Open brief aan minister Vandeurzen

“Vandeurzen wil met kind-check opmerkzaamheid rond kindermishandeling verhogen”, zo klinkt het krantenbericht.

U gaat posters uitdelen en een stappenplan, een soortement vragen-check-lijst over het functioneren van de ouders en de veiligheid van de kinderen zodat de professional in de volwassen-hulpverlening bij twijfel kan toetsen en zo nodig bij de juiste diensten kinderverwaarlozing of misbruik of kindermishandeling kan melden.
U richt zich daarbij naar huisdokters, verplegers of thuisbegeleiders volwassenen (in een kwetsbaarheid) bvb.
Volgens Het Nieuwsblad omdat de ontluisterende cijfers van kindermisbruik of mishandeling bij het vertrouwenscentra kindermishandeling ook u niet ontgaan zijn.
Vorig jaar waren er idd weer maar eens 10.000 nieuwe meldingen.
Dat zijn een 30-tal meldingen per dag, enkel in Vlaanderen.
Deze cijfers waren al even onthutsend in 2009, vermoedelijk daarvoor ook, maar toen heb ik de hoorzitting van de vertrouwenscentra bijgewoond in het Vlaams parlement.
Is deze kind-check met posters en stappenplan fout?
Zeker niet. Maar al te vaak lees ik dossiers waar de dienst psychiatrie van één van de ouders bvb al jaren op de hoogte was, maar om één of andere reden niet heeft gemeld of met de melding niets werd gedaan. Dat er dus verbeteringen worden aangebracht tussen de professionals van de volwassenen richting meldingen aan de juiste diensten bij jeugdzorg over betrokken kinderen is iets waar niemand kan tegen zijn.

Maar dan, minister?
Wat daarna?

Bij elk bericht, ook het bericht over de onthutsende cijfers van kindermishandeling of misbruik van de centra, klinkt het “niet elk kind dient meteen uit huis geplaatst bij vaststelling emotionele verwaarlozing of vermoedens misbruik. Vaak hebben de ouders zelf een zorgondersteuning nodig en moeten ze geholpen worden”.

Hear hear, zou ik zeggen.

Maar geholpen door wie én wanneer, meneer Vandeurzen?

Alle CLB’s – zonder deze kind-check – hebben in alle scholen meldingen lopen waar ze merken dat er na maanden nog geen enkel gehoor wordt gegeven aan die meldingen.
Gewoon niets. Zelfs niet een eerste huisbezoek om de situatie verder in kaart te brengen. Het kindje had nochtans blauwe plekken in de turnles, bijvoorbeeld.
Alle jeugdbrigades sturen processen-verbaal naar de jeugdparketten.
Waar een onderscheid wordt gemaakt tussen een klacht van een ouder versus de ex en vaststellingen door politiediensten.
Klachten moeten serieus genomen worden en onderzocht, bij de tweede manier werd mishandeling of een ernstige thuissituatie: hondendrollen op de grond, onhygiënische toestanden omdat de ouder depressief is en daar twee peuters wonen, vastgesteld én reeds genoteerd.
Ook daar duurt het maanden en maanden en maanden.
Ofwel omdat ze niet kunnen volgen ofwel omdat het dossier hangt tussen vrijwillige en gedwongen hulpverlening en een teamoverleg om te beslissen waar het dossier thuishoort weken en weken later pas kan gepland worden.

En zelfs al geraak je als kind al verder in dat hulpverleningstraject. omdat de jeugdrechter wordt gevat door het parket, bijv, is nog maar de vraag hoe we die hulpvraag beantwoorden.
Dan al gekeken wat er gebeurt, minister?
Dan komt dat kindje wegens ernstig plaatsgebrek in een internaat.
Maar dat internaat sluit elk weekend en elke vakantie.
De jeugdrechter heeft nochtans wegens de ernst van de verwondingen geen overnachting bij die ouders toegestaan.
Wél, meneer Vandeurzen, dan gaat elke vrijdagnamiddag de telefoon. Dat zijn de crisis-prior-maatschappelijke noodzaak-plaatsingen en komt zo’n kindje elk weekend in een ander bedje-waar-plaats-is-terecht.
Zo beantwoorden we helaas de hulpvraag van een kindje dat gemeld werd en thuis ernstige mishandeling of misbruik heeft meegemaakt.

Ik weet niet wat er aan de hand is in Vlaanderen. Is het onwetendheid, naïviteit of het niet willen zien? Cijfers belanden – én gelukkig maar – meer en meer in de krant. Hulpverlening komt af en toe in beeld. Onlangs weer. De vzw Lejo die met kwetsbare tienermoeders werkt.
Zijn dat prachtige projecten? Natuurlijk. Doen zij goed werk? Natuurlijk. Elke persoon werkzaam in de jeugdzorg doet goed werk.
Alle begeleidingsdiensten en opvoeders in voorzieningen.

Dat is niet het probleem. Zoals uw kind-check niet het probleem is. Integendeel: het werd verdorie tijd. In Nederland en de Scandinavische landen gebruiken ze zo een kind-check als hulptool voor de professionals al jaren.

Maar waar zit onze inhaalbeweging voor al die kindjes op de wachtlijsten, Jo?
Waar zit onze audit over al die pv’s en bestaande meldingen, waarvan de meldingen nog ergens hangen tussen de hulpverleningskokers en wegens ernstige tekorten géén ouderondersteuning, begeleiding en controle veiligheid van deze kindjes in die miserie-thuis kan worden opgestart?
Daar waar ze niet uit huis worden geplaatst maar géén enkele hulpverleningstraject al kon worden opgestart?
Pas daar zit ook een dark number. Het gaat niet alleen over een dark number “niet alles wordt gemeld, daarvoor maken we een kind-check”, het dark number van kinderen in waanzinnige thuisshit waar al een melding gebeurde stijgt elk jaar.
En daar minister, hebben we het nooit over in persberichten.

SVN

Advertenties

3 gedachtes over “Open brief aan minister Vandeurzen

  1. Het verschil met het buitenland is dat daar ouderbegeleiding bestaat. In Vlaanderen is ouderbegeleiding onbestaande, het wordt zelfs niet gedoceerd aan hogescholen en universiteiten.

  2. Geachte Mevrouw Van Nieuwenhove
    Uw artikel naar minister De Block bevat niets dan waarheden. Ik ben vakbondssecretaris acod en volg ondermeer de gemeenschapsinstellingen op. Het pingpongspel tussen Vlaams en federaal aangaande psychiatrie en jeugdinstellingen belast het personeel op onverantwoorde wijze maar zorgt er voor dat sommige jongeren niet kunnen worden geholpen in dit systeem. Dan nog eens besparen bovenop is er alweer een maat over.
    Als ik uw artikel kas werd ik alweer kwaad. Anderzijds verheugt het mij dat ook vanuit de pers de hoogstnodige druk komt. Ook al heb ik het gevoel dat onze beleidsmakers in olifantenhoofd gehuld zijn, ooit moeten ook zij her licht zien.
    Van harte dank
    Jan Van Wesemael.

  3. Jeugdzorg : De achterkant van de spiegel.
    (Waar men niet over spreekt !)
    Wie dient een klacht in betreffende kindermishandeling?
    En aan wie dient men die klacht in? Wat is de bron?
    Als een klacht door politie, huisdokter, kliniek school wordt ingediend zie ik geen probleem. Dan verwacht ik een meestal juiste diagnose.
    Het gevaar schuilt als een burger een klacht indient, rechtstreeks aan jeugdzorg. De consulente die op pad wordt gestuurd is reeds bevooroordeeld. En het is eenvoudig : Het rapport met het woordje ‘verontrustend’ is voldoende om het kind uit een gezin te plaatsen in een instelling; zonder pardon en definitief; zonder ernstig onderzoek en zonder mededeling aan de ouders over het waarom?
    Ik heb het zelf meegemaakt. Ik zit aan de andere kant van de spiegel. Reeds 40 jaar zit ik in een emotionele gevangenis. Geen woord uitleg van de jeugdrechter noch van jeugdzorg. Na 36 jaar hoor ik van Prof psych Peter Adriaenssens. Jullie zaak is NOOIT onderzocht.
    We wilden een kind adopteren, maar begonnen met gehandicapte pleegkinderen.
    -een psychiatrische gestoord meisje van 2 jaar, wij waren de 12 pleegouder en hebben dit kind 2 jaar mogen helpen, nadien werd het afgenomen, door een klacht door onbekenden en onbekend is ook de reden.(1978)
    -een tweede kind met lichte gehoorstoornis, moeder in de gevangenis(1978)
    -een derde kind met klompvoetjes, die wij hebben laten rechtzetten (1978).
    Intussen was er ook nieuws van twee adoptie-organisatie. (beide voor Koreaanse kinderen). Nog steeds 1978. De organisatie Terre des hommes was ons aanbevolen en na grondige controle van onze sociale en financiële mogelijkheden werden we goedgekeurd. Kost 5000, Frank.
    De andere organisatie Amitié Belgo-Coréenne (die niet op de aanbevelingslijst stand) maar begeleid werd door iemand van Jeugdzorg, werden we ook goedgekeurd, totdat we de voorkeur gaven aan Terre des Hommes. Zij gaf aan dat verantwoordelijke van Terre des Hommes, lesbische vrouwen waren en dat die niet geschikt waren om kinderen te verhandelen en een moederrol te spelen. De kost voor die organisatie was 250000 frank/kind.
    De drie kinderen werden samen uit het gezin weggehaald.
    De instelling liet ons weten : “Er is geen enkele vorm van mishandeling of verwaarlozing”.

    Tot onze verbazing kregen we via een andere instelling een kind aangeboden. Een jongen van anderhalf jaar, doodgeboren en gereanimeerd, blijvend met mentale achterstand, kon niet zitten, spreken, iets vastnemen. Na een half jaar mee bezig te zijn en flinke vooruitgang had geboekt, werd hij –achter onze rug- in een kliniek binnengebracht onder de noemer : biafra-kind. Gelukkig voor ons was het een andere jeugdrechter. Deze vond de aantijgingen belachelijk. Het was. een goed doorvoede kleuter. Vijf jaar hebben we die jongen kunnen houden.
    Dan komt het eerste adoptie in ons gezin. Het leek gezond en wel, maar was geboren met had vele blauwe vlekken, die de specialisten in België als Mongoolvlekken herkenden.
    De jeugdrechter accepteerde dit niet en met al zijn mogelijkheden lukte het hem niet om de adoptie tegen te houden, maar wel te vertragen.
    Na een jaar ontvingen we de vraag of we nog plaats hadden voor een koreaans kindje met een hartafwijking. Ja, natuurlijk en we zullen er zorg voor dragen.
    De jeugdrechter werd furieus.
    We hadden besloten om in buitenland te gaan werken. De roddel en het verzet werden onhoudbaar. We hadden immers nog een Afrikaanse jongen geadopteerd, waarvan de moeder doodziek was (bemiddeling door Missiezusters).
    Tragisch werd het toen het kind met hartafwijking overleed in Congo.
    Een paar jaar later plukte de jeugdrechter onverwacht de kinderen terug van school, benoemde ons als ‘schuldigen’ aan dood van een kind, incest, kinderverwaarlozing en kindermishandeling. “Zijn uitroep : “ik heb je te pakken” is tekenend. Nu had hij bij de beschuldiging de toenmalige vertrouwensarts opgeroepen alsook Peter Adriaenssens (toen pas afgestudeerd). De reden van de beschuldiging : het syndroom van Munchausen. Ik vroeg om mij dat uit te leggen, maar niemand wist het te omschrijven, ik moest dat gew oon aannemen.
    Peter Adriaenssens bevestigde dat die diagnose niet door hem gesteld is en dat er nooit onderzoek werd gedaan. Veertien dagen na de uitspraak was ik in het bezit van documentatie over de beschrijving, omstandigheden, voorbeelden, behandelingen en mogelijke genezing van dit syndroom. Ik had ook een doktersattest van de natuurlijke dood van de dochter. Deze zaken werden allemaal genegeerd en de dokters die mij wilden helpen, werden bedreigd met het verlies van hun lycentie.
    Hierover heb ik een boek van 140 blz geschreven.
    Ik ben nu een jaar in contact met een groep ‘ouderparticipatie’, een groep die luistert naar de ouders. Zij weten dat bij onderzoek door middel van verklikking veel misloopt. De jeugdrechter tekent gewoon de verkorte rapporten en “Hoera, weer een kindje in de instelling”.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s