Dank je wel allemaal.

Het begon met een tiental mensen. Vooral mensen die actief waren/zijn in de muziek- en ngo-wereld.
Jawel, toen ik een Facebook-account begon zat ik al jaren meer maanden per jaar in oorlogsgebied dan dat ik in België was, buiten mijn vaste fijne vriendenkring kende ik in dit land hoofdzakelijk muzikanten door mijn eerder werk op Stubru en platenfirma’s.

Ik kwam terug van een zoveelste reis ‘oorlogswaanzin in Oost-Congo’, het was 2006, dat jaar dat ik al 17 jaar mijn verleden in jeugdinstellingen vaarwel gezegd en ging er op bezoek.
Ik was in shock.

Daar waar je hoopte dat er ondertussen toch investeringen zouden zijn gebeurd, zag ik in dat kleine kamertje waar ik jaren had gewoond – jawel, kleiner dan een gevangeniscel – nog steeds datzelfde behangpapier. Na 17 jaar.
Het was die noodzakelijke trigger. “De overheid heeft hier geen geld voor Saskia, het zijn kinderen die geen ouders hebben die hun vinger opsteken om voor hun rechten te vechten”.
Daar waar ik jaren heel bewust afstand had genomen “nu kunnen ze allemaal mijn kloten kussen in die jeugdzorg, eindelijk 18 (was zelfs iets jonger met dank aan de jeugdrechter)”, had ik iets van “dit kan toch niet”.”

Mijn hoofd stopte niet meer.

“Wat doe ik in shelters van kindsoldaten in Burundi of in Cambodja als het hier nog zo’n jeugdzorgsoep is?”

We zijn nu 11 jaar verder. Ik kreeg nominaties voor artikels over jeugdzorg, zette verschillende parlementaire debatten in gang, en dat wat begon met enkele tientallen is hier op dag van vandaag een allegaartje van 19000 mensen geworden.

Jawel, met 19000 zijn jullie nu.

Een cijfer zegt niets en alles.

Dinsdag had ik het voorrecht te gaan spreken voor docenten (jawel, geen studenten) jeugdcriminologie en orthopedagogie.

Zaken die nog steeds moeilijk doordringen. Eigen aan een jeugdzorgverleden is een grote vechtlust maar tegelijkertijd een chronisch gevoel van ‘ben ik dit wel waard?’

Het voelt nog steeds surrealistisch dat ik, ooit dat meisje zonder zelfzekerheid ‘waarom zegt mijn mama dat ik dood ben en is ze nul geïnteresseerd in mij en wil ze niet voor me zorgen?’ nu voor een aula staat en mag praten voor mensen die jaren expertise hebben in de sector. En ze luisteren nog ook 😉.

Verschillende docenten kwamen naar mij. “Ik volg jou al jaren hoor Saskia. Wij drukken vaak jouw blog af om met de studenten te bespreken. Doe zo voort”. Alweer, surrealistisch.

Twee weken geleden stierf een baby’tje van een jonge tienermama die ook eerder in jeugdinstellingen opgroeide. Afgemeld bij jeugdzorg, té ‘goed’ voor andere zorgondersteuning.

Meteen – binnen één kalenderdag – hebben jullie bijna 5000 euro gestort op haar rekening voor de afscheidsdienst.

In zwakke momenten denk ik nog steeds ‘waarom volgen zoveel mensen mijn verontwaardiging over jeugdzorg?’ en kan ik nog steeds niet vatten dat jullie met zoveel zijn, andere momenten denk ik ‘wat fijn, dat zoveel mensen meteen bereid zijn solidair te zijn. Wat een voorrecht geniet ik om al die mensen te hebben, dagelijks reacties en berichten te krijgen waar ik nog steeds enorm uit leer’.

Dus ja, nog eens : dikke merci.

Sas

Brief aan Jordy

Dag Jordy,

Veel mensen zullen het raar (lees : melig) vinden dat ik je nogmaals een brief stuur, maar je spookt bijna 7 maanden na jouw dood nog steeds in mijn hoofd, zeker vandaag : ik ben een dagje in Ter Muren gaan rondwandelen. De deuren stonden er open want het is De Dag van de Zorg.

Ik ben geschokt. Nog meer dan voordien eigenlijk. Ergens hoopte ik toch dat we al iets zouden verbeterd zijn, we beter deze kwetsbare groep jongeren in jeugdzorg en met een afwezige thuis zouden kennen. Maar nee hoor, niets van. Sterker : de posters hangen in Ter Muren in de gang, met volgende info.

“Een jongere dient vanaf 16 jaar op Kamertraining rond te komen met 7, 75 euro per dag. Dat is ongeveer 240 euro per maand. Dat geld voor ALLE kosten behalve huur, elektriciteit en water ….”

De jongere dient zelf in een waarborg te voorzien voor de studio op het terrein van Ter Muren. Dat is 110 euro.
Regeltje lager “de jongere dient op 18 jaar ook een huurwaarborg te hebben, vandaar”.

Uitleg van de begeleiders tijdens rondleiding.

“Onze wachtlijsten zijn gigantisch. Zelfs bij een prior-aanmelding – dat kan dus een jeugdrechter zijn die de ernst thuis zodanig vindt dat kind asap uit huis moet en wegens regio wordt Ter Muren gevraagd – kunnen wij ten vroegste na een paar maanden tegemoetkomen aan die vraag”.

“Een verlengde hulpvraag na 18 jaar kan maar dan is het steeds de intersectorale toegangspoort die beslist, maar al te vaak worden daar de doelstellingen te vaag bevonden, de ernst niet ernstig genoeg en wordt verlening niet aanvaard en verwijzen ze door naar CAW”.

“Doet de jongere een technische richting of wil de jongere nog een 7de jaar studeren en heeft hij recht op een studietoelage kan die ENKEL worden aangevraagd door de ouders. Ook al zijn dat ouders die wegens mishandeling, incest of verwaarlozing de oorzaak zijn van de uithuisplaatsing. Weigert de ouder de moeite te doen om een studietoelage aan te vragen kunnen wij die als voorziening NIET geven, ook niet de jeugdrechter. Sterker : sommige ouders vragen die studietoelage maar storten niet door naar de derdenrekening van de voorziening. Dat kunnen ouders met een drank- of gokverslaving zijn (!!!) en consumeren de toelage zelf”.
Moet hier nog een tekening bij?

“Krijgt de 18-jarige nog kindergeld omdat hij/zij nog studeert moeten ze afgeven aan het OCMW. Dan krijgen ze geen 833 euro leefloon maar 733 euro, ook al kost de studie heel wat centjes” (!!!!!).

“Een installatiepremie wordt niet gegeven door het OCMW aan onze doelgroep. Letterlijk “Om een installatiepremie te krijgen moet je eerst dakloos zijn geweest”.”
(!!!).

Ze hebben opgemaakt wat het gemiddelde budget is voor jongeren die de jeugdzorg verlaten en ook die tussen 16 en 18 jaar in de Kamertraining zitten. Geanonimiseerd breng ik de uitgaven van Paul (schuilnaam), 16 jaar, onder jeugdrechter geplaatst in Ter Muren :
Voor de maand januari 2017 : 157 euro voeding en drank.
Met andere woorden : 5 euro per dag. Koop je eens nieuwe frituurolie blijft die dag niets meer over voor drie maaltijden.
Hygiëne : alles dus, ben je een meisje ook nog eens tampons van dit budget : 6, 45 euro. Ontspanning 8 euro. Vervoer 7 euro. Kledij : 36 euro. Schoenen waren rot versleten. Wassalon, jawel, moet ook zelf : 6 euro. Paul kreeg 10 op 10 van Ter Muren want hij kon die maand 19 euro naar het spaarplan overschrijven, dat wordt steeds aangemoedigd. Pittig detail : een begeleiders had bijgehouden wat jongeren consumeren : door de 5 euro per dag is dat NOOIT verse groenten of fruit. Ik zeg dus NOOIT.

Ik heb mij kunnen inhouden tijdens de rondleiding Jordy, maar nu vloeien de tranen. Ik zag zeer bewogen en betrokken begeleiders maar die allemaal zeggen “Wij kunnen ook maar doen wat ons wordt opgelegd door de administratie, wij kunnen ook maar doen wat de overheid beslist”.

Wel, Ik vraag zeker geen tijdsmachine om terug in de tijd te gaan.
Ook in onze periode vallen er zaken te zeggen die beter konden.

Maar ik heb mij tot 18 jaar kunnen ontplooien. Nooit werd in de instelling een budget opgelegd van 240 euro ( omgezet naar de levensstandaard van toen) waar je nog een spaarplan moest van betalen. Integendeel, er werd voor ons gespaard zodat we een spaarpotje hadden naast het geblokkeerde kindergeld op 18 jaar.
Nooit werd een huurwaarborg gevraagd op de kamers die op het terrein van de voorziening Jongerenwelzijn lagen. Integendeel, wij kregen de huurwaarborg als we op 18 jaar op kot gingen van de voorziening.
Ook bleven we kindergeld behouden zolang we studeerden, OCMW mocht daar niet aankomen. Laat staan van het leefgeld afhouden.
Nooit werd een studietoelage geregeld via de ouders. Het moet maar uw incestpleger zijn of uw agressieve mama waar je moet bedelen om jouw rechten in te vullen op een papier, ook al heb je haar/hem al jaren niet gezien.
Wij kregen dagelijks verse groenten en fruit. Dagelijks. De fruitmand stond gewoon op tafel!

Ik ontmoette vandaag superbegeleiders Jordy, open betrokken mensen met het hart op de juiste plaats.
Maar het systeem kan voor mij echt vierkant geklasseerd.
Ik heb het werkelijk gehad hoe we elke euro omdraaien bij kinderen en jongeren die hun rugzakje niet zelf kiezen.
En last but not least : de kloof tussen kinderen in pleegzorg en begeleidingstehuizen alsmaar groter wordt.
Terwijl het niet de kinderen en jongeren zijn die die keuze maken, maar alweer de administratie en de toegangspoort “dit kind aanmelden voor begeleidingstehuis, geen pleeggezin”!

Alles voorlopig gezegd….

SVN

De dood van kleine Ferre (8 jaar)

We hebben verdorie allemaal onze ogen open te doen, we hebben te luisteren naar vaders of moeders die alarmklokken luiden over de situatie bij hun ex.
We hebben verontrusting serieus te nemen en niet op een stapel bij de diensten te leggen ‘als we tijd hebben doen we wel eens een onderzoek naar de gezinssituatie’.
Kan in de realiteit maanden en maanden later dan de melding zijn, helaas.
We hebben kokers te doorbreken, diensten werken veel te star en los van elkaar. Vergaderen ook véél te veel in plaats van één op één met kwetsbare mensen te werken.

De vader sloeg alarm, meldde verschillende diensten dat de situatie bij zijn ex erbarmelijk was, dat ze ernstig depressief was.
Maar hij heeft dat gemeld aan jeugdzorgdiensten.
Met andere woorden, die geven niet door aan de jeugdbrigade.
Omgekeerd wel.
Jeugdbrigade (met melding parket) zijn diegenen die thuis kunnen gaan checken en hadden meteen de ernst van de situatie kunnen zien.
We hebben een brug te slaan tussen werkgevers en jeugdzorg.
Als een mama in voltijds ziekteverlof gaat omdat ze ernstig depressief is en verslaafd aan ether terwijl ze voor een 8-jarig kind zorgt, bij haar ingeschreven, moet er een melding komen bij de jeugdhulpverlening en naar CLB om meteen op te volgen en thuissituatie in kaart te brengen voor betrokken kinderen.
Ik wijs niemand met de vinger, maar verschillen bij CLB zijn enorm tussen regio’s.
Zo zijn er CLB’s die meteen melden als een kind stil is in de klas, zo zijn er CLB’s die zeggen “Resultaten op school en gedrag op school is niet problematisch dus voor onze werking alles in orde, geen extra ondersteuningsnood vanuit visie school”.
We hebben lessen te trekken uit deze lugubere en trieste dood, niet weer te kijken naar de aansprakelijkheid “ikke niet, ikke niet”.

En last but not least : We hebben publiek veel meer te informeren over situaties bij jeugdzorg.
Ik merk dat mensen in shock reageren bij de beschrijving van het huis van de mama van Ferre “vuilnis tot boven gestapeld, nokvol, geurhinder, een totaal stort”.
Ik ben geen psychiater en geen psycholoog maar dit is geen zeldzame situatie.
In Mol werden er zo drie kinderen enkele jaren geleden onmiddellijk geplaatst. Mama had angst voor mensen ontwikkeld en zette ook geen vuilnis meer buiten, de rolluiken waren maanden naar beneden, ze bestelde voeding langs internet.
En in Mechelen – want ik ga de zaken echt wel méér beginnen benoemen – was er krék dezelfde situatie bij een alleenstaande mama.
Daar woonde een kindje en een hond in een stort. Geurhinder was gigantisch.
En kers op de jeugdzorgtaart : voor de hond was er meteen plaats in het asiel, het betrokken kindje heeft toen de eerste week in verschillende bedjes geslapen omdat er zelfs met prior ‘dringende crisis maatschappelijke noodzaak van kind onder 12 jaar’ geen plaats was.

Rust zacht, Ferre.

Dat jouw papa hopelijk voldoende zorgomkadering krijgt om jouw dood te verwerken, dat jouw mama snel in een gesloten psychiatrie terechtkan, ook zij hoort niet thuis in de gevangenis.

SVN

Open brief aan Vlaanderen

Dag Sihame El Kaouakibi

You did it. Jouw werk kan tot vandaag alleen maar respect afdwingen. Knack zette jou een tijdje terug terecht in het rijtje ’30 sterke vrouwen die de wereld veranderden’.
Je bent er voor jongeren, dag in dag uit met jouw ‘Let’s go urban’.

Mijn artikel over Kjell (verscheen vrijdag Knack-online, 6-jarig jongetje dat al maanden hopt van crisispleeggezin naar crisispleeggezin, telkens nieuwe mensen, heeft agressieve papa en zieke mama) doet je kraken. Je zegt er het volgende over :

“Er moet me iets van het hart.
Bijzonder droevig voel ik me. Ongelooflijk boos. Een overrompeling van onmacht.
Al jaren denk ik: ‘Sihame, je kan het nog aan.’ Maar ik voel dat de kracht van die gedachte verzwakt. Ik voel me de speelbal van een slinger die over en weer gaat. Een jojo die er soms in slaagt om zich op een prachtige en vloeiende manier omhoog te bewegen, maar evenzeer mislukt en blijft hangen.
Vele mensen vragen me naar mijn beweegredenen om de afgelopen 10 jaar bezig te zijn met het maatschappelijke en het maatschappelijk ondernemen. Mijn antwoord is consequent. Omdat het verdorie nodig is. Omdat elk kind alle kansen verdient om op te groeien in een omgeving waar hij/zij kind kan en mag zijn. Waar zij, de meest onschuldigen onder ons, kunnen lachen, huilen, verdrietig zijn, blij zijn, teleurgesteld zijn, spelen, vallen, dromen, groeien.
Omdat er verdorie onder onze neus elke dag opnieuw, elke minuut die voorbij tikt, kinderen zijn die NIET de mogelijkheid hebben om kind te zijn. NIET weten waar ze slapen vannacht. GEEN warmte, geborgenheid en liefde kennen.
Omdat ik blijf geloven in een samenleving waarbij we de onzichtbare muren, die hoger zijn voor de meest kwetsbare onder ons, steen voor steen kunnen afbreken.
Omdat ik geloof in de kracht van samen. De kracht van de jongeren. De kracht van sociale mobiliteit.
Maar op dit moment even niet. Als je me nu vraagt waar naartoe. Dan moet ik toegeven dat ik het nu even niet weet.
Misschien is het de vermoeidheid. Zo troost ik mezelf in mijn gedachten.
Maar nu kan ik het even niet meer aan, om de ontelbare berichten in de kranten en newsfeeds, die het onrecht tov de meest onschuldigen onder ons, onze kinderen, te slikken zonder de hoop te verliezen.
Als sociaal onderneemster, die zich net bezig houdt met kinderen en jongeren alle kansen geven, in zichzelf doen geloven, hun uitdagingen erkennen, muren proberen afbreken en hun mijn sleutels geven, voel je jezelf soms zeer eenzaam in deze missie. Als je de berichten dan leest… zeer droevig en onzeker.
Maar ik heb geleerd dit toe te laten.
Ik trek me op aan de 100-den jongeren die we wekelijks bereiken en zien groeien. De 100-den jonge mannen en vrouwen die ik de afgelopen jaren heb zien evolueren van kwetsbaar en onzeker naar heroes en sheroes. Ik trek me op aan het feit dat er een generatie is opgestaan die meer dan ooit van zichzelf laat horen en onderneemt.
Sorry, normaal zwijg ik en doe ik. Maar soms moet je spreken.
Enough is enough.
Sihame”

Deze woorden zijn zo herkenbaar. We kennen de kinderen. Ik had Kjell (schuilnaam) deze week nog op mijn schoot. Dan denk je ‘Wat heeft dit kind aan de verschillende actieplannen, de zoveelste nieuwe methodiek, administratieve pictogrammen, rapporten, platformen en alweer een vorming van mensen in de sector? Een hele hoop mensen die op allerlei administraties hun dagen vullen met het knippen, plakken, verzamelen.. van acties, cijfers en theorie”.

Waarom slagen we er niet in het kind terug centraal te zetten? Zonder een boek papier hem gewoon die warmte en geborgenheid te geven die hij/zij als kind verdient?

Elk kind in nood kent in ons land gemiddeld 10 hulpverleners, afhankelijk van vier autonome zorgdiensten, die als het goed gaat met elkaar communiceren, helaas maar al te vaak ook niet.
En zelfs met die horde hulpverleners slagen we er soms nog in om een kind aan zijn/haar lot over te laten.

En dan vloek ik. Bel ik hysterisch wat vrienden. Kruip ik in mijn pen of gooi wat tennisballen tegen de muur.

Maar dan herpak ik me snel. De keuze is er ook niet. Daar gaat die telefoon weer. “Mevrouw, mijn kind is 15 jaar, moet zorgondersteuning krijgen, zit nu in een voorziening voor volwassenen, er is al een cliëntoverleg geweest en twee keer een teamoverleg, ze hopen nu dat er na Pasen plaats is op een K-dienst”.

En dan kan ik alleen maar luisteren, vloeken en wat muziek knallen. Onderbroken door die volgende telefoon.

Maar dan denk ik “hey, de moed niet verliezen. Een pak mensen werkzaam in de sector delen dezelfde frustratie. Een pak mensen zoals Joost Bonte en Sihame El Kaouakibi Privé bvb doen ondertussen verder, dag in dag uit. Met de jongeren”.
Ook al dreigt de subsidiekraan te druppelen omdat grote budgetten naar dure licenties van nieuwe methodieken gaan.

En dan gaat daar plots mijn chat. En dan is het Imane, of Hakim of Mohamed en dan weet ik hoe zwaar hun thuissituatie is in Borgerhout maar dan schrijven ze vol leven en vreugde “Ik ga Urban Sas, bij Sihame”

Je bent dus niet alleen Sihame, je zit verdomd in enorm veel harten van zoveel jongeren. Je verzet meer dan al die kilo’s papier.

Keep up the fight. Let’s stay urban. Let’s stay close.

Saskia

En kanshebber ‘beste nieuws 2017’ is binnen!

Dank jeugdrechter, dank jeugdadvocate, dank gezond verstand!

Wat ging vooraf?

In 2011 gingen twee mensen uit elkaar. Man had iemand anders en was daar ingetrokken, een woning aan de andere kant van het land.
Kinderen bleven bij de moeder. Zelden of nooit had vader tijd voor bezoek. Nieuwe partner heeft vier kinderen, daar lag zijn geluk.
Mama krijgt in 2014 het verdict kanker, na maanden strijd bleek het terminaal.
Haar ouders laten alles vallen en komen mee in huis wonen.
Zij begeleiden de kinderen in de terminale fase, ook buren en school dragen dit nakende verlies.
Mama komt te overlijden. Begrafenis wordt gedragen door ouders, buren, kinderen en leraren van de school.
Er is ook nog een hondje, voor kleinste kind is dat dé band met zijn overleden mama.

Begrafenis mama is nog niet achter de rug of vader steekt de vinger op “kinderen naar mij”, verandert ook al de domicilie.
Daar gaat dé beste jeugdrechter die Antwerpen decennia heeft gehad voorstaan “Kinderen hebben nu meer dan ooit nood aan hun omgeving, zij hebben geen aandeel in het vertrek van vader naar een andere vrouw, geen aandeel bij het veel te vroege overlijden van hun mama. Zij moeten in vertrouwde omgeving kunnen blijven, hobby’s kunnen uitoefenen, jongste moet ook naar zijn psycholoog kunnen blijven gaan, met hondje kunnen spelen (dat niet meemocht naar de vader)”.

Maar deze jeugdrechter vertrekt. Er komt een andere jeugdrechter op dit dossier. En plots in het midden van een schoolweek, zonder afscheid en manu miltari, maanden na overlijden van hun mama worden deze kinderen bij hun grootouders weggerukt, uit hun vertrouwde omgeving en toegewezen aan de vader.
Reden “Er lijken geen problemen te zijn bij de papa, zijn eis om kinderen te krijgen is gegrond. Toegewezen”.

Kinderen weigeren echter en belanden – dit gebeurde (alles dus binnen 24 uur geregeld) in oktober 2016 – in een instelling in de buurt van de papa. Moeten daar plots naar vreemde school, nieuwe vreemde psycholoog en opzoek naar nieuwe hobby’s.
Toen schreef ik daarover in Dag Allemaal. “Staat het recht van de vader boven het recht van de omgeving en grootouders van deze kinderen?”.
Dat artikel bracht achter de schermen veel te weeg. Er werd ook gedreigd met een klacht jegens mij. (Dat zet ik zelden op Facebook maar kan u verzekeren dat de mentale impact niet fijn is dit telkens te moeten meemaken).

En wat gebeurde gisteren?
Na vier maanden hadden de psychologe en school en de zorgdiensten hun verslag klaar. Kinderen doodongelukkig, vermagerd, levenslust kwijt, missen grootouders en kinderen uit hun vorige school, hebben nog steeds verdriet over het overlijden van hun mama, papa ziet in dat zijn kinderen alleen maar ongelukkig zijn en weigeren bij hem in te trekken.
Jeugdadvocate pleit de wens van de kinderen.
En wat doet een kersverse jeugdrechter in Antwerpen “Kinderen worden per direct toegewezen aan de grootouders. Mogen zelfs in Krokus meteen een weekje met deze grootouders naar buitenland”.

Man man man, ik zat in oktober voor het interview bij deze grootouders. Door merg en been ging zijn getuigenis “Wij zijn onze dochter aan een pijnlijke ziekte verloren en nu nemen ze voor onze neus onze kleinkindjes mee. Ik word zaterdag 70 jaar maar heb het feest afgezegd. Ik ben gebroken. Gewoon gebroken”.

Beste grootvader, grootmoeder, buren, school en twee bengels : vier het samen-zijn, het geluk dat jullie gisterenavond moeten gevoeld hebben – terug verenigd en de kinderen WEG uit die jongerenwelzijnsvoorziening – valt niet te beschijven.

Dat het jullie nu met z’n allen mag goed gaan.

Saskia

Ontmoetingen waar je enorm stil van wordt.

Deze week zat ik in het panel van een debatavond over de toekomst van onze gevangenissen en onze gesloten gemeenschapsinstellingen (vrijheidsberovende maatregelen bij minderjarigen).
Na dit debat heb ik uren nagepraat met de mama van de doodgereden tweeling van 11 jaar door een Roemeense man onder invloed. Bijna 9 jaar geleden. Ze verloor in één klap haar twee dochtertjes maar ook haar beste vriendin en het 11-jarige dochtertje van die vriendin.
Vier doden in één klap. De man zat uiteindelijk vier jaar in de gevangenis. Nergens maar dan ook nergens koestert zij wrok. “Ik heb de man ontmoet in de gevangenis, hij heeft zijn straf gekregen. Hij zat vier jaar vast. Dat volstaat. Het is de laksheid van drugs en alcohol in het verkeer dat mij wel nog altijd raakt. En de reacties op krantenfora over zijn nationaliteit raakte mij ook heel erg”.
Vlak na het proces stuurde ze een open brief naar alle kranten.
Ook opmerkelijk en echt nodig om te noteren “Toen alles pas gebeurd was leefde ik in een roes. Journalisten belden en ik zei ‘nee’ tegen elk interview. Ik kon dat niet. Maar journalisten aanvaarden geen nee. Ze kwamen tot aan de deurbel en zelfs op het terrein van mijn woning om toch maar iets aan me te vragen”.
*slik hoor, collega’s*
In haar brief staat het volgende : ‘Ik vind het erg dat An en onze kinderen doodgereden werden door een jonge vreemdeling onder invloed van drugs. Te vaak werd de aandacht verlegd naar zijn afkomst en zijn rand-marginaliteit in plaats van naar de overtredingen zelf. Ik heb op vele fora op het internet moeten vaststellen dat daardoor de hele zaak als ’een ver-van-mijn-bed-show’ voorkwam voor vele mensen die van zichzelf zeggen dat ze ’sportief’ rijden, al dan niet onder invloed van alcohol.
Ik heb met verbijstering moeten vaststellen dat men de overtredingen ’te snel rijden’ en/of ’onder invloed rijden’ op een heel andere manier gaat beoordelen naar gelang de situatie en de gevolgen:
– Overtredingen zijn helemaal ’niet erg’ zolang er niets gebeurt. ‘Ik voel me zelfzeker, ik ben jong, ik heb snelle reflexen, dus mag ik best ’sportief’ rijden.’
– Overtredingen zijn gewoon ’dom’ wanneer iemand zichzelf doodrijdt. Bekende mensen die zichzelf doodrijden, worden soms zelfs als een held gevierd.
– Overtredingen zijn pas ’heel erg’ wanneer er onschuldige slachtoffers vallen. Men zou zelfs overgaan tot het lynchen van de dader, indien het mogelijk was.
Ik vind het fout dat er in de media nooit vermeld wordt wanneer iemand in dronken toestand zichzelf doodrijdt. Daardoor gaat men zo iemand als een slachtoffer van een ongeluk beschouwen, terwijl die persoon in feite even goed een doodrijder is, al is het ’alleen maar’ van zichzelf.
Het is dus op die manier dat er bij mensen een gevoel ontstaat dat te snel rijden (al dan niet onder invloed) ’niet zo erg’ is: ‘Als ik mezelf doodrijd, dan is dat toch mijn eigen zaak, zeker?’ Helaas wordt vaak niet ‘mezelf’ gedood, maar wel iemand anders.
Ik heb ergens gelezen dat de dronken toestand van iemand die zichzelf doodrijdt, verzwegen wordt om de nabestaanden ’te sparen’. Nabestaanden van slachtoffers van dronken doodrijders worden helaas niet gespaard. Eigenlijk zou ik het maar normaal vinden dat mensen die zichzelf roekeloos doodrijden, postuum geoordeeld worden voor het doodrijden van iemand. Of is hun eigen leven minder waard dan dat van een ander slachtoffer?
Ik hoor en lees maar al te vaak: ‘Ik rijd alleen maar snel wanneer ik niemand in gevaar breng, hoor!’ Ik wil aan die mensen zeggen dat ook de dader op 8 maart 2008 dacht dat hij niemand in gevaar zou brengen, dat hij alleen maar wat stoer en ’sportief’ aan het rijden was.
En als we er nu eens allemaal een sport van maakten om veilig te rijden? Want veilig rijden is – inderdaad – een hele sport, en niet iets voor ’mietjes’!”
Wanneer je de artikels over het accident zoekt, kunnen de reacties niet worden geteld. Vlaanderen was gechockt. Vier mensen vonden de dood in het verkeer waarvan drie kinderen door een chauffeur onder invloed.
“Mocht al die emotie nu eens worden omgezet in een echt veilig-verkeersplan, dat zou me troosten”, zei ze deze week.
Heeft deze mama niet én groot gelijk én recht van spreken, Vlaanderen?
Want haar terechte bede kan je moeiljk onder “verkleutering” plaatsen, toch?
Doordenker, me dunkt.
SVN

Te lakse jeugdrechters, Hans Bonte?

Jawel, ik spreek u weer aan want u zit pal op mijn stokpaardje, dàt wat ik nu al jaren in de praktijk – dus mét de gastjes, ze komen tot bij mij thuis en ik bij hen – onderzoek.

“Het valt op bij de analyse van de terroristenlijst dat onze veiligheidsdiensten al op heel jonge leeftijd deze jongens in beeld hebben maar er vervolgens niet in slagen hun voorspelbare levensevolutie te kenteren”.
Oorzaak volgens u vandaag in De Zondag : “1. Ontoereikende jeugdhulpverlening; 2. een veel te nonchalante jeugdbescherming en 3. veel te lakse jeugdrechters”.

Met punt 1. ben ik het meteen volmondig eens. Het is bedroevend en onverantwoord hoe we ernstig tekort schieten bij een pak kinderen in grote nood.
Met punt 2. en 3. ben ik het volmondig oneens.
Onze jeugdbeschermingswet is streng genoeg, echt wel en jeugdrechters zijn nooit laks wanneer ze een geradicaliseerde of ontspoorde jongen (ook meisjes) voorgeleid krijgen.

Dé pijnpunten Hans zitten veel dieper en zijn véél complexer.

Zo ken ik een meisje, tienermama. Bij haar werd het CO3-project opgestart. Jawel, dat orgaan waar ze ernstig geweld binnen een gezin proberen stoppen met drie actoren : welzijn, politie en justitie.

Zij had een contactverbod met de papa van het kindje. Die zat voor zware (gewapende overvallen enzo) misdaaddossiers in de gevangenis.
Het meisje werd echter onder controle C03 bedreigd en geïntimideerd door zijn entourage.
Gevolg : CO3 kwam op huisbezoek, ze zei dat alles in orde was, uit angst zei ze niets meer.
En elke woensdag en zaterdag bleef ze met haar kindje naar de gevangenis gaan. Daar weten ze niets van contactverbod.
De onderzoeksrechter kan die bezoekbeperking doorgeven aan de gevangenis, maar het heerschap van de misdaad zat in strafuitvoering, geen onderzoeksrechter meer en niemand anders die de gevangenis had ingelicht over het contactverbod.

Ik ga verder. Nog een persoon die onder CO3 stond.
Werd ernstig bedreigd door schietgevaarlijke personen gekend bij justitie.
Weer waren de verslagen van CO3 positief.
Deze mensen van C03 kwamen op woensdag langs, ik op vrijdag.
Bij bezoek zag ik meteen dat er iets was met de deur.
De houten deurkader zat duidelijk enkele centimeters uit de muur getrokken.
“Hoe komt dat?” vroeg ik.
Na veel trekken en sleuren kreeg ik de uitleg.
Die maandag was POSA binnengevallen, speciaal ondersteuningsteam bij politie en met de stormram.
Deze persoon had onder bedreiging iemand met een Kalasjnikov onderdak gegeven, dat terwijl C03 liep, dat terwijl er twee basisschoolkinderen in dit gezin waren.
De man werd gearresteerd en aangehouden.
Hou u vast : CO3 wist NIETS. NIETS. Ze hadden de schade aan de deur ook niet gezien. CO3 werkt met de lokale politie samen, het was een geheim dossier zware misdaad van de federale speurders.

Waarom geef ik daar twee voorbeelden : omdat dat de fameuze samenwerkingsprojecten tussen welzijn, justitie en politie zijn.

En weet u nog Hans, dat ik u om 19 uur ’s avonds belde?
Een stadscrèche in Vilvoorde had de opdracht van de federale om de volgende dag kleren en eten te voorzien voor een kindje van 1 jaar.
Ze zouden de volgende dag in een geradicaliseerd gezin binnenvallen. Onderzoeksrechter wou niet wachten met huisinval en ze wisten vooraf door de aanwijzingen in het dossier dat én de vader én de moeder zouden worden aangehouden en ze vonden géén crisisplaats voor het kindje bij jeugdzorg.
Dan maar een crèche aanspreken, terwijl uw diensten van niets wisten. Een crèche verwittigen terwijl de huisinval strikt geheim moet blijven. Kafka was het.

Ik kan zo blijven doorgaan.
U hebt dus groot gelijk dat er meer moet samengewerkt.
Maar dat geldt ook tussen lokale en federale politie.
Dat geldt ook voor het parket dat maar al te vaak zaken laat aanmodderen en veel te laat een jeugdrechter vat.

De jeugdrechters viseren – die moeten wachten op mandaat parket – en de jeugdbeschermingswet strenger maken is dus écht niet aan de orde.
Andere katten te geselen Hans.

SVN