.

Voor die verhalen heb ik geen woordvoerder van een administratie nodig, mijn woordvoerders zijn dé mensen, dé opvoeders, dé pleegouders, dé kinderen. Zij die nog voor de menselijke kant zorgen in ons jeugdzorgsysteem.

Waarvoor tonnen respect. Dat zal ik blijven herhalen.

SVN

Gebannen door jongerenwelzijn

En het is gebeurd, ik word uitgeschakeld op die dienst waarvan de doelgroep me erg nauw aan het hart ligt.

Wat ging vooraf? Hans Bonte en meester Van den Bosch getuigden vorige week in Humo over het gebrek aan deradicaliseringsprogramma’s in de gemeenschapsinstelling van Beernem. Vandaag verschijnt een lezersbrief in Humo van het agentschap Jongerenwelzijn dat er wel degelijk een beleid is rond radicalisering in Beernem. Het agentschap betreurt dan ook de berichtgeving.

Nu zat ik gisteren op een seminarie. Daar zaten jeugdrechters en advocaten en daar werd én door procureur Traets én door mevrouw Hertog (peacebuildingprogram) gezegd dat er geen specifieke programma’s zijn.
Het enige verschil zit in de repressieve kant. Politieverhoren, niet meedoen aan buiten-activiteiten, fouilles enz.

Dat is niet deradicaliseren. Dat is de kant van de politie en het onderzoek.

Ik schreefdat vanmorgen. Staat nog steeds openbaar. De woordvoerder van het agentschap is vrij daar te reageren.
Hij reageert dat hij ondertussen gebeld heeft met Traets en mijn betoog onvolledig is en ongenuanceerd.

Ik vraag nogmaals: kunt u dan zeggen welke richtlijnen gehanteerd worden? Welke specifieke opleiding er wordt gegeven aan de begeleiders?
Welke nazorg wordt voorzien? Is het de wijkagent of thuisbegeleiding die verder opvolgt wanneer deze minderjarigen worden vrijgelaten? Zijn er cijfers?

Geen antwoord. Gewoon geen antwoord.

Nu krijg ik een mail dat ik als journalist geen vragen meer mag stellen aan het agentschap Jongerenwelzijn. Dat mijn deontologie laakbaar is. De woordvoerder heeft persoonlijk een groot probleem met mijn journalistieke werkwijze.
En dat hij persoonlijk de hoofdredacties van De Morgen, HLN, Dag Allemaal …..hierover zal inlichten.

Beste Peter Jan,

Altijd heb ik weerwoord gevraagd. Altijd is dat correct verschenen in al mijn artikels.
Dat ik jullie pain in the ass ben, daar ben ik me al jaren van bewust.
Ja, ik vraag op openbaarheid van bestuur inspectieverslagen op, ja, ik vraag waarom een jongere in de jeugdgevangenis van Tongeren zit die daar volgens het KB niet mag zitten, ja, ik vraag met de regelmaat stand van zaken over de wachtlijsten in de jeugdzorg.
Ja, ik blijf zeggen dat Jordy wél een hulpvraag heeft gesteld en de doelgroep +18 jaar een kwetsbare groep is die we beter moeten omarmen.

En ja, ik stel met recht en reden vragen over deradicaliseringsprogramma’s voor die specifieke ernstige ontspoorde (gelukkig kleine) groep omdat ik me zorgen maak.

Vandaar was ik gisteren op een seminarie rond aanpak radicalisering jongeren in het Antwerpse justitiepaleis. Helaas voor de zoveelste keer geen krantencollega gespot.

Ofwel hebben we dus met 60 mensen gisteren de zaken verkeerd gehoord en dan moet ik mij excuseren. Maar dan kan het toch niet zo moeilijk zijn om de richtlijnen rond deradicalisering binnen Beernem te openbaren.
Heel simpel toch: in Beernem hanteren we volgend actieplan….met opgeleide persoon X en Y…..

Dat is al wat ik vraag. En waarom? Bron wil zich gerust kenbaar maken : momenteel zit een 14-jarige jongen bij een veroordeelde strijder, zijn broer, thuis.
School heeft al gealarmeerd dat hij helemaal onder invloed is.
Hij werd al betrapt met een IS-vlag enz enz.
Nog steeds zit de jongen thuis bij de broer.
Omdat ook hij moet wachten op ondersteuning, omdat ook hij op een wachtlijst van jullie agentschap is beland.

En ja, u bent sterker. Ik ben geen Apache. Ik heb geen horde achter mij die meteen groot alarm kan slaan.
Maar ik zal blijven vechten voor een betere jeugdzorg.
Een ban van het agentschap kan mij niet tegenhouden. Daarvoor is een betere ondersteuning voor kwetsbare kinderen in dit land me veel te dierbaar.

SVN