Open brief aan Vlaanderen

Dag Sihame El Kaouakibi

You did it. Jouw werk kan tot vandaag alleen maar respect afdwingen. Knack zette jou een tijdje terug terecht in het rijtje ’30 sterke vrouwen die de wereld veranderden’.
Je bent er voor jongeren, dag in dag uit met jouw ‘Let’s go urban’.

Mijn artikel over Kjell (verscheen vrijdag Knack-online, 6-jarig jongetje dat al maanden hopt van crisispleeggezin naar crisispleeggezin, telkens nieuwe mensen, heeft agressieve papa en zieke mama) doet je kraken. Je zegt er het volgende over :

“Er moet me iets van het hart.
Bijzonder droevig voel ik me. Ongelooflijk boos. Een overrompeling van onmacht.
Al jaren denk ik: ‘Sihame, je kan het nog aan.’ Maar ik voel dat de kracht van die gedachte verzwakt. Ik voel me de speelbal van een slinger die over en weer gaat. Een jojo die er soms in slaagt om zich op een prachtige en vloeiende manier omhoog te bewegen, maar evenzeer mislukt en blijft hangen.
Vele mensen vragen me naar mijn beweegredenen om de afgelopen 10 jaar bezig te zijn met het maatschappelijke en het maatschappelijk ondernemen. Mijn antwoord is consequent. Omdat het verdorie nodig is. Omdat elk kind alle kansen verdient om op te groeien in een omgeving waar hij/zij kind kan en mag zijn. Waar zij, de meest onschuldigen onder ons, kunnen lachen, huilen, verdrietig zijn, blij zijn, teleurgesteld zijn, spelen, vallen, dromen, groeien.
Omdat er verdorie onder onze neus elke dag opnieuw, elke minuut die voorbij tikt, kinderen zijn die NIET de mogelijkheid hebben om kind te zijn. NIET weten waar ze slapen vannacht. GEEN warmte, geborgenheid en liefde kennen.
Omdat ik blijf geloven in een samenleving waarbij we de onzichtbare muren, die hoger zijn voor de meest kwetsbare onder ons, steen voor steen kunnen afbreken.
Omdat ik geloof in de kracht van samen. De kracht van de jongeren. De kracht van sociale mobiliteit.
Maar op dit moment even niet. Als je me nu vraagt waar naartoe. Dan moet ik toegeven dat ik het nu even niet weet.
Misschien is het de vermoeidheid. Zo troost ik mezelf in mijn gedachten.
Maar nu kan ik het even niet meer aan, om de ontelbare berichten in de kranten en newsfeeds, die het onrecht tov de meest onschuldigen onder ons, onze kinderen, te slikken zonder de hoop te verliezen.
Als sociaal onderneemster, die zich net bezig houdt met kinderen en jongeren alle kansen geven, in zichzelf doen geloven, hun uitdagingen erkennen, muren proberen afbreken en hun mijn sleutels geven, voel je jezelf soms zeer eenzaam in deze missie. Als je de berichten dan leest… zeer droevig en onzeker.
Maar ik heb geleerd dit toe te laten.
Ik trek me op aan de 100-den jongeren die we wekelijks bereiken en zien groeien. De 100-den jonge mannen en vrouwen die ik de afgelopen jaren heb zien evolueren van kwetsbaar en onzeker naar heroes en sheroes. Ik trek me op aan het feit dat er een generatie is opgestaan die meer dan ooit van zichzelf laat horen en onderneemt.
Sorry, normaal zwijg ik en doe ik. Maar soms moet je spreken.
Enough is enough.
Sihame”

Deze woorden zijn zo herkenbaar. We kennen de kinderen. Ik had Kjell (schuilnaam) deze week nog op mijn schoot. Dan denk je ‘Wat heeft dit kind aan de verschillende actieplannen, de zoveelste nieuwe methodiek, administratieve pictogrammen, rapporten, platformen en alweer een vorming van mensen in de sector? Een hele hoop mensen die op allerlei administraties hun dagen vullen met het knippen, plakken, verzamelen.. van acties, cijfers en theorie”.

Waarom slagen we er niet in het kind terug centraal te zetten? Zonder een boek papier hem gewoon die warmte en geborgenheid te geven die hij/zij als kind verdient?

Elk kind in nood kent in ons land gemiddeld 10 hulpverleners, afhankelijk van vier autonome zorgdiensten, die als het goed gaat met elkaar communiceren, helaas maar al te vaak ook niet.
En zelfs met die horde hulpverleners slagen we er soms nog in om een kind aan zijn/haar lot over te laten.

En dan vloek ik. Bel ik hysterisch wat vrienden. Kruip ik in mijn pen of gooi wat tennisballen tegen de muur.

Maar dan herpak ik me snel. De keuze is er ook niet. Daar gaat die telefoon weer. “Mevrouw, mijn kind is 15 jaar, moet zorgondersteuning krijgen, zit nu in een voorziening voor volwassenen, er is al een cliëntoverleg geweest en twee keer een teamoverleg, ze hopen nu dat er na Pasen plaats is op een K-dienst”.

En dan kan ik alleen maar luisteren, vloeken en wat muziek knallen. Onderbroken door die volgende telefoon.

Maar dan denk ik “hey, de moed niet verliezen. Een pak mensen werkzaam in de sector delen dezelfde frustratie. Een pak mensen zoals Joost Bonte en Sihame El Kaouakibi Privé bvb doen ondertussen verder, dag in dag uit. Met de jongeren”.
Ook al dreigt de subsidiekraan te druppelen omdat grote budgetten naar dure licenties van nieuwe methodieken gaan.

En dan gaat daar plots mijn chat. En dan is het Imane, of Hakim of Mohamed en dan weet ik hoe zwaar hun thuissituatie is in Borgerhout maar dan schrijven ze vol leven en vreugde “Ik ga Urban Sas, bij Sihame”

Je bent dus niet alleen Sihame, je zit verdomd in enorm veel harten van zoveel jongeren. Je verzet meer dan al die kilo’s papier.

Keep up the fight. Let’s stay urban. Let’s stay close.

Saskia

Open brief aan Hans Bonte

Beste Hans Bonte,

‘Wereldvreemde rechters’ zegt u vandaag in De Standaard.
U doet dat aan de hand van een voorbeeld van een jongen in Vilvoorde. Zijn broer stond op de lijst van Foreign Terrorist Fighter, de jongen dweepte met een IS-vlag, verzuimde school, begon met kleine delicten en – ik citeer – “de jeugdrechter bougeerde niet”.
“Vooral bij de rechters van de Franstalige rechtbank zien we dat”, voegt u er nog aan toe.

Daarnaast doet u een oproep voor betere informatiedoorstroming binnen politie- en veiligheidsdiensten en vraagt u dringend een ‘gekleurder’ politiekorps. “Voer desnoods quota in.”

Mag ik een stap verder gaan? Waar kennen we één ‘gekleurde’ jeugdrechter? Waar?

Kijk gewoon naar Antwerpen. Daar werd er maanden en maanden géén opvolging gevonden voor twee jeugdrechters die 1 september zijn vertrokken. Elk met een 500 dossiers! Got the picture? Jeugdrechters die er zitten zijn vaak op leeftijd en eerder weggemoffeld op andere rechtbanken wegens ‘onderzoek valsheid in geschrifte’, bijv.

Ook dat is een bikkelharde realiteit die we niet of amper durven benoemen. Ergens begrijpelijk want het geeft een onterechte blaam naar die jeugdrechters – gelukkig de grote meerderheid – die met hart en ziel elke dag de beste zorg trachten te vinden voor een kind.

Wie ben ik om u tegen te spreken? Buiten dat ik ook de jeugdrechtbank in Brussel (en na de splitsing Halle-Vilvoorde) poog te volgen.
Ik ken er géén enkele jeugdrechter die bij een IS-vlag en bij problematisch spijbelgedrag, zeker in combinatie met kleine delicten, een jongen blindelings terug naar huis stuurt.
Géén enkele.
Wel ken ik tal van dossiers, met dezelfde verontrusting, die nog steeds op het parket liggen.
Kilo’s stof wordt er daar verzameld op al die onaangeroerde meldingen van maatschappelijke noodzaak.

Reden : de vrijwillige hulpverlening wordt vaker stopgezet dan intensief opgestart. Ergens verstaanbaar. Je bent ambitieus, 24 jaar, blond, werkt pas bij jeugdzorg, weinig ervaring en moet meteen als Vlaamse schone die thuis begeleiden waar mannen je geen hand geven, jelaba’s de ruimte vullen, een huis vol Arabische teksten hangt, ze meer in hun thuistaal onder elkaar spreken dan dat iemand je aankijkt enz.
De enige tool in de hand is een summier papiertje “één broer gesneuveld in Syrië, andere broer wordt gezocht en staat op de OCAD-lijst”.
Je zou voor minder meteen het parket inschakelen. Maar die reageren dan weer op hun beurt dat de hulpverlening nog niet alles ondernomen heeft binnen dat gezin en er dus (nog) geen reden is om de jeugdrechter te vatten.
Vat u het plaatje, Hans?

Maar oeps, dat benoemen we niet. Nee, we zouden wel eens stigmatiserend kunnen overkomen.
In een SAMEN-leving gaan we toch niet zeggen dat er families zijn die wantrouwig zijn tegenover Vlaamse hulpverleners.
Tot bedreigingen toe.
Het is niet de eerste keer dat een consulente de deur wordt gewezen door een jelaba-figuur “van ons erf”.

Resultaat : de betrokken kinderen in dat gezin blijven zitten zonder begeleiding, IS-vlag thuis aan de muur boven een foto van de broer, CLB die het ook niet verstaat want na een melding van verontrusting zien ze de meisjes van het gezin niet meer op school.

Onlangs was er in Antwerpen ook zo’n verhaal. De minderjarige Dalton was vertrokken naar Syrië en tegengehouden in Turkije.
Verschillende collega’s kwijlden boven het klavier.
“Dat willen de mensen lezen”. “Jongen vertrokken uit zware misdaadfamilie”. “We kunnen de krant opsmukken met de ontelbare correctionele veroordelingen van de broers”. “Niet voor niets heten ze de Daltons in politiekringen”.

Idem met de tv-serie over de politie in Molenbeek.
“Hoe is dat mogelijk dat politie voor de zesde keer achter een 15-jarig crapulleke moet zoeken?” klonk het op Twitter.
“Een schande dat die weer op straat loopt”.

Inderdaad. Een schande. Niet alleen voor de politie. Maar omdat die 15-jarige niet geboren werd met de woorden “ik zal als tiener eens de gesel worden van het politiekorps”.
Nee, hij werd geboren in een thuis waar de opvoedkundige draagkracht zoek is, normen en waarden totaal fout zitten en waar we hem niet hebben ondersteund.

Zo hadden we bij de jonge Dalton toen hij nog een peuter was moeten zeggen “waarom laten we een peuter bij wapengevaarlijke broers zitten?”

En zolang we die vraag niet stellen zijn we allemaal, echt allemaal, ook jij en ik Hans, wereldvreemd.

SVN

OKAN en OCMW

Dank aan de OKAN-begeleiders. Het mag écht wel eens gezegd.
Wat een solidariteit, wat een menselijkheid.

Het is ondertussen een maand geleden. Een leerkracht van een Antwerpse OKAN-klas neemt contact met me op. “Saskia, twee minderjarige Syrische kinderen zitten al weken alleen op een Antwerps appartement, aangesteld door OCMW. De papa blijkt in augustus te zijn vertrokken naar Turkije voor zijn ouders, hij is nog steeds niet teruggekeerd maar daardoor is leefloon geschorst. Huur wordt nu niet meer betaald en kinderen leven van giften van onze school, ze hebben niets, gewoon niets, zitten daar alleen op dat appartement en niemand die iets doet. Mama is gescheiden van deze man, is ook erkend vluchteling en zit met haar dochter in Gent. Daar toegewezen”.

Nu is dat al een maand en verschillende zittingen op OCMW verder en nog steeds is er niets structureel in orde gebracht.
Eén lichtpunt : gisteren kregen ze wat eetbonnen. Géén enkele euro voorschot op leefloon, wel net voldoende rantsoencheques, als het al voldoende zal zijn want een week schoolvakantie staat voor de deur.

De mama is ondertussen al enkele keren op en af naar Antwerpen gekomen, oplossing zou zijn dat zij in Gent wordt geschorst en aansluit in Antwerpen. Het omgekeerde zou betekenen : nog steeds huisvesting zoeken, mama kwam later in België aan en heeft dus nog geen eigen huisvesting want nog opvang, kinderen moeten dan verkassen van school, terwijl dat ze heel gemotiveerd zijn, elke dag opletten en Nederlands leren en eerste vriendjes maken.

Dan is er weer dit niet in orde. Dan weer dat ontbrekende papier. Gisteren moest mama huurcontract voorleggen, anders kon leefloon niet worden opgestart. Huh? Huurcontract zit gewoon in dossier want OCMW gaf appartement aan vader met twee kinderen.

De wet is bij minderjarigen duidelijk. Indien er geen ouderlijk toezicht is vallen zij onder jeugdzorg als ze niet in een opvang zitten. OCMW-steun kan in principe niet aan minderjarigen gegeven worden. Indien mama niet kan gekoppeld worden aan hun dossier, moet jongerenwelzijn vervangend leefloon voorzien.

Maar ja, die procedure hebben ze zelfs nog niet gestart want eerst moet bekeken wat met de mama zal gebeuren.

Kijkt hé, nu heb ik over deze zaak al 15 telefoons gepleegd, rondgebeld naar Kinderrechtencommissariaat, Vreemdelingenzaken, kabinet Duchateau, bevoegde schepen in Antwerpen.

Als ik het zelf niet versta én niemand aan de lijn duidelijkheid kan scheppen wat in dit geval nu dringend kan gebeuren én moet gebeuren om deze kinderen te beschermen en menswaardig leven te voorzien, hoe kunnen zij dat dan verstaan? Een mama die vluchteling is, meerderjarige dochter en twee minderjarigen?

Ondertussen tikt de tijd, leven ze van de enorme inzet buiten de uren, ook financieel via de school – ONVOORWAARDELIJKE DANK – en wordt al maanden de huur niet betaald.

“Deze mensen moeten opnieuw de gewone procedure volgen. Indien ze in december leefloon krijgen, zullen ze van dat leefloon niet alleen de huur van december moeten betalen maar met het overige bedrag ook de uitblijvende huur van deze maanden moeten betalen”, klinkt het nu.

Hallo? Dus we laten minderjarigen aan hun lot over – en kom niet af dat de papa niet had moeten vertrekken, natuurlijk was die beter niet vertrokken, maar die kinderen moeten daar niet onder lijden. Punt aan die lijn. Elk kind, vluchteling of niet, moet meteen worden geholpen, indien in nood, op ons grondgebied.

Zo simpel is dat. Wat een complexe kille bullshit-administratie toch zeg, waar geen eigen kat nog weet hoe het werkt.

Bedankt OKAN-juffen. Ongelooflijk hoeveel zij al doen sinds 1 september voor deze kinderen. Véél meer dan Antwerps OCMW die bevoegd zijn. Die zijn er nu al aan een maand “mee bezig”.

SVN

Mechelse politie kende al maanden schuilplaats Abdeslam

Breaking : niet de buren uit Molenbeek maar wél agenten van de Mechelse politie wisten Abdeslam al maanden zitten.
Waar zijn de camera’s en de beschuldigende vingertjes nu, collega’s?

Ik post een reminder “De federale gerechtelijke politie in Leuven maakte wel degelijk fouten in het onderzoek naar de moordenaar van Annick Van Uytsel, die uiteindelijk ook nog twee andere doden maakte. Ronald Janssen werd pas laat ontmaskerd door een gebrekkige organisatie, methodiek en informatiedoorstroming. Dat staat in het lijvige rapport van het Comité P”.

Ik herhaal dus “Janssen maakte uiteindelijk nog twee andere doden omdat een vete tussen enkele politieagenten maakte dat cruciale info over Janssen op een bureau bleef liggen”.

Vandaag. HLN “De Mechelse politie kreeg eind november vanuit Molenbeek een tip over Abid Aberkan, een neef van Salah Abdeslam, die aan het radicaliseren zou zijn. Op 7 december 2015 maakte de vreemdelingenpolitie van Mechelen daarover een informatierapport op. De opstellers van het rapport vermeldden expliciet dat Aberkan, de zoon van Djamila Mohamed uit de Vierwindenstraat, volgens hun bronnen “contacten zou hebben gehad met de broers Abdeslam”. Vier maanden later werd Abdeslam opgepakt in de woning van Mohamed”.

Het comité P onderzoekt nu de zaak. Het blijkt namelijk dat die info nooit tot in Brussel is geraakt en ook nooit bij de federale speurders van de anti-terreurcel.

Wat staat er niet in uw krant? Dat de oorzaak van het achterhouden van de informatie door de korpschef zou komen door een jarenlange vete tussen de korpschef en de allochtone politieman die deze info eind november kreeg én volstrekt volgens het boekje op papier zette.

Ik zou dus graag hebben dat Bart Somers en/of de korpschef vandaag nog een duidelijke verklaring geven wat daar is gebeurd.

Voor mij is dit ook het zoveelste bewijs, dat we meer en meer hellen naar framing binnen onze nieuwsberichten. Het is blijkbaar eenvoudiger op basis van geruchten, géén feiten, een hele buurt in Molenbeek te stigmatiseren. Wanneer echter zwart op wit vaststaat dat de Mechelse politie al maanden wist waar Abdeslam zat, dan blijft het verdacht stil.

Triest is dit.

En voor wat het waard is : bedankt allochtone politieagent, om uw job te doen. Plaatsvervangend beschaamd dat je door uw oversten werd tegengewerkt.

SVN

Keulen

Het was enkele jaren geleden.
Eén grote binnenkoer, de poort naar binnen gaf meteen uit op deze binnenkoer vol starende blikken. Ze hoorden het piepende ijzeren geluid van de poort en keken allemaal mijn richting uit.
Er komt niet elke dag een ‘blanke’ op bezoek.
Een 300 personen zaten er gepropt op weinige vierkante meters.
Geen bewaker te bespeuren. Die komen zelden of nooit binnen.
Die blijven buiten voor de poort, met een Kalasjnikov.
Of dat geweer nu onbruikbaar of bruikbaar is, de bewakers nog minderjarig, jawel, minderjarigen met een geweer in de hand, het zijn er allemaal ‘onbelangrijke details’.

Minderjarigen, vrouwen, mannen, militairen en civils : ze zaten allemaal samen opgesloten. Op die binnenkoer van weinige vierkante meters.
Het rook er naar ziekte, naar urine, naar de dood.
Het was malariaseizoen, verschillende gevangenen lagen in een smurie aarde-urine met 40 graden koorts.

In de hoek zaten twee meisjes. Ze wisten hun geboortedatum niet, maar ze dachten ongeveer 11 en 13 jaar.
Ze begonnen te vertellen. En ik noteerde. Dat ze verkracht waren door hun buurman. Dat met hun klacht niets was gebeurd.
Dat ze dan maar zelf naar de hut van de man waren gestapt.
En de bananenbladeren – die voor dakbeschutting diende – hadden weggetrokken.

Ik had toestemming van de directeur om deze interviews af te nemen.
De meisjes hadden nog geen advocaat gezien, waren buiten de vaststelling van de lokale politie “ontvreemding van eigendom” nog niet opnieuw gehoord.
Ik ging later die middag hun dossier inkijken in het justitiehuis. Of wat in Noord-Kivu, Oost-Congo moet doorgaan voor een justitiehuis. Het is een stenen huis met twee ruimtes, 1 tafel en wat stoelen en wat gestapeld papier.
Die kleine stapel ‘dossiers’ was alle info van de 300 gevangenen wat verder op die binnenkoer van weinige vierkante meters.

Het dossier van de meisjes was 1 velletje. Jawel. 1 velletje.
En het stond er zwart op wit : “ontvreemden van eigendom van hun verkrachter”. Dat was het misdrijf.

“En wat met de verkrachter?” vroeg ik.
“Hoezo?” ….het leek wel of het rare vraag was.
“Die zit gewoon thuis hoor”

————-

Ik moest deze ochtend terug aan deze ontmoeting denken.
Het zijn er wel wat in al die jaren.
Wereldwijde ontmoetingen van kinderen en vrouwen, in gevangenissen, in vluchtelingenkampen, in shelters.

Waar ik maar een onnozel pionnetje ben, in een groot wereldwijd netwerk om vrouwen- en kinderrechten aan de kaak te stellen bij lokale overheden.

Steeds kwam ik terug van al mijn reizen, of het nu Congo, Burundi, Guatemala, Myanmar, Nepal, Marokko, ….was met de gedachte : “hier zijn vrouwen en kinderen gelukkig beschermd. Hier legt m’n gelukkig geen schuld meer bij de slachtoffers van aanranding of verkrachting.
Hier leggen we de schuld niet meer bij die clichés : vrouwen en kinderen moeten maar niet uitdagend zijn”.

Dacht ik.
Vandaag hoor ik het in Keulen donderen.

SVN

Open brief aan Daniël Termont

Geachte burgemeester,
Beste Daniël,

Toen ik na jaren in Gent in Ledeberg kwam wonen was mijn eerste contact met de buurt een politiecombi voor mijn deur.
Dat kan gebeuren. Het was een smalle straat, combi op de stoep.
Ik werk vaak thuis en schrijf al jaren graag voor het raam.
Ik zag dus geregeld politie, dan met combi, dan met fiets, dan te voet aanbellen, steeds bij de overbuur.

Wat later maakte ik een onderzoeksreportage over het gevangenisvervoer.
Wijlen Patrick De Witte was toen mijn hoofdredacteur. Hij moedigde mij aan zeker ook Gent hierin te betrekken. U weet dat, PDW woonde maar een beetje verder.

De resultaten waren lichtjes hallucinant. Er waren maar enkele celwagens ter beschikking. En dat voor heel Oost- en West-Vlaanderen.
Gevolg, een taxibedrijf, dat overigens om de haverklap van zaakvoerder verandert, werd tot verschillende keren per dag opgevorderd.
Het veiligheidskorps van FOD Justitie moest dagelijks, jawel dagelijks, bijstand vragen aan de Gentse politie.

“Wij kunnen ons werk niet meer doen, mevrouw. Het gaat zelfs zo ver dat we het kantoor van Ledeberg soms moeten sluiten omdat we gevangenen naar het justitiepaleis of naar het ziekenhuis moeten vervoeren met een taxi”, getuigde Gentse politie.

En zo geraakten we aan de praat. We spraken over mijn overbuur.
Een man van ex-Joegoeslavië die na jaren in de psychiatrie alleen mocht wonen en steeds denkbeeldig inbrekers zag.
Hij belde om de haverklap de politie “er zit iemand in mijn dakgoot”, “er zit iemand onder mijn bed”.
Steeds met tonnen, jawel tonnen, geduld kwamen politiemensen ter plaatse en kalmeerden ze de man. Checkten ze zijn huis en gingen ze verder.
Enorm respect voor de politie is hier op zijn plaats. Gevangenen vervoeren is hun taak niet, maar zonder morren vullen ze een federaal tekort in, telkens opnieuw gaven ze de overbuur een hand “wat scheelt er, meneer?”

Ik ben daarna verhuisd. Maar bleef in Ledeberg. Op dit uur hoor ik het vertrouwde geluid van kinderen die hier op het plein naar school gaan.
ik woon nu exact 25 meter van de slager waar Zouzou Ben Chikha werd gecontroleerd.

Een buurt waar het fijn vertoeven is. Waar nog carnavalmuziek kan klinken tot 3 uur ’s nachts zonder het morren van buurtbewoners over nachtlawaai.
Waar mijn fijne overbuur nog een echt volkscafé openhoudt “Het Achturenhuis” waar oudjes hun koffie komen drinken.
Waar ze met auto’s verzamelen op het plein op vrijdag- en zaterdagnacht, met muziek uit de wagens.
Waar tieners terechtkunnen in een park met skateramp en ruimte om te sjotten, te basketten, een bbq kunnen houden.
Waar tientallen nationaliteiten bij elkaar wonen. Er Turkse bakkers, Marokkaanse slagers, Frietchinesen, Nepalese nachtwinkels en een Vlaams Bikerscafé – pur sang – vlak bij elkaar liggen.

“We hebben Ben Chikha gecontroleerd door het Overlast Team omdat hij er verdacht uit zag”. Argument : hij keek in een auto en had een kap op.

Als het regent , beste Daniël, heeft zowat iedereen hier een kap op.
Dan loopt het hier als ik uit het raam kijk vol kappen.
Paraplu-minded is mijn buurt niet.
In de wagen kijken? Wel, ik heb geen hoofd van een dief. Maar in een wagen zoek je naar radio’s, een vergeten jas of handtas.
Niet naar zakjes drugs, me dunkt. Het verklaart dus geenszins, na deze uitleg van de politie, dat hij ook nog eens sokken en schoenen moest uitdoen “omdat ze daar drugs in verstoppen”.

En het verklaart al helemaal niet dat er nu geen excuses volgen. Geen uitleg.
Het is de ziekte van onze tijd. Hoffelijkheid, is dat zo moeilijk?

Niet alleen Ben Chikha is daardoor ontgoocheld.
Maar door die krampachtige houding ‘wij hebben als politie niets fout gedaan’ worden onterecht ook andere politiemensen in diskrediet gebracht.

En daar ben ik nochtans getuige op de eerste rij dat de meerderheid van het Gentse korps tonnen, jawel tonnen, geduld en vriendelijkheid kent.

Doe er wat aan Daniël. Het is nog niet te laat voor een “Sorry Zouzou”

SVN

Ethnic profiling?

En hoe de afschuwelijke moord op een huisarts een ernstig maatschappelijk
debat waard is. Of mogen we hier geen ethnic profiling gebruiken? Is het weer ‘puur toeval?’

Maar eerst : sterkte aan alle familie, buren, kennissen en vrienden van de huisarts. Zij moeten door een hel gaan. Voor hen zou ik nog mijn mond willen houden, stilte willen vragen in media, maar dé zaak is té ernstig en zegt zoveel over onze ganse veiligheid- en justitiesysteem dat op zijn gat ligt.

De vermoedelijke dader was gekend bij het gerecht. Tot daar niet zoveel aan de hand. Gekend bij het gerecht kan je ook met een kleine veroordeling van jaren geleden zijn. Maar hij staat gekend voor zware feiten. Voor bedreiging aan een agent bvb. Voor bedreiging aan derden. En dat met wapens.

En sterker : twee weken geleden vonden ze nog wapens en goud bij de man.
Zware wapens volgens sommige kranten.
Jawel, tijdens een huiszoeking vonden ze wapens. Twee weken geleden.
Maar de man zat thuis.

Wil iedereen eens twee weken geleden in de context plaatsen?
Dat is na Verviers. En ja, na Parijs.
Onder terreurdreiging 3 dus.

In een post-Parijs-tijdperk waar politiediensten zich onbeschoft gedragen tijdens een controle van Montasser, in een post-Parijs-tijdperk waar Yassine met zware wapens op hem gericht verkeerdelijk wordt gearresteerd, in een post-Parijs-tijdperk waar vijf jongens onder de 14 jaar in commandostijl op de grond worden gegooid voor het vermoedelijk stelen van een fiets, en tal van andere voorbeelden, jawel, in dat tijdperk lieten ze een man die al gekend staat en veroordeeld is voor wapendreiging VRIJ na het vinden van wapens in zijn huis. Wapens tijdens terreurniveau drie dus.

Maar hey, hij heet Danny S.
Niet Mohamed, Rachid of Abdelkarim.

Alles gezegd.
Of nee toch niet : stop met mensen wijs te maken dat jullie diensten alles onder controle hebben meneer Jambon en minister Geens.

In naam van de nabestaanden van de huisdokter, dit is onaanvaardbaar.

SVN