IK! VIND! GEEN! BROEK! MEER!

Dag Joël De Ceulaer,
 
Met interesse uw artikel in De Morgen gelezen.
Vermoedelijk krijgt u veel reacties van mensen die dat ‘Ik!-vind!-geen!-broek!-meer!-in!-mijn!-maat!-probleem’ ook kennen. Mischien krijgt u tips van Bart De Wever.
Ik heb de rode draad van het artikel begrepen. Het gaat over die maten die buiten dat gros aan de commerciële rekken vallen.
 
En toch wil ik met het volgende reageren. Het kan uw probleem misschien relativeren. Ook dat is een steuntje in de rug, toch?
 
Ik zat gisteren namelijk ook met een broekenprobleem.
Het is te zeggen, ik kreeg telefoon over een gigantisch broekenprobleem.
Een paniektelefoon. Verdrietig ook.
Ik had namelijk een jonge tiener aan de lijn.
Een jongen die al jaren geleden via een beschermingsmaatregel van de jeugdrechter thuis werd weggehaald.
En die daardoor al wel wat verschillende plaatsingen én scholen heeft gekend.
 
Hij had gisteren een intakegesprek in een voorziening waar hij hopelijk snel terechtkan.
 
Eén van de rode draden in zijn leven is “kleed je wat beter”.
Hij draagt namelijk altijd trainingsbroeken die zodanig afzakken dat luttele bekenden in zijn eenzame leven zijn onderbroekengarderobe kennen.
Gisteren wilde hij dan ook met de grootste overtuiging tonen dat ook hij in jeans en met bijhorend hemd en trui kan verschijnen.
Dat had hij me eerder aan de telefoon gezegd.
“Ik ga mij goed kleden, Sas. Ik wil er netjes en met een propere lei beginnen”.
 
Maar dat ging eerst niet. Dit is geen kritiek op zijn huidige begeleiders. Uiteindelijk vonden ze daar intern een oplossing na veel getelefoneer en ging een begeleidster van de leefgroep van de kleintjes mee. Zo kon hij toch nog een broek kopen. Niet in die ketens die in uw artikel staan. Die zijn voor zijn magere budget – overheid voorziet hier minder en minder middelen – onbetaalbaar.
Primark is zowat de enige keten binnen zijn budget.
 
En hij is niet alleen. Onlangs kreeg ik een zeer beklemmende mail van een meisje dat ook al jaren in een voorziening woont.
Zij is net 17 jaar en werkt deeltijds in een schildersbedrijf.
Zij verdient – ook weekendwerk – daardoor 351 euro per maand.
Jawel. 351 euro.
Gevolg : haar dagtarief dat de overheid normaal voorziet in de jeugdinstelling wordt nu een groot deel ingehouden. Blijkbaar vindt één of andere beleidsmaker dat 351 euro voldoende is om alle ontspanning, vervoer, kleding en schoolkosten zelf te betalen. Jawel, als minderjarige. Salu, spaarplan voor wanneer je 18-plus bent en op eigen benen komt te staan. 
 
Reken maar eens Joël. Twee keer per maand op bezoek gaan bij haar mama, één keer bij haar broer die met een ernstige beperking in een andere voorziening zit, telefoon en een sportabonnement en ze heeft amper over om nog een deftige broek te kopen.
 
Ik! Vind! Geen! Betaalbare! Broek! Meer! zou dus een fijn vervolg zijn op uw artikel.
 
Het is helaas de realiteit van zovele kinderen en jongeren.
En vooral nét bij diegenen die al een rugzakje shit meezeulen en om diverse redenen niet meer kunnen thuis wonen.
 
SVN
 
 
 
 
 
 
Advertenties

Hoe is het zover kunnen komen, OCMW?

Kunnen we naar de verkiezingen betaalbare én veilige huisvesting als grote prioriteit zetten? En kan ondertussen La Homans haar verantwoordelijkheid nemen? Of geldt verantwoordelijkheid nemen enkel voor (kwetsbare) burgers?
 
Het is een publiek geheim dat ik spodarisch wel eens meega als vertrouwenspersoon met mensen die in beroep gaan tegen een beslissing van OCMW : leefloon, installatiepremie, huurwaarborg…
 
Daar waar dat vroeger een betrokken aanpak was, met begrip voor de situatie, een vragenvuur op een menselijke manier, is dat in sommige grote Vlaamse steden, om de grootste stad toch maar niet te noemen, verworden tot een kruisverhoor, een harde aanpak waar zelfs speurders die een drugsverdachte verhoren een punt aan kunnen zuigen. Je wordt er namelijk enorm op de rooster gelegd. Ben je door een ernstige kwetsbaarheid té laat gekomen op een afspraak, lukte het even niet, is er toch een jointje gezien bij een huisbezoek : de volle lading volgt door de voorzitter van de Raad. Andere raadsleden blijven naar het blad staren en zwijgen.
 
Zo was er enkele maanden geleden een 19-jarige jongen die helemaal verkrampt buitenkwam uit die Raad, in die grootste stad van Vlaanderen.
Hij had een laatste waarschuwing gekregen, kon zijn plan trekken als hij nog één misstap deed, moest niet meer rekenenen op een installatiepremie als hij zo voortdeed, een verwijtenregen van hier tot ginder.
 
Ik vroeg na die zitting gewoon kalm met een open vraag “Maar wat is er dan gebeurd?” Ik had de jongen enkele jaren ervoor ontmoet in een jeugdinstelling.
 
“Ik ben uitgevaren, huilend, tegen iemand van de daklozenopvang en niet naar een afspraak geweest voor werk”.
 
“Wat scheelt er dan?”
 
Hij keek naar beneden. Beschamend. “Heb ik dat in de tijd verteld Sas, dat ik al van mijn 7 jaar mijn mama niet meer zie, door veiligheidsbeslissing van de jeugdrechter?”
“Dat herinner ik me niet, maar ik weet dat je niet naar huis mocht en kon”.
“Wel, ik ben ze stoemelings tegengekomen in de daklozenopvang.
Na 11 jaar. Zij zit daar ook”.
 
………………………..
 
“Heb je dat kunnen zeggen aan de Raad?”
“Ze gaven me geen tijd”.
 
Dàt mensen. Dàt. Moet stoppen.
jeugdzorgverlaters worden er bikkelhard aangepakt, op hun verantwoordelijkheden gewezen. Terwijl de verslagen vol tendentieuze fouten staan.
“Neemt drugs” stond ook in een verslag van een andere jeugdzorgverlater.
Wel, die ken ik zeer zeer goed. Buiten een jointje op 16 jaar is daar géén drugs in dat verhaal. Wel andere kwetsbaarheden.
 
Ondertussen staan diezelfde verslagen vaak volgeschreven met gebreken van huizen, té kleine kamers, géén licht, veel te dure huur in verhouding met de studio enz.
 
Daar wordt amper een brug gemaakt met controlediensten naar de huisbazen. En als ze al gemaakt wordt duurt het veel te lang.
 
Ondertussen dreigt de huurder wél waarborg of installatiepremie mis te lopen “omdat het pand niet in orde is”.
 
Stop deze waanzin. Het is de plicht van lokale en Vlaamse overheid om voldoende veilige én betaalbare huisvesting te voorzien. En wees verdomme menselijker op die Raad. Menselijkheid kost géén geld.
 
SVN
 
 
 
 

Hulp aan kwetsbare mensen is onze solidaire plicht

Dag Bart De Wever,
Zo dadelijk komt David (schuilnaam), 16 jaar naar hier. Op dagbezoek dit keer. Hij heeft het namelijk erg moeilijk vandaag.
Hij zit al een jaar in een tijdelijke opvang in afwachting van gepaste plaats in een gezinsvervangende context.
Jawel. 1 jaar.
24 januari 2017 – 24 januari 2018. “Tijdelijk geplaatst na eerdere pleeggezinnen en andere instellingen in afwachting van gepaste gezinsvervangende hulp”. En die fase van afwachting loopt nog steeds……
Dat is 1 jaar elke maand horen “We begrijpen uw fustratie David maar hier kan je geen duurzaam netwerk en vrienden opbouwen want je zit hier maar tijdelijk”. En dat nu al 12 maanden, over & over again.
Wat wordt hem niet gezegd? Dat hij daar volstrekt onwettelijk zit. Dat op de Vlaamse wetgeving deze jongen daar al maanden en maanden niet-decretaal zit. Wat we Vlaams doen, doen we beter?
Net omdat vanuit deze crisisopvang niet netwerkend versterkend wordt gewerkt, ook geen methodiek wordt gebruikt om zelfredzaamheid aan te leren, kan dit volgens de Vlaamse wetgever maar tijdelijk.
Hij krijgt daar 4 euro zakgeld en 32 euro kledinggeld.
Realiteit : hij zit er nog. En nog steeds is er geen enkel perspectief.
Tijdens de kerstvakantie mocht hij om die reden ook mee van zijn jeugdrechter. Een bevlogen en bewogen dame. Maar haar woorden kwamen hard binnen “anders zit hij met kerst en nieuw alleen”. Leest u dat, BDW? A.L.L.E.E.N.
Hij ging dus mee naar de Ardennen, samen met mijn dakloze 18- jarige. Waar ik als burger maanden poog een beetje hulp en nabijheid te bieden in afwachting van gepaste hulp, die ook valt onder de Vlaamse bevoegdheid.
Ook zij wacht nu al maanden na tal van Vlaamse ambtenarenoverlegtafels op die hulp die zij nodig heeft.
Je kan deze twee tieners wegzetten als “uitzonderlijk”. Waarschijnlijk is die andere Borgerhoutrakker die hier jaren en jaren tijdens vakanties en weekends komt, stoemelings ook een uitzondering.
Dat is het helaas niet, BDW. Niet. Het zijn kinderen waar hulp afwezig is, aanbod ontoereikend, wachtlijsten moordend inbeuken op hun al ingedeukte zelfbeeld door een lugubere thuissituatie waar ze door een jeugdrechter werden weggehaald.
Als mens kan ik dan enkel wat onderdak, een lach, nabijheid, wat kleren en schoolgerief aanbieden. En steun. Een luisterend oor. Een knuffel. En een beetje tonen dat er ook een juiste menselijke wereld is.
Een wereld die los van religie, afkomst, ideologie een mens als mens behandelt. Ze niet op straat laten slapen. Ze niet aan hun lot overlaten.
Meer is dat niet. Ook niet bij die burgerinitiatieven van park Max.
Zij doen krék hetzelfde. Maken het niet hebben van een juist papiertje ondergeschikt aan die mensen waar het over gaat.
Er is hier maar één verschil. Bij die mensen van het park Max krijgt u gehoor. Wordt vox populi gevoed met angst, alsof het de sociale zekerheid zou bedreigen.
Over die rakkers in mijn huis wordt angstvallig gezwegen. Daar zit u met uw partij al jaren in de meerderheid. Deze dakloze tieners zitten ofwel nog onder toezicht van de Vlaamse overheid of zijn er net uitgestroomd en wachten en wachten op gepaste hulp en ondersteuning….
David kan daarover meespreken.
Zou u daarover eens een open brief kunnen schrijven? Of kan deze bikkelharde ernst niet worden weggezet met wat populisme, schuldgevoel opleggend aan diegenen die zich nog bekommeren om deze kwetsbare tieners, en met een so called bedreiging voor onze sociale zekerheid?
Welkom bij mij thuis, BDW. David zal met veel plezier een kopje koffie zetten en eens zijn verhaal doen. Kom je?
SVN

Open brief aan minister Vandeurzen

“Vandeurzen wil met kind-check opmerkzaamheid rond kindermishandeling verhogen”, zo klinkt het krantenbericht.

U gaat posters uitdelen en een stappenplan, een soortement vragen-check-lijst over het functioneren van de ouders en de veiligheid van de kinderen zodat de professional in de volwassen-hulpverlening bij twijfel kan toetsen en zo nodig bij de juiste diensten kinderverwaarlozing of misbruik of kindermishandeling kan melden.
U richt zich daarbij naar huisdokters, verplegers of thuisbegeleiders volwassenen (in een kwetsbaarheid) bvb.
Volgens Het Nieuwsblad omdat de ontluisterende cijfers van kindermisbruik of mishandeling bij het vertrouwenscentra kindermishandeling ook u niet ontgaan zijn.
Vorig jaar waren er idd weer maar eens 10.000 nieuwe meldingen.
Dat zijn een 30-tal meldingen per dag, enkel in Vlaanderen.
Deze cijfers waren al even onthutsend in 2009, vermoedelijk daarvoor ook, maar toen heb ik de hoorzitting van de vertrouwenscentra bijgewoond in het Vlaams parlement.
Is deze kind-check met posters en stappenplan fout?
Zeker niet. Maar al te vaak lees ik dossiers waar de dienst psychiatrie van één van de ouders bvb al jaren op de hoogte was, maar om één of andere reden niet heeft gemeld of met de melding niets werd gedaan. Dat er dus verbeteringen worden aangebracht tussen de professionals van de volwassenen richting meldingen aan de juiste diensten bij jeugdzorg over betrokken kinderen is iets waar niemand kan tegen zijn.

Maar dan, minister?
Wat daarna?

Bij elk bericht, ook het bericht over de onthutsende cijfers van kindermishandeling of misbruik van de centra, klinkt het “niet elk kind dient meteen uit huis geplaatst bij vaststelling emotionele verwaarlozing of vermoedens misbruik. Vaak hebben de ouders zelf een zorgondersteuning nodig en moeten ze geholpen worden”.

Hear hear, zou ik zeggen.

Maar geholpen door wie én wanneer, meneer Vandeurzen?

Alle CLB’s – zonder deze kind-check – hebben in alle scholen meldingen lopen waar ze merken dat er na maanden nog geen enkel gehoor wordt gegeven aan die meldingen.
Gewoon niets. Zelfs niet een eerste huisbezoek om de situatie verder in kaart te brengen. Het kindje had nochtans blauwe plekken in de turnles, bijvoorbeeld.
Alle jeugdbrigades sturen processen-verbaal naar de jeugdparketten.
Waar een onderscheid wordt gemaakt tussen een klacht van een ouder versus de ex en vaststellingen door politiediensten.
Klachten moeten serieus genomen worden en onderzocht, bij de tweede manier werd mishandeling of een ernstige thuissituatie: hondendrollen op de grond, onhygiënische toestanden omdat de ouder depressief is en daar twee peuters wonen, vastgesteld én reeds genoteerd.
Ook daar duurt het maanden en maanden en maanden.
Ofwel omdat ze niet kunnen volgen ofwel omdat het dossier hangt tussen vrijwillige en gedwongen hulpverlening en een teamoverleg om te beslissen waar het dossier thuishoort weken en weken later pas kan gepland worden.

En zelfs al geraak je als kind al verder in dat hulpverleningstraject. omdat de jeugdrechter wordt gevat door het parket, bijv, is nog maar de vraag hoe we die hulpvraag beantwoorden.
Dan al gekeken wat er gebeurt, minister?
Dan komt dat kindje wegens ernstig plaatsgebrek in een internaat.
Maar dat internaat sluit elk weekend en elke vakantie.
De jeugdrechter heeft nochtans wegens de ernst van de verwondingen geen overnachting bij die ouders toegestaan.
Wél, meneer Vandeurzen, dan gaat elke vrijdagnamiddag de telefoon. Dat zijn de crisis-prior-maatschappelijke noodzaak-plaatsingen en komt zo’n kindje elk weekend in een ander bedje-waar-plaats-is-terecht.
Zo beantwoorden we helaas de hulpvraag van een kindje dat gemeld werd en thuis ernstige mishandeling of misbruik heeft meegemaakt.

Ik weet niet wat er aan de hand is in Vlaanderen. Is het onwetendheid, naïviteit of het niet willen zien? Cijfers belanden – én gelukkig maar – meer en meer in de krant. Hulpverlening komt af en toe in beeld. Onlangs weer. De vzw Lejo die met kwetsbare tienermoeders werkt.
Zijn dat prachtige projecten? Natuurlijk. Doen zij goed werk? Natuurlijk. Elke persoon werkzaam in de jeugdzorg doet goed werk.
Alle begeleidingsdiensten en opvoeders in voorzieningen.

Dat is niet het probleem. Zoals uw kind-check niet het probleem is. Integendeel: het werd verdorie tijd. In Nederland en de Scandinavische landen gebruiken ze zo een kind-check als hulptool voor de professionals al jaren.

Maar waar zit onze inhaalbeweging voor al die kindjes op de wachtlijsten, Jo?
Waar zit onze audit over al die pv’s en bestaande meldingen, waarvan de meldingen nog ergens hangen tussen de hulpverleningskokers en wegens ernstige tekorten géén ouderondersteuning, begeleiding en controle veiligheid van deze kindjes in die miserie-thuis kan worden opgestart?
Daar waar ze niet uit huis worden geplaatst maar géén enkele hulpverleningstraject al kon worden opgestart?
Pas daar zit ook een dark number. Het gaat niet alleen over een dark number “niet alles wordt gemeld, daarvoor maken we een kind-check”, het dark number van kinderen in waanzinnige thuisshit waar al een melding gebeurde stijgt elk jaar.
En daar minister, hebben we het nooit over in persberichten.

SVN

Papieren vaders

Het was 2011.
In de bus van pleegouders Sandra* en Ronny* viel een brief. “Gelieve te noteren dat de achternaam van Enora* is veranderd. Zij werd erkend in gemeente Rijswijk* door meneer Didri*”.

Dat was het. Eén briefje. Enkele regeltjes. En daar sta je dan als pleegouders.

Enora* was op dat moment 7 jaar. Zij kon dus al lezen en schrijven. En dan moet je zo’n meisje uitleggen dat ze vanaf nu een andere achternaam zal dragen.
Dat de klevertjes op de kaften van de schoolboeken zullen worden aangepast en dat ze onder deze nieuwe naam op de dansles en in de Chiro zal moeten worden ingeschreven.

Enora* werd in dit pleeggezin geplaatst vanaf geboorte. Contactherstel met haar mama lukt niet, integendeel, er liep weer een zoveelste contactverbod. Maar dat contactverbod hield niet tegen dat de mama op afstand – jawel, geen grap, kindje nooit gehoord of ook niet haar hoedehouders – geld kreeg voor haar drugsverslaving door één of andere Tunesiër die illegaal in ons land verbleef en in return had hij gevraagd aan deze ‘mama’ of hij het kindje mocht erkennen. Dat kindje waarvan een foto op haar kleine studio aan de muur hing.

En dat kon. Ik schreef toen over dit kindje. De reacties die ik toen kreeg van de woordvoerders in de toenmalige regering was het volgende “Zolang een kind onder de 12 jaar geen papa heeft, dus enkel naam van moeder draagt en dat vakje nog openstaat kan het vaderschap zonder dna en enig bewijs en zonder enige moeite worden geclaimd. Enkel de toestemming van de moeder is nodig”.

“Ja maar, deze moeder heeft om ernstige reden contactverbod. Kindje wordt in een pleeggezin opgevoed”.

“Dat is dan ongelukkig, dat ziet de gemeente niet”.

“Dus nu moeten we dat kindje ook nog eens uitleggen dat ze een andere achternaam krijgt terwijl ze al een rugzakje ‘precaire thuis’ draagt, maar wie dat is dat zal ze niet meteen weten want deze man is een contact van haar mama die op haar beurt contactverbod heeft?”.

Ik maakte daarna nog enkele artikels. Over een andere verslaafde Belgische mama die vier van haar zes kinderen ook liet erkennen door heerschappen die illegaal in ons land verbleven en in return voor verblijfsrecht op grond ‘vaderschap’ haar bevoorraden met drugs. Deze kindjes zijn tot vandaag geplaatst in pleeggezinnen.
Ook daar was het zeker bij één vader fraude. Hij zat namelijk heel de tijd in één van onze gevangenissen waar deze moeder niet op bezoek is geweest en toch kon ze die periode zogenaamd zwanger zijn van hem.
De dag dat hij de gevangenis verliet erkende hij dit kindje. Ze kenden elkaar enkel via tussenpersonen.
Ik legde dit bewijs voor maar het kon niet baten. “Vaderschap kan niet worden afgenomen”.

Vandaag staat op de voorpagina van De Standaard dat deze regering iets wil doen aan deze verblijfsrechtbaby’s. Het valselijk claimen van een kindje om zo verblijfsrecht op grond vaderschap op te eisen.

Het wordt afgedaan als nieuw nieuws. Maar ik heb na mijn artikels de parlementaire discussies gevolgd. Dit voorstel ligt met de regelmaat van de klok op de politieke tafel. Al jaren.
Het ketst steeds af omdat je geen dna kan afdwingen. Enkel het parket in zeer uitzonderlijke gevallen.
Benieuwd of dit keer de praktijk wel aan deze beloften worden gekoppeld.

SVN

(Alle namen* hierboven zijn veranderd omwille van privacy, elk kindje hier beschreven zit nog steeds in een pleeggezin met de namen van deze papiervaders, ze hebben die vaders nog steeds niet gezien).

Jeugdzorg vroeger en nu

Bedankt Canvas en dan nu meteen verder aan de slag.

“Laat ik met een vraag openen, ik weet dat je ook onder toezicht van de jeugdrechter stond en in instellingen zat, wat was daar jouw grote gemis?”
Ik had “een kerstfeest in een gezin, een moeder en een vader” kunnen antwoorden want ik zag mijn ouders niet meer maar ik zei “Omdat u me die vraag nu stelt, zoveel jaren later, niets eigenlijk. Niets”.
Ik wist dat Corine op de publiekstribune zat. Zij is vandaag één van mijn allerbeste vriendinnen, steeds is ze daar. Zij was vroeger een opvoedster van mij.
Ik ging verder met Corine in gedachte “Omdat ik met wat ik nu zie in de jeugdzorg besef dat ik nog nabijheid heb gekend, betrokkenheid, menselijkheid en last but not least : continuïteit. En om het over uw terrein te hebben, beste jeugdrechter Vandaele, ik had één jeugdrechter. Eén jeugdrechter, die werd steeds gevat bij een probleem, die brieven schreef, die tot de instelling kwam om een wandeling met mij te maken en die me op mijn 18 jaar uren een levensles gaf over de valkuilen en plichten als volwassene”.
En wat zie en hoor ik nu “Dat een kwetsbaar 14-jarig meisje soms 8 jeugdrechters op een jaar ziet. 8. Dat is niet één keer een vervanger, dat is steeds een vervanger wanneer in crisis een zitting moet plaatsvinden. 8 verschillende jeugdrechters. U weet dat.
Dat is zo nefast omdat deze kinderen vaak al zoveel bagage hebben door een complexe moeilijke thuissituatie en dan zien ze steeds iemand anders die over hun leven beslist, die beslist waar ze zullen worden geplaatst, waar ze tijdelijk elders moeten wonen en mocht dat alles zijn maar dan zien ze ook nog eens om de haverklap een andere consulente of begeleider omdat deze mensen meer en meer met korte termijncontracten werken en steeds schuiven naar een andere dienst of instelling”.
En nog iets belangrijk “mijn opvoeders waren met ons, de gasten in de leefgroepen, bezig, er was zelfs maar één computer in de opvoederskamer. Daar zaten ze zelden of nooit.
Nu zitten begeleiders in jeugdinstellingen de helft van de werktijd elk achter hun computer. “De verplichte administratie. Contextpapieren invullen en zorgen dat alles in orde is voor mocht er een inspectie komen bvb”.
Ik mis dus veel, maar in het nu, voor al die kinderen die nu leven in een instelling of een andere beschermingsmaatregel kennen”.

Hij knikte en bevestigde. Philippe ging zelfs nog een stap verder.
Over het erbarmelijke niveau van zorgverslagen. “Ik moet beslissingen nemen aan de hand van verslagen, soms zijn die niet klaar en indien wel zijn ze soms van een zeer laag niveau. Ook ik maak me zorgen. En dan heb ik het nog niet over plaatsgebrek, schrijnend plaatsgebrek. Zo neem ik soms een beslissing tot een uit huis plaatsing omdat de situatie daar volstrekt onveilig is voor kleine kindjes. Ernstige hallucinante agressie. Maar dan is mijn vonnis onuitvoerbaar. Jawel, onuitvoerbaar. Omdat er nergens plaats is. En dan stuurt de procureur het dossier terug en dan moet ik met lede ogen deze kindjes in afwachting van plaats terug toewijzen aan diezelfde thuissituatie in afwachting van uitvoerbaarheid. Dat kan soms weken duren”.
Ook hij ging verder “U hebt een groot punt. Dat is zelfs een structureel probleem. Dat we geen tijd meer kunnen nemen voor een uitvoerig afrondend gesprek op 18 jaar. Soms sluiten we een dossier zonder onze jongere te zien, omdat we met meer dan 400 dossiers per jeugdrechter werken”.

Het gesprek was veel langer. Gisteren tijdens het Canvas-debat in Mechelen. Ik had de eer er te mogen zitten als één van de 20 experten en mocht in gesprek gaan met deze Antwerpse jeugdrechter.

Daarna was het receptie. Er kwamen mensen uit het publiek op mij af, nog nooit ontmoet. “Ik werk in voorziening X, Saskia. Bedankt voor al jouw werk. Wij kunnen en mogen dat niet publiek zeggen maar jouw stem is echt nodig. Kindjes die thuis niet meer terechtkunnen hoppen van plaats naar plaats, worden in internaten gedropt en weet je wat er dan gebeurt : op vrijdagnamiddag staat de telefoon bij ons roodgloeiend. Terwijl we tientallen kinderen op de prior-wachtlijst hebben staan
“dringende uit huis plaatsing nodig, onveilig” bellen de indicatiestellers “We hebben een crisis want internaat sluit, kan die in weekend bij jullie?” en je legt telefoon neer en de volgende telefoon gaat. Of diezelfde indicatiesteller belt wat later nog eens terug voor nog een ander kindje….
Ook een leraar uit een BuSO-school kwam mij een hand geven. “Maanden moeten wij wachten samen met CLB op een hulpvraag wanneer we een kind hebben in de klas dat thuis wordt afgeranseld. Blijf uw werk verder zetten aub”.

Ik zou nog zoveel kunnen zeggen over gisterenavond. Zoveel fijne interessante mensen. Het is ondertussen een publiek geheim dat ik een ban ken van het Agentschap Jongerenwelzijn. Ik zou te kritisch en te negatief berichten. 5 mei moet ik weeral op bemiddelingsgesprek. Indien dat afketst loert de rechtbank.
Wel, ik zal gaan en hopen op een nieuwe samenwerking. Maar indien dat niet lukt is dat het laatste gesprek. Ze mogen dan met mijn groeten naar de rechter stappen. Gisteren besefte ik namelijk één ding : ik ben nog veel te braaf. Veel te braaf. Ik slik het niet, gewoon niet dat vonnissen van jeugdrechters die waken over de zelfontplooiing van kinderen in Vlaanderen onuitvoerbaar zijn waardoor deze kinderen thuis tussen de heroïnespuiten blijven zitten of verder worden verrot geslagen door een inwonende stiefpapa. Zo moest ik het verhaal van de dood van Jordy wereldkundig maken. Dat is mijn godverdomse plicht.

Na het debat en receptie ging ik met Corine en Kim in een tentje zitten. Er was in de ingang van het Lamot-gebouw een tentje gezet. In die tent drie stoelen met een hoofdtelefoon, in die tent een pop in een slaapzak. In de hoofdtelefoon kan je luisteren naar mijn afscheidstekst aan Jordy. Die werd op band ingesproken. Elk woord deed huiveren. De administratie vreet aan al die goeie gemotiveerde krachten op het terrein. De jeugdsector verzuipt in regels en procedures.
Het Agentschap mag mij steeds – graag zelfs – positief nieuws aanreiken. Ik zal altijd de mensen werkzaam in de sector evenveel verdedigen als al die kwetsbare kindjes en tieners. Maar zolang ik steeds word aangesproken “doe zo verder Saskia” en die hallucinante werkelijkheid blijf horen zal ik blijven schrijven, ban of niet. Omdat ook een jeugdrechter zoals Philippe Vandaele verdient vonnissen te kunnen schrijven die meteen uitvoerbaar zijn. In het belang van het betrokken kind én onze maatschappelijke toekomst.

SVN

Rusthuisfactuur te hoog? “Laat de kinderen betalen”, zegt CD&V

CD&V wil met een wetsvoorstel de ongelijkheid wegwerken.
“Momenteel wordt bij 95 % van de bewoners de kosten door de kinderen terugbetaald maar wij willen dit ook bij de overige 5 %, die ongelijkheid moet worden weggewerkt”.

Kamerlid Nahima Lanjri zegt wel dat er uitzonderingen worden toegestaan : die kinderen die hun ouders al jaren niet zien en die kinderen die zelf financieel aan de grond zitten.

Straf. Erg straf. Zou mevrouw Lanjri weten hoeveel van die 5 % niet onder deze laatste categorie vallen?
En hoe ziet mevrouw Lanjri dat bewijs in haar wetsvoorstel?

Je kunt namelijk héél makkelijk bewijzen dat je financieel aan de grond zit : zelf onder schuldbemiddeling bijvoorbeeld, maar je kan heel moeilijk bewijzen dat je je ouders al jaren niet ziet.

Hoe gebeurt dat dan, mevrouw Lanjri? Op het woord van die kinderen? “Ik zie mijn moeder al jaren niet meer”. en is dan de kous af? Of verwacht u daar bewijs? Mijn vraag is dan ‘welk bewijs?’

Ik blijf bij mijn eigen verhaal. Ik ken mijn moeder niet van mijn 9 maanden oud. Gewoon niet. Buiten een vluchtige aanwezigheid op een begrafenis van een gezamenlijk familielid en één keer bij een toevallige ontmoeting heb ik die vrouw nog nooit gezien. Jeugdrechtbankdossiers worden na 30 jaar vernietigd. Nog twee jaar en een half dus en ik kan daar geen enkel bewijs meer vragen aan de kant van justitie.

Door de privacywet mag ik niets over haar weten. Mijn zus sprong enkele jaren geleden voor de trein, een telefoontje naar één van de residentiële psychiatrie-voorzieningen (waar ik via via weet dat ze daar is geweest) maakte dat ik toen zelfs niet mocht weten of ze nog nazorg krijgt of onder (ambulante. residentiële) behandeling is. Haar reactie op de dood van mijn zus maakte nochtans dat ik voor de veiligheid van mensen die ik graag zie, dat graag had geweten.
Maar dat mag niet.
Ik weet dus de ballen van dat mens, enkel dat ze volgens het rijksregister mijn moeder is.

Hoe ga ik binnen enkele jaren (veronderstelling) bewijzen aan het OCMW dat ik dat mens niet ken wanneer ze zou komen te wonen in een rusthuis?
Mijn Facebook afprinten? Omdat ik iemand ben die hier wel openlijk over praat?
Dat lijkt me geen bewijs. Ik kan meteen tientallen mensen uit mijn jeugdinstellingen opnoemen die niet publiek praten over die zaken en dat is hun volste recht.

Dus hoe, mevrouw Nahima Lanjri, ga je bewijzen dat je je ouder al jaren – in mijn geval een heel leven – niet ziet? Hoe?

En deze vraag is – HELAAS – legitiem. Ik ken verschillende mensen die een voorgaande kennen onder de jeugdrechtbank en die plots loonbeslag hebben op hun rekening omdat ze plots moeten betalen voor hu vader/incestpleger of moeder/psychotische patiënt omdat ze niet de moed vonden hun gans verhaal te doen of omdat de uitleg ‘ik verklaar op mijn woord….’ niet werd aanvaard.

Graag hierop een duidelijk antwoord.

SVN