Jeugdzorg vroeger en nu

Bedankt Canvas en dan nu meteen verder aan de slag.

“Laat ik met een vraag openen, ik weet dat je ook onder toezicht van de jeugdrechter stond en in instellingen zat, wat was daar jouw grote gemis?”
Ik had “een kerstfeest in een gezin, een moeder en een vader” kunnen antwoorden want ik zag mijn ouders niet meer maar ik zei “Omdat u me die vraag nu stelt, zoveel jaren later, niets eigenlijk. Niets”.
Ik wist dat Corine op de publiekstribune zat. Zij is vandaag één van mijn allerbeste vriendinnen, steeds is ze daar. Zij was vroeger een opvoedster van mij.
Ik ging verder met Corine in gedachte “Omdat ik met wat ik nu zie in de jeugdzorg besef dat ik nog nabijheid heb gekend, betrokkenheid, menselijkheid en last but not least : continuïteit. En om het over uw terrein te hebben, beste jeugdrechter Vandaele, ik had één jeugdrechter. Eén jeugdrechter, die werd steeds gevat bij een probleem, die brieven schreef, die tot de instelling kwam om een wandeling met mij te maken en die me op mijn 18 jaar uren een levensles gaf over de valkuilen en plichten als volwassene”.
En wat zie en hoor ik nu “Dat een kwetsbaar 14-jarig meisje soms 8 jeugdrechters op een jaar ziet. 8. Dat is niet één keer een vervanger, dat is steeds een vervanger wanneer in crisis een zitting moet plaatsvinden. 8 verschillende jeugdrechters. U weet dat.
Dat is zo nefast omdat deze kinderen vaak al zoveel bagage hebben door een complexe moeilijke thuissituatie en dan zien ze steeds iemand anders die over hun leven beslist, die beslist waar ze zullen worden geplaatst, waar ze tijdelijk elders moeten wonen en mocht dat alles zijn maar dan zien ze ook nog eens om de haverklap een andere consulente of begeleider omdat deze mensen meer en meer met korte termijncontracten werken en steeds schuiven naar een andere dienst of instelling”.
En nog iets belangrijk “mijn opvoeders waren met ons, de gasten in de leefgroepen, bezig, er was zelfs maar één computer in de opvoederskamer. Daar zaten ze zelden of nooit.
Nu zitten begeleiders in jeugdinstellingen de helft van de werktijd elk achter hun computer. “De verplichte administratie. Contextpapieren invullen en zorgen dat alles in orde is voor mocht er een inspectie komen bvb”.
Ik mis dus veel, maar in het nu, voor al die kinderen die nu leven in een instelling of een andere beschermingsmaatregel kennen”.

Hij knikte en bevestigde. Philippe ging zelfs nog een stap verder.
Over het erbarmelijke niveau van zorgverslagen. “Ik moet beslissingen nemen aan de hand van verslagen, soms zijn die niet klaar en indien wel zijn ze soms van een zeer laag niveau. Ook ik maak me zorgen. En dan heb ik het nog niet over plaatsgebrek, schrijnend plaatsgebrek. Zo neem ik soms een beslissing tot een uit huis plaatsing omdat de situatie daar volstrekt onveilig is voor kleine kindjes. Ernstige hallucinante agressie. Maar dan is mijn vonnis onuitvoerbaar. Jawel, onuitvoerbaar. Omdat er nergens plaats is. En dan stuurt de procureur het dossier terug en dan moet ik met lede ogen deze kindjes in afwachting van plaats terug toewijzen aan diezelfde thuissituatie in afwachting van uitvoerbaarheid. Dat kan soms weken duren”.
Ook hij ging verder “U hebt een groot punt. Dat is zelfs een structureel probleem. Dat we geen tijd meer kunnen nemen voor een uitvoerig afrondend gesprek op 18 jaar. Soms sluiten we een dossier zonder onze jongere te zien, omdat we met meer dan 400 dossiers per jeugdrechter werken”.

Het gesprek was veel langer. Gisteren tijdens het Canvas-debat in Mechelen. Ik had de eer er te mogen zitten als één van de 20 experten en mocht in gesprek gaan met deze Antwerpse jeugdrechter.

Daarna was het receptie. Er kwamen mensen uit het publiek op mij af, nog nooit ontmoet. “Ik werk in voorziening X, Saskia. Bedankt voor al jouw werk. Wij kunnen en mogen dat niet publiek zeggen maar jouw stem is echt nodig. Kindjes die thuis niet meer terechtkunnen hoppen van plaats naar plaats, worden in internaten gedropt en weet je wat er dan gebeurt : op vrijdagnamiddag staat de telefoon bij ons roodgloeiend. Terwijl we tientallen kinderen op de prior-wachtlijst hebben staan
“dringende uit huis plaatsing nodig, onveilig” bellen de indicatiestellers “We hebben een crisis want internaat sluit, kan die in weekend bij jullie?” en je legt telefoon neer en de volgende telefoon gaat. Of diezelfde indicatiesteller belt wat later nog eens terug voor nog een ander kindje….
Ook een leraar uit een BuSO-school kwam mij een hand geven. “Maanden moeten wij wachten samen met CLB op een hulpvraag wanneer we een kind hebben in de klas dat thuis wordt afgeranseld. Blijf uw werk verder zetten aub”.

Ik zou nog zoveel kunnen zeggen over gisterenavond. Zoveel fijne interessante mensen. Het is ondertussen een publiek geheim dat ik een ban ken van het Agentschap Jongerenwelzijn. Ik zou te kritisch en te negatief berichten. 5 mei moet ik weeral op bemiddelingsgesprek. Indien dat afketst loert de rechtbank.
Wel, ik zal gaan en hopen op een nieuwe samenwerking. Maar indien dat niet lukt is dat het laatste gesprek. Ze mogen dan met mijn groeten naar de rechter stappen. Gisteren besefte ik namelijk één ding : ik ben nog veel te braaf. Veel te braaf. Ik slik het niet, gewoon niet dat vonnissen van jeugdrechters die waken over de zelfontplooiing van kinderen in Vlaanderen onuitvoerbaar zijn waardoor deze kinderen thuis tussen de heroïnespuiten blijven zitten of verder worden verrot geslagen door een inwonende stiefpapa. Zo moest ik het verhaal van de dood van Jordy wereldkundig maken. Dat is mijn godverdomse plicht.

Na het debat en receptie ging ik met Corine en Kim in een tentje zitten. Er was in de ingang van het Lamot-gebouw een tentje gezet. In die tent drie stoelen met een hoofdtelefoon, in die tent een pop in een slaapzak. In de hoofdtelefoon kan je luisteren naar mijn afscheidstekst aan Jordy. Die werd op band ingesproken. Elk woord deed huiveren. De administratie vreet aan al die goeie gemotiveerde krachten op het terrein. De jeugdsector verzuipt in regels en procedures.
Het Agentschap mag mij steeds – graag zelfs – positief nieuws aanreiken. Ik zal altijd de mensen werkzaam in de sector evenveel verdedigen als al die kwetsbare kindjes en tieners. Maar zolang ik steeds word aangesproken “doe zo verder Saskia” en die hallucinante werkelijkheid blijf horen zal ik blijven schrijven, ban of niet. Omdat ook een jeugdrechter zoals Philippe Vandaele verdient vonnissen te kunnen schrijven die meteen uitvoerbaar zijn. In het belang van het betrokken kind én onze maatschappelijke toekomst.

SVN

Advertenties